Het bijbelverhaal op de buitenmuur

Tot de bergtoppen van Moldavië reikte het vernietigende werk van Ceausescu niet. Hoe hoger je gaat, hoe meer de mensen zichzelf zijn gebleven....

Taramtaramtaram, te paard trokken de invasies door de Donauvlakte en noordwaarts, over de Karpaten. Ieder Roemeens schoolkind kan het rijtje opzeggen: Gohugeavslabuhocuta. In die volgorde bezetten zij het gebied dat nu Roemenië heet. Goten, Hunnen, Kelten, Avaren, Slaven, Bulgaren, Hongaren, Cumanen en Tartaren. De Cumanen, Turken, waren het taaist. Zij kwamen keer op keer terug en stootten uiteindelijk door, tot Wenen.

Geen wonder dat Vlad de Spiezer, ook wel graaf Dracula genaamd, een grote rol speelt in het Roemeense volksgeloof. Vlad maakte het woud ondoordringbaar door boomstammen te veranderen in spiezen, waarover de paarden struikelden. Ze wierpen hun Turkse berijders af en die bleven machteloos hangen, doorboord door de puntige boomstronken. De naam van een landstreek in Zuid-Roemenië herinnert aan de faam die het gebied ooit had: Teleorman, het gekke bos.

Dan Popescu, chirurg van beroep en Roemenië-kenner uit liefhebberij, vertelt over de tactiek die het indringers onmogelijk maakte te overleven. De bewoners brandden hun eigen dorpen plat en vergiftigden hun bronnen, om zich daarna terug te trekken in het bos. Daar kwamen ze pas weer uit als de vijand verdwaald, verslagen en gespiesd was.

In de ban van Popescu's vertelkunst taxeren wij het naaldwoud tegen de hellingen waar we langs rijden, op ondoordringbaarheid. In die donkerte, hoog boven de weg, leven beren. Toen de Turken het gebied de naam 'ondoordringbaar' gaven, was er vier keer zoveel van dit onontgonnen woud als nu.

De tocht die wij maken, leidt naar dorpen op een hoogte van acht- tot twaalfhonderd meter. We rijden op wegen die meestal geasfalteerd zijn, wat verbazingwekkend is in een land dat er voor de rest uitziet als een bewoond openluchtmuseum. Ossen trekken de wagens met aardappelen en hooi. In smidsen met open vuren, aangewakkerd door blaasbalgen, worden hun hoefijzers vernieuwd. Voor huizen, versierd met houtsnijwerk, spinnen oude vrouwen de wol van de schapen die een eindje verderop grazen. Achter de ramen staan de weefgetouwen waarop die wol verwerkt wordt tot de kleurige lappen waarmee ze zichzelf en hun kamers aankleden. Ook het linnen voor de lakens komt van eigen land.

Hier, in de bergen van Moldavië, wonen nog de kleine autonome boeren aan wie dictator Ceausescu zozeer de pest had. 'De wakende eik van de Karpaten' - zo luidde een van de megalomane titels die hij zich aanmat - kwam niet zo hoog met zijn 'systematisering' van de landbouw. In makkelijker toegankelijke gebieden zijn onder zijn bewind, dat eindigde in december 1989, veel dorpen weggebuldozerd. In plaats van de boerderijen kwamen 'agro-industriële centra', slecht gebouwde flatwijken waarin de boeren als onmondige landarbeiders werden opgeborgen.

Hoog in de bergen kennen ze die nachtmerrie alleen maar van horen zeggen. Als kleine zelfstandigen hebben ze altijd hun kleden en houtsnijwerk aan voorbijgangers verkocht, ook toen het communisme de handel ten eigen bate had afgeschaft. Kamers verhuren mocht niet meer, maar wat doe je, als een vreemdeling aanklopt die niet verder kan omdat het donker wordt?

In de buurt van de grote steden overwon de angst voor verraad de oude gebruiken van gastvrijheid. Maar hoe hoger je komt, hoe meer de mensen zichzelf bleven. 'Het was bijna zover gekomen dat we ons huis en onze beesten moesten verlaten', vertelt de boer bij wie we een kamer huren, 's avonds bij de pruimenjenever. 'In Dragomirna, bij het klooster dat jullie bezochten, zou een agrocentrum komen.' De dreiging en de angst hebben ze allemaal gekend. Griezelverhalen uit het recente verleden.

Hoe lang zal het duren voordat de gruwelen van een communistisch bewind in de ergste, stalinistische vorm zich in de overlevering gaan mengen met de Dracula-verhalen?

Roemenen houden hun mythen in ere. Het debat over welk kasteel de historisch juiste woonplaats was van Vlad Tepes, alias De Spiezer, alias Dracula, duurt al eeuwen. En in sommige bergdorpen staan op de graven niet alleen de kruizen die de orthodoxe kerk er bracht, maar ook de voor-christelijke symbolen van de Daciërs.

Terwijl de Romeinen er hun tempels bouwden en later de Grieks-orthodoxe kerk haar kloosters, bleef in de meest geisoleerde bergstreken de 'heidense' erfenis van de Daciërs doorsmeulen.

Tot die heidense erfenis behoren niet alleen de zon en de maan, symbolen van het mannelijke en het vrouwelijke, maar ook de carnavaleske koppen die soms opduiken in het houtsnijwerk aan de poorten van boerderijen en kerkhoven. Dokter Popescu heeft op een van zijn vele tochten langs de bergdorpen een ritueel meegemaakt waarbij familieleden met gekke maskers rond een sterfbed zaten om de dood om de tuin te leiden. Toen dat niet gelukt was, leidde de pope van de orthodoxe kerk gewoon de begrafenis.

Dankzij de Griekse en Romeinse geschiedschrijvers is het nodige bekend over de Thracische stammen die zo'n drie eeuwen voor Christus het gebied rond de Donau bewoonden. Over een van deze stammen, de Daciërs, krijgt ieder Roemeens kind in de geschiedenisles te horen dat het de 'oer-Roemenen' waren. Na twee zware veldtochten van keizer Trajanus slaagden de Romeinen er in 107 na Christus in om het rijke Dacië tot een provincie van het Romeinse Rijk te maken. Het was een buitengewoon aantrekkelijke provincie: er viel goud, zilver en koper te winnen en de grond was vruchtbaar. De handel bloeide, er verrezen Romeinse steden. De oorspronkelijke bevolking nam niet alleen de gebruiken over van de nieuwe heersende klasse, maar ook de taal, het Latijn.

Door de eeuwen heen bleven de Roemenen een taal spreken die voortkwam uit het Latijn. De Romeinse overheersing liep af in de derde eeuw, maar alle achtereenvolgende invallers (gohugeavslabuhocuata) kregen het niet voor elkaar om de Romaanse taal en gebruiken te verdrijven. Het huidige Roemenië, in 1859 ontstaan door samenvoeging van de twee kleine landen Walachije en Moldavië, is een Romaans eiland temidden van Slavische en Germaanse landen.

Orthodoxe nonnen in zwart habijt maaien gras met de zeis en maken hooibergen in een ommuurde kloostertuin. Een miniatuur uit een middeleeuws getijdenboek. Maar het plaatje beweegt en de nonnen zijn jong; de kloosters hebben een nieuwe aantrekkingskracht nu het geloof weer mag. Niet dat de Roemeens-orthodoxe kerk ooit is weggeweest. Aanvankelijk verzette een aantal popes zich tegen het communistisch regime. Zij werden 'martelaren voor het geloof'. Vervolgens paste de kerk zich aan. De popes waren niet meer te vertrouwen want een deel was in dienst van de Securitate en verraadde de gelovigen door aan de geheime dienst over te brengen wat hen in de biecht was toevertrouwd.

Tot de concessies die dictator Ceausescu aan de Roemeens-orthodoxe kerk deed, hoorde het verplaatsen van een compleet kerkje in het centrum van Boekarest. Steen voor steen werd het afgebroken en weer opgebouwd, aan de rand van het grote gat dat hij liet slaan in het oude centrum van de hoofdstad. Andere gebouwen, historisch even waardevol, moesten verdwijnen om plaats te maken voor zijn protserige paleis, naar het model van het Witte Huis.

Vijf kloosterkerken in de Boekovina, in Noord-Roemenië, horen tot de toeristische toppers van Roemenië. Ze zijn van buiten beschilderd met bijbelse stripverhalen. De fresco's, schilderingen die aangebracht werden in een nog natte kalklaag, hebben vijf tot zes eeuwen weer en wind getrotseerd. Althans aan de zuidkant, waar ze het meest beschut lagen. Aan de noordkant zijn ze meestal weggevaagd, op enkele flarden na. Des te groter de verrassing als om de hoek plotseling een herkenbaar schilderij opdoemt, aangetast door de tijd, maar naar het zuiden toe steeds gaver.

Waarom in de vijftiende en zestiende eeuw juist in de Boekovina kerken aan de buitenkant werden beschilderd, weet niemand. De theorie dat de bevolking 'een bijbel in beelden' nodig had omdat ze de taal van de priesters kon lezen noch verstaan, is als verklaring niet toereikend. Middeleeuwse christenen in West-Europa konden het Roomse kerklatijn net zo min verstaan als de bewoners van de Boekovina het kerkslavonisch en toch schilderden die hun aanschouwelijk onderricht alleen op de binnenkant van de muren.

Op zondag zingen de gelovigen, opgeroepen door klokgebeier, de mis volgens de riten van de orthodoxe kerk. De popes voeren het eeuwenoude theater op rond het altaar, dat in deze kerken niet zichtbaar is, maar verstopt achter deurtjes vol iconen.

De kerken zijn klein; wie niet meer binnen kan, volgt buiten de mis en ziet op de muur wat hij moet doen om in de hemel te komen. Dat is een hele toer want bij iedere sport van de Jacobsladder loert een nieuwe zonde. Heerscharen engelen kijken toe, klaar om de zondaar van de ladder te duwen, in de klauwen van de baarlijke duivels die hen naar het hellevuur sleuren. In de diverse hellen van de Boekovina zitten opvallend veel mannen met hangsnorren en tulbanden: de gehate Turkse invallers.

Op de dag van het laatste oordeel, als de doden uit hun graven opstaan, voegen afgeslagen koppen zich weer bij de onthoofde lichamen. Leeuwen, tijgers en krokodillen komen de lichaamsdelen terugbrengen die zij er tijdens het leven hebben afgebeten. De herrezen doden worden vervolgens gewogen. Samengepakt zitten zij in het bakje van een weegschaal, als sprotjes bij de visman.

Eén keer wordt het middeleeuws wereldbeeld verstoord door het flitslicht van de fotograaf. Een woedende moeder overste stuurt ons het klooster uit.

De alleroudste kerken zijn van hout, zonder fresco's en zonder moeder overste. Door de week haal je de sleutel thuis bij de koster, die tevens boer is. Ze horen niet tot de toeristische toppers en er zijn geen fraaie fotoboeken over gemaakt maar alleen een degelijk wetenschappelijk werk in het Roemeens. Fijnproevers, zoals onze gids de chirurg, weten deze bescheiden monumenten te vinden.

'C'est de la joie pure que je vous donne', heeft de Roemeense beeldhouwer Brancusi eens gezegd. 'Ik geef u pure vreugde.' Dat gevoel komt onverwacht over mij bij het zien van een houten kerkje, gebouwd in 1353 in het bergdorp Jehud. Alles klopt hier en het maakt niet uit of het 1353 is of 1996. Het gebouwtje komt als vanzelfsprekend voort uit het landschap. De oker en bruinrode sienna in de olieverf, waarmee de veertiende-eeuwse meester zijn heiligen en engelen op de binnenkant van het hout schilderde, herhalen zich in de herfstbladeren van de bomen achter de kleine, kleurloze ramen.

Een uit hout gesneden koord rondom de kerk houdt het bouwwerk als het ware bij elkaar. Dat koord keert terug naast de houten grafkruizen onder de eeuwenoude bomen. Van Brancusi (1876-1956), een van de grote beeldhouwers van de twintigste eeuw, wordt gezegd dat hij als basis voor een deel van zijn werk de archetypische vormen van het houtsnijwerk uit zijn geboortestreek gebruikte. Terwijl Picasso en andere tijdgenoten 'primitieve' culturen bestudeerden in volkenkundige musea, kon de zoon van een Roemeense boer en een weefster terugvallen op het grote openluchtmuseum waarin hij opgroeide.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden