COLUMNSylvia Witteman

Het boek ‘Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler!’ is misselijkmakend. Maar moet je zo’n boek verbannen?

null Beeld

Als kind krijg je te maken met boeken waar je, ‘te klein voor bent’. Van mijn moeder mocht ik, ik zal een jaar of 8 geweest zijn, De gebroeders Leeuwenhart niet lezen. Uiteraard rustte ik niet voordat ik het te pakken had, want zo werkt dat.

Als tiener kwam ik erachter dat er boeken bestaan waarvoor je je hele leven te klein blijft: de zogeheten foute boeken. Mein Kampf was zo’n boek. Je kon het nergens kopen of lenen, dus dat moest wel iets onvoorstelbaar weerzinwekkends zijn. Toen een Joodse vriend van me het in de boekenkast van zijn vader aantrof (die had als kind het concentratiekamp overleefd, dus hij kon dat boek zonder verdenking in bezit hebben), begonnen we dan ook verwoed te bladeren. We zetten het al gauw terug in de kast: saai. En in het Duits, hè, een vak waarin we van onze ouders geen goede cijfers mochten halen.

Jaren later stuitte ik op een boek dat even fout en berucht is als Mein KampfMoeder, vertel eens wat van Adolf Hitler! (1942). Alleen al de titel is om te proesten en het voorwoord al niet minder. ‘Dit boek over den Führer en het Derde Rijk is ontstaan uit de beantwoording van vele, vele vragen welke een paar kleintjes hun moeder steeds opnieuw stelden (…) – welke moeder kent ze niet? Ze komen bijna voortdurend uit die kleine monden en toonen, dat er achter die blanke voorhoofdjes voor het eerst iets bezig is, ernstig en zoo diep als het gaat.’

Dan krijgen we een hoofdstuk ‘Uit Adolf Hitlers vaderland’. ‘Op de heuvels aan de Donau draagt de wijnstok buitengewoon rijk, de druiven worden er rijk en zoet. In de herfst zijn de boomen er zwaar van de appels en peren en het koren op de velden is prachtig vol en dicht. De menschen, die daar leven, kennen vele mooie liederen en houden veel van hun mooie land. (…) ‘Moeder, wij willen ook de druiven eens proeven en de appels, en dan willen we ook de stad Weenen binnenvaren’, begonnen de kinderen. Moeder, toe maar! Mag het?’

‘Ja, jongens, laten we dat eens afspreken. En wanneer Vader en Moeder niet met jullie mee kunnen, dan kom je er misschien wel eens als Hitlerjongens en Hitlermeisjes. Maar luistert nu, hoe het verder liep.’

Wat een pastorale idylle, nietwaar? Maar een paar bladzijden verderop wordt het echt eng. ‘Ze droegen lange, zwarte mantels en hadden zwarte hoeden op. Met hun zwarte oogen, kroezige haren en kromme neuzen liepen ze vuil en lelijk door de straten van Weenen. Kruiperig vriendelijk waren ze en erg opdringerig. Bovendien spraken ze geen goed Duitsch, maar een lelijk koeterwaalsch. (…) Wat renden ze drukgebarend heen en weer door de groote stad! En ze handelden in alles, in gebruikte dingen, in kleren en huizen, het was verbazend om te zien hoeveel dingen zij wisten te vinden, waarmee ze konden handelen en sjacheren. Het was een vreemd volk waarmee wij niets te maken hadden. (…) het waren Joden, zo heetten ze.’ Zo gaat het maar door. De aanvankelijke hilariteit maakt plaats voor misselijkheid. Maar moet je zo’n boek verbannen?

Integendeel, lijkt me. De Holocaust is voor veel mensen, vooral voor kinderen en tieners, iets abstracts geworden. Er groeit zelfs een generatie op waarin jongelui zich afvragen ‘of het wel echt zo is gegaan’. Er zijn leraren die het onderwerp maar niet meer bespreken, uit angst voor ‘gedoe’.

Ik zou zeggen, lees op de middelbare scholen maar een flink stuk voor uit Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler! Beter en aanschouwelijker lesmateriaal over indoctrinatie, machtswellust en rassenwaan bestaat er niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden