Het Bamischandaal

Thomése denkt boertig te zijn, maar is veel te braaf en niet goor genoeg

'Een heer wil ook weleens aan de lamp hangen', verklaarde P.F. Thomése eerder in deze krant. En daarom was Het bamischandaal verschenen, het vervolg op J. Kessels, The Novel (2009), de roman die een cartoon was vol vuile sekspraatjes, maar dan zonder tekeningen. Hoe was het mogelijk dat de auteur van een ernstige novelle als Schaduwkind (2003) even makkelijk in staat bleek om een volstrekt banaal boek te schrijven? Thomése was er helder over. Banaliteit kon niet uitsluitend overgelaten worden aan banale geesten. Bovendien, meende hij, was vulgariteit onderdeel van het leven.

Klopt. Vulgariteit kan een inspirerend uitgangspunt zijn. Schrijven over ranzige seks en viezigheid in een roman vol platte karakters kan goed en geestig proza opleveren. Een meester in het genre is Herman Brusselmans, en ook Marnix Peeters' recente debuut is een toonbeeld van cartooneske vuiligheid. En dan hebben we nog Henk van Straten, die tijdens het schrijven aan een serieuzere roman behoefte had aan iets lolligs, iets luchtigs. Zo ontstond Superlul (2011).

Dat literaire auteurs triviale boekjes schrijven, is dus allerminst uitzonderlijk. De nieuwe roman van Thomése past in een traditie. Wat resteert is de vraag of de schrijver geslaagd is in zijn opzet een boertige klucht te schrijven.

Nee. Over de slappe verhaallijn zullen we het niet hebben. Dat de geschiedenis weinig meer om het lijf heeft dan de lukrake zoektocht van de personages P.F. Thomése en Peer Sonnemans naar hun goede vriend J. Kessels, die naar Shanghai is vertrokken om er het Chineesje van zijn dromen te vinden, is geen enkel bezwaar. In boekjes als deze ligt de nadruk op het absurde, op expliciete wansmaak, op uitgesproken incorrectheid en obsceniteiten.

Maar juist daaraan mankeert het jammerlijk in Het bamischandaal. Het is te braaf, te vlak, te flauw, niet goor genoeg. Voorbeeldje: 'Wat een interessant werk heb ik toch, zeg ik altijd tegen mijn vrouw, als ik er voor 'research' tussenuitknijp. P.F. 'The Man With The Golden Penis' Thomése. The P is for Penis, the F is for Fuck. Ik trok Detje tegen me aan en kuste haar net zo lang tot ik mijn knoeperd keihard voelde worden tegen haar onderbuik. Dit was pas schrijven!'

Aan de lamp hangen is van een andere orde. Gesloopt wordt hier niets, uitgezonderd misschien de reputatie van Thoméses zorgvuldig gecultiveerde initialen. Verder brengt het nauwelijks een rilling teweeg. Zelfs een flauwe glimlach weet dit proza niet te ontlokken.

Zou Thomése toch te beschaafd zijn? Het heeft er alle schijn van. Het gros van de grappen gaat over seks en scheten. Zo is het personage Bernadette de Rooij, het 'lelijke wijf' van de fietsenverhuur in Shanghai, goed voor een cluster van grappen over (anale) seks, omdat ze een stevig achterste heeft en oorspronkelijk uit Aarle-Rixtel komt, ofwel Anus-Rectum. Kwalijker zijn de luimen van de homofobe Peerke Sonnemans. Diens grollen zijn zo afgezaagd dat ze bedenkelijk alledaags klinken.

Het bamischandaal bevat enkele alinea's waarin Thomése z'n doldrieste grappenmakerij even loslaat, op adem komt en enkele stappen buiten het komisch bedoelde geflodder zet. Dat resulteert in mooie observaties en sterke zinnen die achteloos opgeschreven lijken. Daar toont Thomése dat hij een literair auteur is en niet in eerste instantie een komiek.

Overbodig op te merken dat uw recensent uitkijkt naar De onderwaterzwemmer, een meer poëtisch boek zoals Thomése zelf aankondigde. Alles om Penis Fuck zo snel mogelijk te vergeten.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.