INTERVIEW

'Het bestaan als cabaretier is funest voor mijn geluk'

Als cabaretier vond hij zichzelf totaal ongeschikt. Twintig jaar stond hij op het podium, meer dan drie jaar geleden nam hij afscheid en nu is hij terug. Maar waarom, in godsnaam?

Kees Tom: 'Het bestaan als cabaretier is funest voor mijn geluk.' Beeld Erik Smits

Kees, 3,5 jaar geleden... 'Op 5 mei 2012. Dacht ik verlost te zijn.' En nu... '...wil je weten wat er toch is gebeurd?'

Cabaretier Kees Torn (48) was in 2012 vol overtuiging gestopt, die 5de mei was de datum van zijn afscheidsvoorstelling. Na negen soloprogramma's had hij niks meer te vertellen, zei hij. Zijn bestaan als kleinkunstenaar, met voorstellingen vol tobberige en taalvirtuoze liedjes aan de piano en wat prevelend gebrachte bespiegelingen ('je stem verheffen vind ik schunnig'), was misschien wel een vergissing geweest, tijdverspilling zelfs. Ach, die woordspelinkjes. Hij wilde meer tijd doorbrengen met vriendin José, inmiddels zijn echtgenote. Hij wilde een boek schrijven over wetenschap, want wetenschap, dat doet er tenminste toe. Het voelde als een bevrijding. De tunnel uit, het licht in.

Maar ziedaar, hij gaat weer de planken op, nu als de helft van een duo, samen met vriend en collega Onno Innemee. Op het festival Cameretten, tijdens de halve finale op 27 november in Rotterdam, geven ze een voorproefje van het programma Eraf met dat dak, waarmee ze begin volgend jaar op tournee gaan. 'Amanuensissen, dat had ik een betere titel gevonden. Onno vond het een te moeilijk woord. Eraf met dat dak, zoiets roept Frans Bauer of Marco Borsato. Feest! De beuk erin! Whaaah! Alles wat wij juist niet doen, dat is de grap. Ach, ik heb er vrede mee, de titel doet er niet zoveel toe.'

In een rood jack en met een sigaar in de mond houdt hij deze novembermiddag halt onder de luifel achter een café-restaurant in Leidschendam, op loopafstand van de flat die hij deelt met José. Nee, hij gaat liever niet naar binnen. 'Hier kan ik roken.' Italpop en terrasverwarmers moeten het behaaglijk houden, maar de keus valt op een tafeltje in het schootsveld van een milde herfstbries. Beter om de drie minuten de brand in de rookwaar dan de kwelling van lege liedjes. Bier smaakt ook in winderige omstandigheden. 'Jammer alleen dat het Heineken is.'

CV Kees Torn

1967 Geboren in Maassluis.

1991 Debuut met Gerrie Hondius in Kees en ik.

1994 Winnaar Leids Cabaret Festival.

1995 Debuut soloprogramma Laat maar waaien.

1999 Annie M.G. Schmidtprijs voor het lied Streepjescode.

2007 Poelifinario voor Dood en Verderf.

2012 Afscheid met Loze Kreten, zijn negende solovoorstelling.

2016 Eraf met dat dak met Onno Innemee.

Dus, wat is er gebeurd?

'Dit was mijn plan: ik wilde mijn tijd besteden aan een boek waarin ik uitleg hoe wetenschappers weten wat ze weten. Hoe meten ze? Wat meten ze? Ik kan daar heel vrolijk van worden. Maar tijdens het bestuderen van de materie kwam ik erachter dat ik zelf geen wetenschapper ben. Als ik begin over deeltjes, weet ik niet waarover ik het heb. Het wordt uitgelegd in wiskunde en die taal begrijp ik niet. Om uit te leggen wat zwaartekracht is, of licht, of wat ons bij elkaar houdt, schiet taal enorm tekort. Niet geschikt om te beschrijven wat er gebeurt tussen fotonen, elektronen, atoomkernen. Ik heb het drie jaar geprobeerd. Veel gelezen, gestudeerd, colleges bekeken. Ik kwam er niet uit. Een lijstje met hoofdstukken had ik. Toen belde Onno. En toen heb ik maar ja gezegd.'

Overredingskracht

Het heeft Onno Innemee, vriend en collega, maanden gekost om Kees Torn te overreden weer op de planken te gaan staan. ‘Ik vond het zonde hem met al dat talent thuis te laten zitten en hoopte dat een duo hem kon verleiden. Waarom zou ik, als goede vriend, niet samen hem op het podium stappen?’ Innemee wist zich gesteund door Torns vrouw José, die ook vond dat haar man aan de slag moest.

Een terugkeer met hangende pootjes? Dat zou je zeker niet overkomen, zei je bij je afscheid.

'Zo ervaar ik het niet. Het is geen comeback. Het is wat anders.'

Was het gelijk: ja?

'Nee. Ik ben niet voor niks gestopt. Het bestaan als cabaretier is funest voor mijn geluk. Je bent alleen maar onderweg. Het reizen is verschrikkelijk. Zo'n avond zelf stelt niet zoveel voor, je kent je programma al. Na afloop kun je wel mensen ontmoeten, maar de meesten zijn toch saai.'

Allemaal redenen om het niet te doen.

'Ik heb wat afgeleden, man. Ik ben eigenlijk totaal ongeschikt voor dit vak. Cabaret was voor mij ook geen bewuste keuze, het was meer toeval. Iemand, Gerrie Hondius, had een pianist nodig. Zo kwam ik op het podium terecht en het bleek dat mensen dat grappig vonden. Maar ik heb me 20 jaar afgesloofd en opgeofferd om vreugde te brengen in het land, in Workum, Sittard, Capelle aan den IJssel en ik voelde geen enkele noodzaak meer. Verdiende rust wilde ik. Wat ook meespeelde is dat ik de leeftijd naderde waarop mijn vader stierf, hij is 51 geworden. Het zouden weleens de laatste jaren van mijn leven kunnen worden. En ik zag José bijna nooit. Ik wilde bij haar zijn. Zij is belangrijker dan cabaret. Misschien was dit wel de belangrijkste reden om cabaret te gaan doen: het meisje uit het publiek te ontmoeten met wie ik gelukkig zou worden. Dat gebeurde al snel, in 1997 al, twee jaar nadat ik was begonnen. Daar was ze, José! De drijfveer werd me eigenlijk toen al uit handen geslagen.'

Beeld Erik Smits

Maar waar zit nu de ommekeer?

'Nou ja, ik weet niet of dit voor de krant is, maar José was het spuugzat om mij elke dag blij op de vloer te zien zitten, tussen de boeken, een asbak naast me, en een halflege fles. Ik zat er gelukkig te zijn. Niks meer hoeven, nog drie jaar leven met een ton op de bank. Maar zij kwam gestrest thuis van haar werk, ze is stagebegeleider op een praktijkschool, voor kinderen met een laag IQ. Zij zei: ga eens wat doen.'

Begreep je dat?

'Nee. Ik snapte niet zo goed waarmee ze zich bemoeide. Ik zat er lekker. Dat zij vier dagen per week naar die school gaat, moet zij weten. Ze komt geregeld gefrustreerd thuis, ze is erg gedreven, en dan ziet ze mij daar zitten. Daar kan ze niet tegen. José zelf ontkent dat, maar ik zie het zo.'

Je doet het voor José en Onno, en niet voor jezelf?

'Zo is het niet helemaal. Ik ben niet meer alleen mijzelf, ik ben intussen ook de helft van een huwelijk geworden. Het is een beetje zoals ik ooit ben begonnen. Ik heb nooit geambieerd wat ik per ongeluk bereikte. En dit keer is het Onno die vraagt: zullen we eens kijken wat er gebeurt als we samen op het podium staan? Ik zit daar te niksen en denk: ach, waarom niet? Ik kan nee zeggen, en dan gebeurt er niks. Als ik ja zeg, gebeurt er misschien wel wat.'

Gebeurt er al wat?

'De vriendschap tussen Onno en mij verstevigt zich. We hebben het over van alles. Bestaat er zoiets als een vrije wil; een illusie volgens ons. Daarmee kunnen we het conflict met de zaal opzoeken. Het is leuk om mensen in verwarring te brengen door ze voor te houden dat ze niet uit zichzelf zijn gekomen, maar door een samenloop van omstandigheden. Dat is interessanter om het over te hebben dan 'er komt een vrouw bij de dokter'. We hebben het zeker niet over de vluchtelingen, daar valt weinig over te lachen. De buitenwereld blijft buiten. We hebben het over onze relaties. Ik heb een tweepersoonsliefdeslied geschreven, bijvoorbeeld. Onno en ik zingen onze geliefden toe. We zijn zo blij met onze vrouwen. Maar toen ik de tekst mailde, kreeg ik een niet voorziene reactie van Onno: leuke tekst, Kees, maar wij gaan uit elkaar. Er zijn nu regeltjes aan toegevoegd: het geldt niet meer, het is voorbij. Het werd er alleen maar leuker van. Er zit ook nog veel flauwekul in het programma. Kul moet.'

Het maken, het schrijven, bevalt dat je weer?

'Het is anders nu, ik kan Onno inzetten. Ik maak duetjes, dialoogjes, sketches. Twee mensen op het toneel zijn vaak interessanter dan één. Onno kan ook als een klankbord fungeren. Ik kan heel erge dingen zeggen, en dan kan hij me terechtwijzen. Nou, nou, Kees, toe maar. We zijn op de helft, zo'n beetje. We ontmoeten elkaar zo'n twee keer per week. Ik verheug me ontzettend op het avondvullende resultaat.'

En je zit wat minder op de vloer tussen asbak en fles?

'Schrijven doe ik sowieso het liefst 's nachts. Alleen dan bestaat rust. Ik staar overdag nog weleens uit het raam, ja, in mijn hoofd op zoek naar rijmwoorden, synoniemen, vergelijkingen, metaforen, grappen. Daar rook ik bij. Zonder sigaar zitten mijn vingers me in de weg. Alcohol helpt me over de drempel van zelfkritiek. Het eerste woord al, dat moet een knaller zijn, briljant, applaus! Dan loop je het gevaar meteen al vast te lopen. Het is vooral bier. Met whisky ben ik gestopt omdat ik er gek van word, ik begin te raaskallen. Van wijn val ik in slaap. Maar wat nu ook telt is dat ik ontzettend gelukkig ben als ik iets af heb. Als ik wekenlang op zoek ben naar de precieze formulering en ineens ontdek dat het gelukt is - hier staat het gewoon! - dan is het twee dagen een paradijs in mijn hoofd. Daarin deelt José dan ook mee.'

Zat er misschien toch wat koketterie in jouw afscheid: de gekwelde en niet altijd even goed begrepen kunstenaar groette zijn publiek?

'Ik was oprecht niet van plan om terug te komen. Ik keerde het publiek letterlijk mijn rug toe tijdens mijn allerlaatste voorstelling. Maar maak het niet groter dan het is, ik trok enkele keren per week een paar honderd man in de zaal, ik ben me bewust geweest van de futiliteit ervan. Ik wil best toegeven dat ik een zekere mate van ijdelheid heb, anders ga je niet op het podium staan. Of mijn motieven om ermee te stoppen integer waren, zal moeten blijken uit het nieuwe programma. Mijn vorige voorstellingen waren mijn individuele mededelingen. Naar die carrière wil ik zeker niet terug. Daar beleefde ik geen enkele vreugde meer aan.'

Tegenspraak

Torn en Innemee hebben voormalig impresario Harry Kies gevraagd om regieaanwijzingen te geven voor Eraf met dat dak. Harry Kies Theaterproducties was de grootste cabaretproducent van Nederland. Kies verliet in 2011 het bedrijf. Torn: 'Harry is de enige die we vertrouwen. We hebben iemand nodig die ons tegenspreekt, die zegt dat iets niet goed is en waarom, en die daarna de oplossing aandraagt.'

Maar je moet straks toch de trein in en eten in restaurants met achtergrondmuziek.

'Ik zie er enorm tegenop. Onno wil graag dat ik positief ben, maar voor mij is het zwaar.'

Hoop je op een groter publiek?

'Dat interesseert me dus echt niet. Wat ik maak is elitair, het is voor een klein publiek. Ik voel me meer thuis in kleine zalen dan in grote bakken. Ik voel me verwant aan mensen als Maarten van Roozendaal, Jeroen van Merwijk, Hans Dorrestijn. Mooie dingen maken waar maar weinigen kennis van nemen. Ik wil niet bij Youp van 't Hek horen, of Freek de Jonge, of Toon Hermans. Ik ben geen entertainer. Ik wil de wereld niet veranderen, de wereld zal me aan mijn reet roesten. Ik wil met Onno een goed programma maken, een soort pretparkje met allerlei draaimolens. Heb je dat, pretpark? Dat is wel een goede omschrijving.'

Is je terugkeer eenmalig?

'Ik zal niet aansturen op meer, denk ik vooralsnog.'

Eraf met dat dak, vanaf januari 2016 in 65 theaters te zien. Op 27/11 voorproefje op festival Cameretten, tijdens de halve finale in Rotterdam.


Comeback van cabaretiers

In het cabaret en de kleinkunst is een comeback minder gebruikelijk dan in andere takken van de kunst. Veel cabaretiers beseffen dat ze een uiterste houdbaarheidsdatum hebben. Wanneer die is overschreden, is een comeback een trieste vertoning. Meestal wordt daarom na alweer een programma met minder bezoekersnaar een andere invulling van de werkweek gezocht: rollenspelbegeleider in het bedrijfsleven, leraar voor de klas.

Soms wordt die punt achter een carrière iets te snel gezet. Cabaretgroep Don Quishocking hief zichzelf in 1981 op, nadat hun programma Wij zijn volstrekt in de war door de critici met de grond gelijk was gemaakt. Vier jaar later werden achter elkaar nog twee programma's gemaakt. En in 2001 kwam men weer bij elkaar met de ironische programmatitel I Fossili. Eind december 1985, vlak voor de uitzending op televisie van zijn oudejaarsconference De finale, liet Freek de Jonge weten dat hij voor lange tijd uit beeld zou verdwijnen. De bezinningsperiode duurde minder dan een jaar.

Ook Hans Teeuwen leek te snel te zijn gestopt. In 2004 besloot hij dat er geen vervolg meer zou komen op Industry of Love. Misschien was alles al gezegd. En wat moet je met deels verkeerd publiek in de zaal dat de tweede laag niet altijd wilde zien achter scènes over het in elkaar trappen van paarden of over koningin Beatrix? Na zeven jaar podiumstilte keerde Teeuwen in 2011 met Spliksplinter terug.

Dit seizoen beleven we de comeback van Harrie Jekkers en Jeroen van Merwijk. De eerste werd na veertien jaar genieten van zijn geld in Spanje ('Al leef ik nog veertig jaar, dan kan ik nog dubbel modaal doodgaan') door de gestopte Jeroen van Merwijk (weinig voorstellingen en weinig publiek) weer enthousiast gemaakt om op te treden. Onder de vleugels van Jekkers smaakt Van Merwijk nu voor het eerst het genot van grote gevulde zalen.

Ook Kees Torn werd door een collega na vier jaar luieren op de bank weer tot leven gewekt. In tegenstelling tot de meeste van zijn terugkerende collega's ziet Torn zijn comeback wél als een nederlaag: 'Ik was niet voor niets gestopt. Ik ging er kapot aan. Tijdens de maanden dat ik aan het creëren ben, hoor ik niet wat mensen tegen mij zeggen en verlies ik het contact met de wereld en met mijn directe omgeving. Het is de hel. Ja, het is een nederlaag. Ik zou er bijna aan toevoegen: godverdomme.'

Door: Patrick van den Hanenberg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden