HET BESTE BACHORGEL

De Nederlandse Bachvereniging ontwierp een orgelserie 'met de allermooiste Bachorgels die Nederland rijk is'. Geselecteerd werden orgels in Maassluis, Alkmaar, Amsterdam, Groningen, Maastricht, Kampen en Zutphen....

SNOEKBAARS, ansjovis, citroenschilletjes: wat J.S. Bach, betrouwbaar orgeladviseur, in de goede stad Halle te eten kreeg, dat weten we. Maar wat voor tongwerken en roerfluiten Bach in Halle kwam testen, daar moeten we naar raden.

Toen ze er klaar waren met een nieuw orgel, werd de 31-jarige Bach uit Weimar erbij gehaald om het instrument uit te proberen. Zo'n laatste keuring was van evident belang. Een commissie liep het instrument pijp voor pijp na, waarbij de aanwinst niet alleen werd gecontroleerd op frauduleuze metaallegeringen, maar vooral ook op de vraag of het voldoende wind in de longen had. Bach deed het werk samen met collega Rolle uit Quedlinburg, en de toenmalige Thomaskantor uit Leipzig, Johann Kuhnau. De procedure werd afgerond met een etentje.

De spijskaart bleef bewaard ('spritskoeken, kersen op sap, warme aspergesalade, kropsla, radijsjes. . .'). Het orgel niet. Van het instrument in Halle resteert alleen de kas. Een lege huls.

Het beste Bachorgel. Waar staat dat?

Niet zomaar een vraag, nu het Bachjaar 2000 is aangebroken, en geen organist of orgelbouwer aan de majesteit voorbijgaat.

In de Bachstad Leipzig verkneukelt Ulrich Böhme, organist van de Thomaskerk, zich in 'het spannendste jaar van mijn leven' op de inwijding van eine grosse, recht schöne, gravitätisch klingende Bach-Orgel mit vielen Einzelklangfarben. Een gedroomd Bachorgel, gebaseerd op de 'geniale dispositie' die Bachs oom Johann Christoph Bach ooit ontwierp voor een beroemd orgel in Eisenach - waar inmiddels alleen nog de kas van over is.

De Duitse orgelmaker Woehl heeft het concept uitgewerkt, en is net begonnen met het installeren van de pijpwerken in de Thomaskerk. Woehl belooft dat het orgel een weids scala zal uitdragen: 'kernachtigheid, lieflijkheid' (fluiten, gemshoorn; tongwerken als de fagot), 'fanfare, cantabiliteit, Schmerz en Sehnsucht' (roerfluiten en quintadeen). Maar ook 'Erschütternde Grösse'.

Ook bij de Nederlandse Bachvereniging is lang over het beste Bachorgel gepiekerd. De Bachvereniging ontwierp een orgelserie 'met de allermooiste Bachorgels die Nederland rijk is'. Geselecteerd werden zeven orgels, in Maassluis, Alkmaar, Amsterdam, Groningen, Maastricht, Kampen en Zutphen.

Ook Piet Kee, de voormalige stadsorganist van Haarlem, heeft er zich een carrière lang het hoofd over gebroken. Volgens Kee sluit niet één orgel uit de contreien waar de Thüringse organist Bach heeft gewerkt aan op de belevingswereld van de componist Johann Sebastian Bach. 'Bij alle Bachplaten die ik heb gemaakt, heb ik me steeds weer afgevraagd: waar doe je dat dan. Ik heb flink wat rondgekeken.'

En bijna altijd kwam Piet Kee weer uit in Haarlem. Het Müller-orgel in de oude Bavo.

In de selectie van de Bachvereniging komt Haarlem niet voor. 'Ik ben er de man niet naar om ruzie te maken', zegt Kee. 'Maar als het Severins-orgel in Maastricht iets te maken heeft met Bach, kan ik er wel tientallen noemen.'

Voor Wim van Beek, organist van de Groningse Martinikerk, is het duidelijk. Het beste Bachorgel staat in Groningen: 'In de Martinikerk.' Daar staat het Schnitger-orgel voor 'buitengewone veelkleurigheid'. De grandioze holpijpen, van 'bijna honderd procent lood'. De unieke baspijpen uit 1697. Van Beek: 'De enige originele 32-voets-prestanten die bewaard zijn gebleven van de bouwer Arp Schnitger.'

Even duidelijk is het voor Ewald Kooiman, organist en hoogleraar Orgelkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, dat het ware Bachorgel in Duitsland staat. 'Een Bachorgel', luidt Kooimans definitie, 'is een orgel waar Bach op gespeeld heeft.' Of: 'Een Bachorgel is een orgel waar Bach zich lovend over heeft uitgelaten.'

Waarschijnlijk geen van beide, maar toch vallend onder de Midden-Duitse Bachsfeer is het orgel dat Kooiman uitkoos voor de finale van zijn net voltooide cd-cyclus met alle orgelwerken van Bach: voor zijn laatste opnamen koos hij het orgel in Waltershausen in de voormalige DDR, gemaakt door de Thüringse orgelbouwer Trost. 'Het best bewaard gebleven. Twee jaar geleden gerestaureerd. Een fascinerend klankbeeld, heel anders dan we gewend zijn. Mild, zilverig.'

Steen der Wijzen voor Bachvorsers, is het veelgeciteerde keuringsrapport waarin Bach zich lovend uitlaat over een orgel in Mühlhausen. Tussen de regels word je een ideaal gewaar. Van Lieblichkeit, maar óók van Gravität - herontdekt toverwoord voor restaurateurs, orgelbouwers en organisten. Maar de bijbehorende klanken bestaan niet meer in Mühlhausen.

Lastig, vindt de Nederlandse organist Leo van Doeselaar, Professor Van Doeselaar voor zijn studenten aan de Hochschule van Berlijn. 'Bach vond van dat orgel in Mühlhausen, dat de orgelstrijkers zo admirabel met elkaar concordiren. Dat vond hij belangrijk, dat de acht- en viervoetsregisters die strijkinstrumenten vertegenwoordigen volmaakt met elkaar samengaan. Maar dat soort strijkregisters vind je bijna nergens in Duitsland, en in Nederland al helemáál nergens. Alleen in het Amsterdamse Concertgebouw. Maar ja, dat is een romantisch orgel.'

Van Doeselaar gaat binnenkort op orgeltocht door Midden-Duitsland, met studenten. Het vizier zal worden gericht op orgels van de Thüringse bouwer Gottfried Silbermann, een goede bekende van Bach. Van Doeselaar: 'Het mooiste Silbermann-orgel dat ik ken staat in de Dom van Freiberg, vlakbij Dresden. Prachtig, zowel in het plenum als in de afzonderlijke stemmen. Gravitätisch én subtiel. En heel ''vocaal''. '

Voor VU-hoogleraar Kooiman moet het maar eens afgelopen zijn. Silbermann - 'flauwekul'. 'Het klankbeeld is erg Frans gekleurd. De pedaalomvang is ook kleiner dan je voor Bach nodig hebt.'

Kooiman houdt het op de 'doorzichtige' klanken van de bouwer Trost - een baken dat ook de goedkeuring wegdraagt van Hans Fidon, hoofdredacteur van Het Orgel, orgaan van de Koninklijke Nederlandse Organistenvereniging. Kooiman: 'Bij Trost vind je de concorderende strijkers.'

Jammer dat het Trost-orgel in Altenburg, waarvan Bach het klavier ooit met zekerheid beroerde, gerestaureerd is in de jaren zestig. Kooiman: 'Helaas te vroeg. Volgens methoden die nu verworpen zijn.'

Volgens Hans Leenders, organist van de OLV-basiliek in Maastricht, staat er in Altenburg geen enkele Trost-pijp meer in de orgelkas. Leo van Doeselaar: 'Geen Silbermann, liever een Trost, maar dan in oorspronkelijke staat - je kunt het zó ver preciseren dat er niets meer overblijft.'

Maar dan is er altijd nog Naumburg, in de niet meer bestaande DDR. Waar nú de tijd rijp is voor de restauratie van het grote Hildebrandt-orgel, waar de oude Bach in de jaren 1740 adviseerde, met voldoening naar het schijnt. Kooiman: 'Het rugwerk is al klaar. Schitterend.' Hans Fidon: 'De eerste berichten zijn negatief.'

Nederland dan maar. Volgens Hans Christiaan Steketee, directeur van het Nederlands Instituut voor Orgelkunst, staat er in Nederland geen Silbermann-orgel. Wel een paar mislukte kopieën. En, uiteraard, een 'rijkdom aan orgels, gebouwd onder invloed van de Noord-Duitse traditie'.

Een traditie waar Bach zeker zo veel respect voor had als voor de Midden-Duitse van Silbermann - zegt Rudi van Straten, die als orgel- en klokkendeskundige van de Rijksdienst voor Monumentenzorg toezicht houdt op tweeduizend historische instrumenten. Waaronder de zeven die de Bachvereniging selecteerde als de fraaiste Bachorgels van Nederland. Van Straten: 'Het ideaal ligt ergens in het midden.' Zijn favoriet in Nederland is het Van Hagerbeer-Schnitgerorgel in Alkmaar. 'Een mix van Noord- en Midden-Duits, met Hollandse invloeden.'

Maar volgens de organist en muziektheoreticus Gert Oost staat het beste Nederlandse Bachorgel in de Arnhemse Eusebiuskerk. 'Ook heel mooi is het orgel in de Haagse Lutherse Kerk'. De Utrechtse organist Rob van der Hilst vindt het Koenigsorgel in de Nijmeegse Stevenskerk 'het enige dat in de buurt komt'.

Alle andere orgels in Nederland zijn als Bachorgel een compromis, vooral het (geselecteerde) orgel in de Amsterdamse Nieuwe Kerk, vindt Van der Hilst. 'Vanwege al die pijpverdubbelingen in de hoge registers. Die pasten de bouwers toe omdat de organisten hier een heel andere taak hadden dan in de wereld van Bach, namelijk de gemeentezang begeleiden.'

Van der Hilst heeft bij de stad Amsterdam het idee gedeponeerd van een gedroomd Bachorgel in de Zuiderkerk. 'Eventueel te realiseren door Gerald Woehl, na zijn ervaring in Leipzig.' Een inmiddels overleden 'rijke man uit de Veluwe' kwam in 1985 al bij Van der Hilst met zo'n Bachorgeldroom. 'De toenmalige Bachvereniging heeft dat genegeerd.'

Leo van Doeselaar was de man die voor de Bachvereniging de zeven orgels uitkoos. Hem doet het pijn dat Helmond en het 'schitterend gerestaureerde Müllerorgel in Leeuwarden' er niet bij konden. Van Doeselaar: 'Theoretisch heeft Nederland geen enkel Bachorgel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden