‘Het blijft een ordinaire supermarkt’

De jaarlijkse fotobeurs Paris Photo heeft twee gezichten. Dat van de commercie en dat van de zoektocht naar nieuwe ontdekkingen....

‘Een paar jaar geleden was het hier nog leuk, toen kon ik nog wel eens iets moois kopen voor duizend dollar. Maar nu? Mijn salaris stijgt veel minder hard dan de prijzen van de foto’s hier.’ Verzamelaar Michael Blasgen uit Californië valt bij de opening van fotobeurs Paris Photo, woensdagmiddag, van de ene verbazing in de andere.

Neem de foto van een zwart meisje in een gele jurk, gemaakt door William Eggleston. Was vier jaar geleden nog te koop voor tienduizend dollar. Nu moet hij volgens het kleine kaartje ernaast het tienvoudige opleveren. ‘Voor een meisje in een gele jurk.’

De tiende editie van Paris Photo, dat gewoontegetrouw plaats vindt naast het Louvre, is groter dan ooit. Er is werk te zien van meer dan vijfhonderd fotografen, te koop bij bijna negentig galeries. Vorig jaar passeerden veertigduizend bezoekers de aan het begin van de beurs opgestelde auto van hoofdsponsor BMW. Dit jaar staat er de peperdure BMW 335 i Coupé te glimmen.

Paris Photo is een beurs met twee gezichten. Dat van het geld, dat zich vooral woensdag bij de opening laat zien, en dat van de zoektocht naar nieuwe ontdekkingen, die op donderdag plaatsvindt. Woensdagmiddag om vier uur is het druk, om zeven uur wordt het ellebogenwerk. Dan staan er dollar- en eurotekens in de ogen van de bezoekers, dan vallen de nog steeds stijgende prijzen op, vooral van vintagefotografie en van fotoboeken.

Er is meer oud werk te koop dan ooit. Talbot Fox, Alphons de Meyer, Man Ray, Bill Brandt, William Klein, Thomas Struth, Daido Moriyama, Weegee, de hele canon hangt er. Diane Arbus gaat over Eggleston heen: haar foto van een jongetje met een nep-handgranaat moet 120 duizend euro opleveren.

De Nederlandse galeriehouder Jurriaan van Kranendonk uit Den Haag heeft dit jaar een kleinere stand. Hij heeft moeten inleveren ten gunste van de oude namen. ‘De vintage-golf is groter geworden. Des te belangrijker dat hier ook mensen staan met nieuwe namen.’ Toch is het dit jaar beter gesteld met het aanbod, vindt hij. ‘Ik heb nu al interessanter werk gezien dan vorig jaar.’

De donderdag is de dag waarop het tempo wat minder gejaagd is. Nederland is goed vertegenwoordigd, onder andere door studenten van de St Joost in Breda en van de master Photography in Leiden. Veel aandacht trekt Tomoko Sawada, met haar reeks van fotoportretten van schoolmeisjes. Ze levert er commentaar mee op de uniforme Japanse samenleving. Het verrassende is dat ze op ieder portretje zelf staat, met net een andere uitdrukking en haardracht. Verrassend is ook het werk van de Italiaan Giacomo Costa. Hij fotografeert steden, maar manipuleert ze in de computer zo dat er stadslandschappen ontstaan die doen denken aan het utopische New Babylon van Constant, maar dan na een atoomoorlog.

De landen die dit jaar extra aandacht krijgen zijn Finland, Noorwegen, Zweden en Denemarken. Maar aan deze landenpresentatie, het zogeheten ‘Statement’, doen maar zes galeries mee, dus kan er moeilijk worden gesproken van een uitputtend overzicht. Ondanks de pogingen om een gemeenschappelijke noemer te vinden, valt vooral de verscheidenheid van het werk op.

De Zweedse Charlotte Gyllenhammar hangt vrouwen op aan hun voeten. Ze fotografeert ze van onderaf, waardoor ze juist in de diepte lijken te vallen. Het werk is tegelijkertijd dromerig en dreigend. Veel aardser is het werk van het Deense echtpaar Trine Sondegaard en Nicolai Howalt, dat jachttaferelen fotografeerde. Op een van de levensgrote foto’s staat een bos met kale bomen. Links onderin is een schim van een vos te zien, rennend voor zijn leven.

Eigenaar Martin Rogge van Flatland Gallery zit donderdagmiddag te glimmen in zijn stand. Het werk Venus van Ruud van Empel – naakte zwarte meisjes als Venus – vliegt weg. Van Empel krijgt tentoonstellingen in Frankrijk, de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland. ‘Dankzij de contacten die ik hier de afgelopen tien jaar heb opgedaan. Niemand komt naar Nederland, iedereen komt hier.’

De mix van 19de-, 20ste- en 21ste-eeuwse fotografie is volgens hem juist een voordeel. ‘Prachtig toch om het Venetië van 1850 te zien?’ Dat Paris Photo niet alleen de avant-garde laat zien, is volgens hem logisch. ‘Hier staan kost veel, dat moet je er wel uit kunnen halen. En een beurs is nu eenmaal geen museum. Het blijft een ordinaire supermarkt. Maar wel met een heel groot internationaal bereik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden