Het Belgisch labyrint

De Belgen hebben een baksteen in hun maag

'Voor een Vlaming gold, geldt en zal gelden: eigen kot eerst.' Aldus Geert van Istendael in Het Belgisch labyrint, dat na voor het eerst in 1989 te zijn verschenen dit jaar een zeventiende en geheel herziene druk beleeft. Dat lijkt misschien wat veel, maar onze zuiderburen hebben ook negen kabinetten-Martens gehad, dus de schrijver beweegt zich binnen een Belgische traditie. En hoewel het land al meer dan een jaar zonder regering zit, een absoluut record, staat het Belgische huis nog overeind. Een Belg heeft een baksteen in de maag, luidt een oud gezegde, en die verknochtheid aan eigen huis en haard zorgt ervoor dat de permanent in ombouw zijnde Belgische staatsconstructies voor zijn bewoners nog iets vertrouwds houden.

Van Istendael heeft zijn boek opgedragen aan Elio di Rupo en Bart De Wever, respectievelijk de leider van de Franstalige socialisten, sinds jaar en dag de grootste partij in Wallonië, en de leider van de N-VA (Nieuw Vlaamse Alliantie), bij de laatste verkiezingen in juni 2010 de grootste partij in Vlaanderen. Dat 'Nieuw' wijst erop dat de Vlamingen het oude België beu zijn. Voor menig Vlaming is 'België' een uitgewoonde formule waaruit hij zich wil bevrijden, al blijft onduidelijk tot hoever de ontvlechting moet gaan. Misschien verklaart dat waarom alle Vlaamse partijen van naam zijn veranderd, waarbij de socialisten zich tegenwoordig SP.A (Socialistische Partij Anders) noemen, de katholieken CD & V (Christen-Democratisch en Vlaams) en de liberalen Open VLD (Open Vlaamse Liberalen en Democraten). Zelfs het Vlaams Blok van Filip Dewinter is niet meer. Dat heet nu Vlaams Belang, nadat het als extreem-rechts te boek staande Blok in 2004 door het gerechtshof in Gent tot hoge geldboetes veroordeeld werd. Door die naamsverandering kon de partij zijn overheidssubsidies behouden.

Hilarisch? Misschien wel in Nederlandse ogen, waar 'Belgische toestanden' al snel een glimlach opwekken en nooit helemaal serieus worden genomen. Dat er ook nog Franstaligen zijn, wordt al helemaal niet waargenomen, wat overigens wederzijds is. De Walen zien Nederland niet staan en zijn totaal op Frankrijk georiënteerd. Van Istendael vertelt mooi over de ijzeren taalgrens die ergens onder Leuven en Brussel dwars door de Lage Landen loopt en die al sinds de Guldensporenslag (bij Kortrijk) in 1302 vast op z'n plaats ligt. Dat wil zeggen: voor zover de verfransing hem niet stiekem verlegd heeft, want in Frans Vlaanderen is het Nederlands bijna uitgeroeid en in Brussel, ooit een Nederlandstalige stad, blijven de Franstaligen dominant, mede dankzij de internationale instellingen die de hoofdstad van Europa, België én Vlaanderen rijk is. Verder kent België ook nog Duitstaligen, in Eupen-Malmédy, een aanhangsel sinds de Eerste Wereldoorlog, die verschrikkelijke slachtpartij waardoor onze zuiderburen getekend zijn en die Nederland bespaard is gebleven.

Van Istendael is op z'n best wanneer hij dat oude België beschrijft, dat zich in 1830 losmaakte uit een Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een bedenksel van de Europese grote mogendheden die op het Congres van Wenen een sterke buffer wilden tegen Frankrijk. Lang hield die creatie geen stand, en onder leiding van een Franstalige bovenlaag ontstond in de Zuidelijke Nederlanden een jacobijnse eenheidsstaat die in de negentiende eeuw de modernste was in heel Europa. Het kan geen kwaad dat arrogante Hollanders, die België vaak voor achterlijk houden, nog eens beseffen dat de Industriële Revolutie op het Europese continent begonnen is rond Luik en Charleroi, en dat die nieuwe staat ook progressief en liberaal was. Maar op een zeer bevoogdende manier. Het Frans van de deftige burgerij zette de toon, ook in steden als Antwerpen en Gent.

Het naar Frans model opgezette La Belgique kende een antiklerikale traditie, met een scheiding van kerk en staat, waardoor liberalen en socialisten lange tijd tegen vrouwenkiesrecht waren - omdat de katholieken daarvan zouden pro

fiteren. Pas in 1948 gingen de socialisten overstag, omdat ze niet wilden achterblijven bij Frankrijk, dat in 1944 de vrouwen het kiesrecht gunde. Opportunisme is de Belgen dus niet vreemd, en dat moet ook wel, met zoveel minderheden en provinciale streken waar het gelijk van de stamkroeg telt. België kent nog steeds stemplicht, waar Van Istendael - op goede gronden - voorstander van is. Het dwingt de 'politikers' om rekening te houden met de gewone man en tegenover rechten staan ook plichten.

De keerzijde is een hardnekkig cliëntelisme, waarover Van Istendael opvallend mild is, zeker ten aanzien van de op dit punt beruchte Waalse socialisten. Dat cliëntelisme, in Nederlandse ogen snel corruptie, verklaart waarom het populisme in de Belgische politiek zit ingebakken en waarom je zonder juiste partijkaart aan geen overheidsbaantje komt. Dat maakt het instellen van een cordon sanitaire (hygiëne op z'n Frans) tegen politieke inbrekers weer gemakkelijker, maar daarover straks.

Van Istendael schrijft warm over de Vlaamse Beweging, die weliswaar Germaanse smetten kent, maar geworteld is in een conservatief pacifisme van de kleine man die zijn superieuren niet vertrouwt. Dat gaat terug naar de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, waarbij het verhaal wil dat er vooral doden vielen onder de Vlaamse boertjes, omdat zij de orders van hun Franstalige officieren niet verstonden. Volgens de historica Sophie de Schaepdrijver is dit een mythe van het Vlaamse nationalisme, maar Van Istendael verzet zich daar tegen en wijst terecht op het belang van taalgevoeligheden bij het onderscheid tussen rangen en standen. Niet dat Van Istendael blind is voor de vreemde klanten die bij de jaarlijkse IJzerbedevaart in Diksmuide voorbijtrekken, maar hij doet niet mee aan de verkettering van de Vlaamse Beweging die onder progressieve intellectuelen bon ton is. Dat maakt zijn boek voor Nederlanders die België zo'n grappig land vinden tot een rijke gids. Want België is meer dan het gemoedelijke Vlaanderen alleen en taalstrijd is cultuurstrijd die nooit helemaal voorbij is. Kijk naar Nederland zelf, waar immigranten ineens onze taal (die wijzelf steeds slordiger spreken) moeten leren. En over integratie gesproken: in België klagen Vlaamse moslims over discriminatie door Franstalige moslims!

Van Istendael is het tegendeel van de eenkennige Vlaming en kent ook Nederland goed (als kind woonde hij in Utrecht). Dat stelt hem in staat zijn lezers van het nut van België te overtuigen, waarbij hij de diversiteit van het tweetalige Brussel (een echte kosmopolitische stad) bezingt en oog heeft voor de schoonheid van de Belgische wanstaltigheid, met zijn anarchisme en afkeer van overheidsplanning. De keerzijde, de lelijkheid van de lintbebouwing, ziet hij ook. Maar met zijn zin voor absurdisme en vermogen om alles van twee kanten te bezien, kreeg ik ook het gevoel dat Van Istendael de Belgische toestanden romantiseert en niet altijd klare wijn schenkt. Enerzijds is er de jaloezie die je als Nederlander kunt voelen. Hadden wij maar een hoofdstad als Brussel, halfzusje van Parijs, dan stonden wij ook in contact met de Franse cultuur. Prachtig voor intellectuelen, je wereld wordt er groter door. Maar zelfs vrijdenker Van Istendael (auteur van Bekentenissen van een reactionair) ontsnapt niet helemaal aan de politieke correctheid die als een wollen deken over de Vlaamse intelligentsia ligt.

België loopt voor op Nederland wat het populisme betreft. In de herziene uitgave van 2011 hadden we graag willen weten waarom de LPF bij ons wel kon regeren, en Geert Wilders tot officiële gedoogpartner van een rechtse minderheidsregering kon uitgroeien, en het Vlaams Belang in België nog steeds in de ban wordt gedaan. Dat zette lange tijd een miljoen Vlaamse kiezers buitenspel, waar de dorpskroeg in de Belgische politiek van oudsher veel belangrijker is dan bij ons en 'de hoge heren' steevast worden gewantrouwd. En dan toch die buitensluiting v

an Vlamingen die voor nijver en geëmancipeerd doorgaan en geacht worden braaf aan het cliëntelisme van de Waalse socialisten mee te betalen. Is Filip Dewinter echt zo'n vreemdelingenhater of is er meer in het spel? Mijn eigen theorie is dat Dewinter als Vlaams nationalist én separatist voor België een staatsvijand is, zeker voor het Franstalige deel, en een direct gevaar voor het koningshuis en de bestuurselite. Vandaar het cordon sanitaire, waarbij Dewinter als rechts-extremist buiten de orde wordt geplaatst, een toestand die ook de machtspositie van de socialisten in Wallonië én Vlaanderen bestendigt.

Als je dit aan weldenkende Vlamingen voorlegt, krijg je geen antwoord, hoogstens omfloerste taal. Van Istendael houdt vast aan dit Belgische mysterie. Ook hij suggereert dat het cordon goed heeft gewerkt, omdat Dewinter bij de laatste verkiezingen terrein moest prijsgeven. Dat gaat er bij mij als botte Hollander niet in. De Wever is nu de nieuwe bewaker van het Vlaamse kot, waardoor het land al meer dan een jaar zonder federale regering zit. In België kan dat. Voor Europa, zelf op weg om tegen alle afspraken in een financiële transferunie te worden, zou ik het niet durven aanbevelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden