INTERVIEW

'Het blijft toneel-toneel'

Als beroepsprovocateur ging Rob Malasch tekeer tegen het 'burgerlijke bolwerk' theater. Tot hij werd gevraagd voor een figurantenrol bij Toneelgroep Amsterdam. 'Dan schijn je er toch nog toe te doen.'

Rob Malasch Beeld Foto: Linda Stulic
Rob MalaschBeeld Foto: Linda Stulic

Een ontbijtzaal in een hotel in Essen op de ochtend van de première van De stille kracht. De crew van Toneelgroep Amsterdam zit aan tafel, en Rob Malasch (68) is er ook. Koning van het Amsterdamse margetheater in de jaren tachtig, voormalig theaterrecensent, succesvol galeriehouder en nu, in deze productie naar de roman van Louis Couperus: edelfigurant. Hij speelt een van de bedienden van de Indische regent Raden Adipati Soerio Soenario, een tekstloze rol.

Met een broodje in de hand loopt hij naar Van Hove en zegt, met een uitgestreken gezicht: 'Ivo, ik heb er gisteren na de repetitie heel goed over nagedacht, maar ik ben er niet uit. Zal ik me laten opmaken als een Thaise ladyboy, met felrode lippen, roze wangetjes en valse wimpers, of, om het nog actueler te maken, als Zwarte Piet?' Waarop Van Hove hem verbijsterd aankijkt en zegt: 'Als jij het in je hoofd haalt om make-up op te doen op het toneel, sleur ik je er persoonlijk vanaf.'

Bulderende lach in zijn Amsterdamse appartement. Beroepsprovocateur Malasch is net terug uit Essen, en de eerste recensies zijn binnen. 'Trouw was heel enthousiast. De Volkskrant iets minder.'

Een botsing tussen teksttoneel en performance, noemde Hein Janssen het in deze krant. Wat zou Rob Malasch hebben geschreven als hij nog recensent was geweest?

'Ik zal je een leuk voorbeeld geven. Na afloop van de eerste lezing van De stille kracht kwam een actrice naar me toe, hoe heet ze, ik moet even het programmaboekje erbij zoeken: Marieke Heebink. Die zei: 'Je hebt me na mijn allereerste rol zo de grond in geboord dat ik bijna niet meer het toneel op durfde.' Nou ja! Het was Platonov van Tsjechov, een voorstelling van vier uur; na twee uur was ik er al helemaal klaar mee. Ik heb geen woord van het hele stuk verstaan.'

Maar hoe zou u deze De stille kracht hebben gerecenseerd?

'Wat kan ik zeggen? Ik ben onderdeel van het geheel. Het is een spectaculaire voorstelling, dat staat buiten kijf. Maar het blijft toneel-toneel. Je moet ervan houden.'

Het begon met een telefoontje van castingdirector Hans Kemna, twee maanden geleden. 'Popje,' had die gezegd, 'mag ik je wat vragen?' Of hij auditie wilde doen voor De stille kracht. Het bleek geen probleem dat Malasch geen tekst kon onthouden. Ook niet dat hij niet kon acteren. Van Hove, zijn overbuurman, had meteen gezegd: je bent door.

Hoe komt iemand die het toneelwereldje een burgerlijk bolwerk noemde en in zijn hoogtijdagen zei 'niet van plan te zijn zoete broodjes te bakken met de leiding van een repertoire-gezelschap', bij Toneelgroep Amsterdam terecht?

'Hahaha.'

Serieus ineens: 'Ja, zo kan het lopen.'

Een instituut waar u vroeger tegenaan zou hebben geschopt.

'Maar welke oude man van 68 wordt nog voor zoiets gevráágd? Dan schijn je er toch nog toe te doen.'

In het Amsterdam van de jaren tachtig zette hij met zijn performancevoorstellingen de toneelwereld op zijn kop. 'Ik was in staat met een sinaasappelschil en een elastiekje een voorstelling te maken.' The man in the raincoat, The photographer, Dionysos in '90, Kafka ist immer gut. 'Opzettelijke klunzigheid en visuele poëzie wisselen elkaar af in dit zoveelste ongrijpbare werkstuk van Rob Malasch', schreven de recensenten, of: 'Rob Malasch had weer eens een acteur opgeduikeld met hersenletsel.' Mocht het nu lijken alsof hij niet serieus werd genomen - dat was wel degelijk het geval. Hij werkte samen met Philip Glass, Robert Wilson, Laurie Anderson. The photographer, een opdracht van de koningin, werd opgevoerd tijdens het Holland Festival.

Het was een andere tijd, erkent hij. 'Als ik het tijd vond voor iets groters belde ik gewoon met de directeur van Carré en zei ik: 'Als u in de agenda kijkt welke dagen nog vrij zijn, kom ik wel met een voorstelling.' Geen idee waar die over moest gaan en met wie ik zou gaan werken, maar dat vonden ze geen probleem. Zoiets hoef je nu niet meer in je hoofd te halen.'

Vergelijk dat eens met hoe het er bij Toneelgroep Amsterdam aan toegaat: 'Dat is geen toneelfamilie, maar een bedrijf van honderd man dat heel strak wordt geleid. Ze werken zich allemaal de pleuris. Ik heb echt bewondering voor die mensen gekregen.'

De stille kracht

Met De stille kracht schreef Louis Couperus in 1900 een visionaire roman over Nederlands-Indië, over de botsing tussen Oost en West, tussen de Nederlandse kolonisator en de Indische cultuur, over de onmogelijkheid de Europese beschaving in de tropen vol te houden.

De stille kracht: 'Op Java noemen ze het 'dat waar je niet over spreekt'. Het is overal, het schuilt in de grond, sist in de vulkanen, het komt aanwaaien, het rolt aan met de donder, het zweeft van ver uit de horizon over de eindeloze zee...'

De stille kracht die de Nederlanders tegenwerkt staat symbool voor

de mysterieuze Javaanse cultuur en het onafwendbare verzet tegen de Nederlandse overheersing, dat minder dan vijftig jaar na het verschijnen van de roman zou leiden tot de onafhankelijkheid van Indonesië.

Hoe was het om door Ivo Van Hove geregisseerd te worden?

'Ivo heeft zich weinig met de figuranten bemoeid, dat deed Jan Versweyveld, de scenograaf. Het enige dat Ivo tegen me heeft gezegd was: 'Je moet aanwezig afwezig zijn. Dus ben ik een bediende die knikt en buigt, en intussen denkt: gaat u maar lekker uw gang, mijn tijd komt nog wel.

Hij is zelf geboren in het voormalig Nederlands-Indië als kind van Indische ouders. In 1954 vluchtte het gezin Malasch naar Nederland. Vader en moeder en zes kinderen gedropt in Middelburg, net na de watersnoodramp. Het ontheemd zijn kent hij heel goed. 'Ik ben zo displaced als wat. Als lijfsbehoud heb ik me altijd heel superieur opgesteld. Ik dacht: als er gediscrimineerd moet worden, doe ik het zelf wel.'

Hoe Indisch voelt u zich?

'Ik ben opgegroeid in een fantastische familie, maar het was een Indische gouden kooi van gezelligheid en lekkere hapjes, zwaar en drukkend. Ik heb daar bewust afstand van genomen. Maar het gekke is: hoe ouder ik word, hoe meer affiniteit ik krijg met het Indische.'

Kleine eigen inbreng van Malasch in een voorstelling waarin de Nederlanders uiteindelijk het hoofd moeten buigen voor de stille kracht van de inlandse bevolking: dat hij het tafellaken, een Nederlandse vlag, op een gegeven moment zó opvouwt dat het de Indonesische vlag wordt, dus zonder de blauwe reep stof. 'Ik probeer altijd een conversation piece te creëren, iets waarover mensen gaan praten. In die kleine handeling zit een vooruitwijzing naar de onafhankelijkheid die decennia later zou worden uitgeroepen.'

Volgend jaar wil hij zíjn versie van De stille kracht brengen. Gewenste locatie: de Stadsschouwburg. Gewenste cast: 'De acteurs waarmee ik nu speel. Maar die zullen wel te druk zijn.' En voor wie denkt dat het allemaal modern, abstract en onbegrijpelijk wordt: 'Dat dus juist niet. Ik hou ervan mezelf te verrassen. Dus het wordt een aangenaam soort musical. Met een gamelan, wayangpoppen, en mooie mensen. En Philip Glass vraag ik voor de muziek.'

De Stille kracht, Toneelgroep Amsterdam, vanavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg, voor speellijst: tga.nl

Rob Malasch Beeld Foto: Linda Stulic
Rob MalaschBeeld Foto: Linda Stulic
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden