Het behouden huis

Nu het huis van de voormalige kampcommandant van Westerbork leegstaat, laait de discussie weer op: hoe kun je hier recht doen aan de geschiedenis?...

Niemand mocht erin. Tenminste, zo wordt gefluisterd. De oude dame die het huis van kampcommandant Gemmeker van voormalig kamp Westerbork bewoonde, leidde een teruggetrokken bestaan. Het verhaal gaat dat slechts drie mensen het groene houten huisje ooit betraden. Ook nu de bewoonster is overleden en het huis leegstaat, is het verboden terrein.

Van het Durchgangslager is niks meer te zien. Alles is gesloopt. De barakken zijn weg, niets herinnert meer aan de Boulevard des Misères, vanwaar elke dinsdag de treinen vertrokken naar de vernietigingskampen. Niets, behalve het huis van de kampcommandant.

Er is weinig geschreven over Albert Konrad Gemmeker. Uit de uitzending die het VPRO-programma Andere Tijden in 2000 aan hem wijdde, weten we dat hij bekend stond als een gentleman – voor nazi-begrippen – die gevangenen een hand gaf. Hij organiseerde sportevenementen en cabaretvoorstellingen, en stond op de eerste rij te schateren. Toen zijn Duitse herder werd aangevallen door de hond van een gevangene, liet hij alle honden op het terrein afmaken – op zijn eigen herder na.

Gemmekers minnares, Frau Hassel, die zijn secretaresse was en bij hem inwoonde, was veel meer gevreesd dan de kampcommandant zelf. Samen wandelden ze een keer over het kampterrein, toen Gemmeker een gevangene neerschoot die te dicht bij de omheining kwam. Frau Hassel werd boos. Niet omdat Gemmeker had geschoten, maar omdat hij haar niet gewaarschuwd had – zodat ze haar oren kon beschermen tegen het lawaai.

En er zijn foto’s bewaard gebleven. Van Gemmeker, van Frau Hassel en van bijeenkomsten in het houten huis. Rudolph Breslauer, de fotograaf die in het kamp gevangen zat, maakte ze. Sommige van de foto’s zijn tentoongesteld in Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het museum dat bij het kampterrein hoort.

Aan het huis is in al die jaren nauwelijks iets veranderd. De erkers, de veranda – alles is nog net als toen. Het herinneringscentrum kon er decennialang niets mee, want het was particulier bezit en bovendien bewoond. Na de oorlog, toen het kamp korte tijd fungeerde als militair kampement, was de uit Indië teruggekeerde kolonel Speck O’Breen er komen wonen. Zijn dochter ging er nooit meer weg – tot ze onlangs stierf.

Het groene huis heeft een bijzondere status. In de boeken van het Kadaster is het eigendom van Staatsbosbeheer, maar formeel is het jaren geleden verkocht aan de dochter van de kolonel. Zij verkreeg het exclusieve woonrecht, zegt een woordvoerder van Staatsbosbeheer. Dat betekent dat er verder niemand mag wonen, ook al is het huis nu in handen van haar nabestaanden. Het pand staat op de monumentenlijst, dus slopen of verbouwen mag ook niet.

Maar wat gaat er wél gebeuren met het huisje, waar nu een paar keer per dag de pendelbus voor de deur stopt, die bezoekers aan het herinneringscentrum naar het kampterrein brengt – en weer terug? Van buiten ziet het er vervallen en verwaarloosd uit; binnen lijkt het alsof er iemand door het plafond is gezakt. Wordt het bij het museum getrokken en toegankelijk gemaakt voor bezoekers? Of zal ook het laatste stukje van het voormalige Kamp verdwijnen?

Zo lang de familie nog in gesprek is met Staatsbosbeheer, laat het antwoord op zich wachten. Het Herinneringscentrum is juridisch gezien geen partij en dus aan de goede wil en het historische besef van de nabestaanden overgeleverd. De woning van Gemmeker is de enige kans op iets oorspronkelijks op het terrein.

Het terrein is symbolisch ingericht. Er staat een slagboom; delen zijn voorzien van prikkeldraad. De plekken waar barakken stonden, worden gemarkeerd met heuvels. En er zijn de monumenten – de spoorlijn, het verzetsmonument, de Jerusalem Stone, de kaart van Nederland in 102 duizend stenen op de voormalige appèlplaats: een steen voor elke Jood die vanuit Westerbork gedeporteerd werd en niet terugkeerde.

Critici spreken schande van de huidige staat van het terrein. Er moet entree worden betaald, maar er is niets meer te zien. Waarom worden de barakken niet weer opgebouwd, vragen ze. Nu is het een park dat geen recht doet aan de verschrikkingen van de oorlog. Het is respectloos, alsof de geschiedenis expres is weggepoetst. ‘Het had de Nederlandse overheid gesierd indien zij deze plek een waardige en toegankelijke bestemming had gegeven’, schreef Willy Lindwer – vooral bekend om zijn documentaires over de holocaust – in zijn boek Kamp van hoop en wanhoop (1990).

Ook directeur Dirk Mulder van het Herinneringscentrum betreurt dat er niets meer staat. Maar met simpelweg het kamp weer opbouwen ben je er niet, zegt hij.

Wat de entree betreft: die geldt alleen voor het museum, zegt Mulder. Uit principe wordt geen entree gevraagd voor het kampterrein, dat ook geen openingstijden kent. En ja, de pendelbus kost geld – de busverbinding is in samenwerking met het openbaar vervoer en moet dus kostendekkend zijn.

Het overlijden van de excentrieke kolonelsdochter treft het herinneringscentrum in een tijd van bezinning. Begin oktober hield ‘Westerbork’ een internationaal symposium over de toekomst. Hoogleraren, conservatoren en andere geleerden kwamen daar vertellen wat er volgens hen met het kamp moest gebeuren. Medewerkers van het centrum bezochten vergelijkbare oorlogsplekken om te kijken hoe daar met de geschiedenis wordt omgegaan.

Sommige daarvan zijn nog vrijwel geheel intact, zegt Mulder, andere zijn gesloopt en weer andere hebben een artistieke invulling gekregen. En allemaal worstelen ze met dezelfde vraag: hoe laat je zien hoe het echt was?

In Duitsland werd vlakbij de oorspronkelijke plek in het voormalige concentratiekamp Dora Mittelbau een barak herbouwd. Dat leek een prachtig plan, maar de barak kon niet toegankelijk worden gemaakt voor publiek. En dat roept nieuwe vragen op. Mulder: ‘Bezoekers willen ook weten hoe de gevangenen leefden in de barakken.’

In Dachau zijn een paar stenen barakken wél toegankelijk, en ingericht met originele bedden. Maar het blijft ingewikkeld, zegt hij, ook omdat niet iedereen evenveel inlevingsvermogen heeft.

Bijkomende complicatie voor Westerbork is de extreme verandering van het landschap. In de oorlog was het terrein een kale heidevlakte. Uit het niets doemde daar ineens het kamp op. Zandstormen joegen om het kamp heen en brachten nattigheid en modder met zich mee. Nu staat er allemaal bos. Al zou je het kamp herbouwen – dat effect is weg.

En moet je dat wel willen, compleet nieuwe barakken? Mulder heeft zijn vraagtekens. ‘Mensen verwachten dat ze zien hoe het er vroeger uitzag. Maar je kunt hooguit neerzetten waarvan we in 2007 denken dat het er in 1940 zo uitzag. Het is nooit meer authentiek.’

‘Westerbork’ is druk bezig alle mogelijkheden in kaart te brengen. Mulder wijst niets op voorhand af. Zo worden ook virtuele mogelijkheden bekeken: over het terrein wandelen met een laptop, die op gezette plaatsen een beeld laat zien of een geluidsfragment laat horen. Of een maquette, waar je als het ware doorheen wandelt.

Wat er ook gaat gebeuren, Mulder wil niets dat niet omkeerbaar is. De volgende generatie moet de kans hebben het terrein te veranderen – volgens de dan geldende inzichten. Dat klinkt heel paradoxaal, want bijna het hele kamp is destijds onder de slopershamer verdwenen. Dat is jammer, maar zo was nu eenmaal de tijdgeest, zegt Mulder.

‘Destijds zag niemand er het belang van. Met de Berlijnse Muur ging het ook zo: dat gehate symbool moest zo snel mogelijk verdwijnen. Een paar jaar later kwam het historische besef dat je door de boel plat te gooien doet alsof het er nooit geweest is. Gelukkig waren er in dat geval nog oorspronkelijke panelen die nu in hartje Berlijn zijn terug geplaatst.’

Mulder weet wel hoe hij het in een ideale situatie het liefst zou zien. Oorspronkelijke bebouwing, waarin met een ander materiaal vergane delen worden vervangen. Dus: een houten barak met bijvoorbeeld glazen stukken in het dak. ‘Zo kan de bezoeker aan de vorm zien hoe de barak eruit zag. Tegelijkertijd laat je met het verschil in materialen ook de vergankelijkheid zien. Je laat eerlijk zien dat het niet origineel is en wat er aan vervangen is.’

Mulder kwam op dit idee in Saksenhausen, waar een van de twee originele barakken in brand werd gestoken door neonazi’s. De delen die niet meer te redden waren, zijn vervangen door glasplaten. De brandlucht en zwartgeblakerde delen vertellen hun eigen verhaal, dat ook bij de geschiedenis hoort. Zou zo’n aanpak misschien de redding kunnen zijn voor het huis van Gemmeker?

Of Westerbork met het huis van de kampcommandant een tweede kans krijgt om toch nog iets van vroeger terug te brengen, blijft nog even spannend. Mulder houdt zijn adem in. ‘Ik kan me voorstellen dat de familie tijd nodig heeft. Wij zijn geen voorstander van afbreken – integendeel. Maar juridisch hebben we geen zeggenschap over de woning. Hooguit in ethische of morele zin. Oftewel: we kunnen wel van alles willen, maar dat moeten we ook kunnen omzetten in daden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden