Het boek praat tegen de lezer, in een proza dat soms adembenemend is

 

De verteller in Als een tijger, als een slak hult zich in raadsels. 'Ik ben geen mens. Ook geen dier, en zelfs geen steen of wolk. Al kun je me het best vergelijken met een wolk.' Hij of zij kan niet vastgehouden worden, haat uitleggen, en doet wat hij zelf wil.

Na een paar pagina's begint het te dagen (de roman kan deze spoiler hebben): de literatuur zelf is aan het woord. Alsof het boek tegen de lezer praat.

Pretentieus? Niet bij Donald Niedekker, dichter en auteur van romans als Keldermans en Het moet wel beschaafd blijven. Zijn boeken groeien over de kaften heen, hij neemt geen genoegen met de 'willing suspension of disbelief' door de lezer. Het moet wel beschaafd blijven (2008) verscheen onder pseudoniem van een zogenaamd overleden vrouw, omdat het boek vroeg om een 'eigen, postuum schrijversbestaan', aldus Niedekker in een begeleidende brief. De nepauteur was onderdeel van de fictie, zij moest het boek dichterbij brengen. Je zou het compromisloze literatuur kunnen noemen, als dat predicaat geen cliché was.

Droste-effecten

Als een tijger wil de fictie overstijgen, omdat de vertelstem niet zozeer fictief is, maar de Fictie zelf. Vanuit die machtspositie veroorlooft hij zich alle vrijheid om absurditeiten te vertellen, de lezer dol te draaien met droste-effecten, en eindeloos in herhaling te vervallen. Het werkt, omdat het proza niet zelden adembenemend is, humoristisch bovendien (eega's die 'van de weeromstuit drie korsetten vromer' worden, stofwolkjes 'schoten als scheten tussen de bladzijden vandaan').

Het boek dat maar geen echte roman wil worden (daar heeft de verteller geen zin in), vertelt behalve over zichzelf over Martin Frigg, een copywriter met latente literaire ambities. De vertelling begint als Frigg op een servetje eindelijk de eerste verzen van een gedicht krabbelt, en de verteller daarmee tot leven wekt. Wat er op dat servetje staat, krijgen we niet te horen, wel hoe Frigg tot dat punt is gekomen, en hoe hij als jongetje met scheve tanden en een veel te grote schooltas droomde van een carrière als wielrenner.

Literatuur wordt herhaaldelijk voorgesteld als demarreren uit het peloton, als een sprong in het diepe. Je vindt haar niet in literatuurkritiek, in moeilijke woorden, maar in magie, in fascinatie, in raadsels. Wie zegt dat? Dat zegt de literatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden