'Het Afrikaans leeft juist op, in literatuur en muziek'

Hij werd wakker geschud toen hij een Nederlandse biografie las van Nelson Mandela en het ware gezicht van de apartheid in zijn vaderland Zuid-Afrika leerde kennen....

De schrijver probeert het niet mooier voor te stellen dan het was. Ja, hij werkte gewoon door tijdens de donkere dagen van de apartheid, als jong journalist voor Die Volksblad. Als hij nu, ouder en wijzer, op die periode terugkijkt, dan kan hij zich wel voor z'n kop slaan. 'Dat we zó naïef konden zijn! Waarom was ik niet veel kritischer? Waarom werd ik geen lid van het ANC? Ik kan het mezelf nog steeds ernstig kwalijk nemen. Het was een grote stommiteit waar ik de rest van mijn leven mee zal moeten leven.'

Voor de jonge Deon Meyer, en met hem een hele generatie jonge generatie blanke Zuid-Afrikanen, was Nelson Mandela, die toen nog in de gevangenis zat, de personificatie van het Kwaad, want zo hadden ze dat op school geleerd. Informatie van buiten Zuid-Afrika kwam nauwelijks binnen, internet bestond nog niet. Pas aan het eind van de jaren tachtig kreeg hij een Nederlandse biografie van Mandela onder ogen. 'Toen ik het boek uit had, was ik zó kwaad. Al die desinformatie waarmee we al die jaren vergiftigd waren, al die leugens.' Toen president F.W. de Klerk op 2 februari 1990 bekendmaakte dat het ANC niet langer verboden zou zijn, zat Meyer in zijn auto naar diens toespraak op de radio te luisteren. 'Ik huilde, van blijdschap, natuurlijk, maar ook uit schaamte, dat het zó lang geduurd had.'

Zestien jaar na de vrijlating van Mandela spreekt Meyer nog steeds over 'het wonder', als hij het over de overgang van de periode van de apartheid naar de democratie heeft. 'Als Mandela op 11 februari 1990 de Victor Verster-gevangenis was uitgewandeld en 'wraak' had geroepen, dan had ik dat nog begrepen ook. Maar hij predikte verzoening en er kwam geen burgeroorlog in Zuid-Afrika. Daar ben ik hem, en zijn opvolger Thabo Mbeki, nog steeds dankbaar voor. Je kunt ze daar niet genoeg krediet voor geven.'

Er is, zegt Meyer, nog steeds veel mis in Zuid-Afrika - de tegenstellingen tussen arm en rijk zijn enorm, de leefomstandigheden in de townships zijn vaak miserabel, er is veel misdaad, het aids-virus tiert welig - maar de richting waarin het land zich begeeft, noopt tot optimisme. 'Het percentage blanke racisten neemt snel af. Onze oudste dochter studeert in Kaapstad, zij heeft vrienden onder alle bevolkingsgroepen. En als ik ergens in de Karoo na een dag rijden op mijn BMW op een stoffige stoep een biertje drink, met zwarten, blanken, kleurlingen, om het even wie, dan ben ik trots dat ik een inwoner van het nieuwe Zuid-Afrika ben.'

Deon Meyer, bekroond Zuid-Afrikaans thrillerschrijver, woont in Melkbosstrand, even ten noorden van Kaapstad. Er zijn slechtere plaatsen. Als je op het strand staat, waar dappere surfers de extreme golfen van de Atlantische Oceaan berijden, zie je links de Tafelberg, waarvan de top versluierd is door een dot witte wolken, een fenomeen dat hier treffend het Tafelkleed wordt genoemd. Op het strand is 'geen kampeerdery' toegestaan, 'op las hoofuitvoerende beampte'. En het nieuwe album van volkszanger Theuns Jordaan, Seisoen, is in het winkelcentrum te koop, muziek 'die voete laat jeuk en luisteraars lekker laat saam sing'.

Meyer schrijft in het Afrikaans, door het trendy tijdschrift Wallpaper vorig jaar nog omschreven als de 'lelijkste taal van de wereld'. Volgens anderen is het een 'stervende taal', die, nu de apartheid is afgeschaft, een kwijnend bestaan zou leiden. Meyer moet erom glimlachen. 'Het is de taal die het meest gesproken wordt in Zuid-Afrika, en ik vind het een prachtige taal. Wist je dat in Namibië alleen al honderdduizenden mensen Afrikaans spreken? Er zijn in zuidelijk Afrika vele miljoenen die het beheersen, als eerste, of als tweede of derde taal. Er zijn veel meer kleurlingen die de taal spreken dan blanken. Nee, de taal is verre van dood, Afrikaans beleeft juist een renaissance, in de literatuur, in de muziek. Je hebt nu hiphopbands die in het Afrikaans zingen, heavy metal, Afrikaanse punk.'

Afrikaans, benadrukt Meyer, 'was niet de taal die de apartheid creëerde, het waren de mensen die Afrikaans spraken die de apartheid creëerden. En van hen is de taal nu gelukkig bevrijd.'

Toch, geeft hij toe, is Afrikaans geen 'grote' taal. Net als thrillerschrijvers in Nederland mag hij al blij zijn als hij in zijn vaderland achtduizend exemplaren van een boek verkoopt. Vorig jaar was hij op een toernee in de Verenigde Staten met Michael Connelly, de Amerikaanse bestsellerauteur, op wie Meyer wel wat lijkt - allebei hebben ze een geblokt postuur, een peper- en zoutkleurig baardje, en dragen ze een brilletje onder een stekeltjeskapsel. 'Ik vertelde hem dat ik een Jeep had gekocht, waarna Michael trots zijn nieuwe Porsche liet zien. Hij verkoopt miljoenen boeken in zijn vaderland, hij kan fulltime schrijver zijn.'

Dat laatste zou Meyer zich ook wel wensen. Hoewel zijn boeken in vele talen - onder meer in het Engels, Frans, Bulgaars, Nederlands, Deens en Duits - vertaald zijn, leeft hij vooral van zijn bezigheden als consultant voor het bedrijfsleven. 'Ik schrijf nu om de twee jaar een boek, dat moet elk jaar worden. Ik probeer nu geld opzij te leggen, zodat ik in de toekomst fulltime kan schrijven.' Schrijven vergt veel discipline: 's ochtends om vijf uur opstaan en achter de computer plaatsnemen, als het hele huis - vrouw Anita, de kinderen - nog in diepe rust verkeert. 'Voor het ontbijt probeer ik altijd een paar honderd woorden te schrijven.'

Meyer werd in Paarl geboren, in de wijnstreek van de Kaapprovincie, maar hij groeide op in het noorden, in mijnwerkersstad Klerksdorp. 'Mijn vader was elektricien, een bijzondere man, hij kon hele stukken Shakespeare reciteren, aria's van Verdi zingen.' Deon Meyer was de enige van de familie die naar de universiteit kon, in Potchefstroom, waar hij Engels en geschiedenis studeerde. Alles was erop gericht dat hij leraar zou worden, maar na wat proeflessen zag hij al snel in dat daar zijn toekomst niet lag. Waarna hij, de naïeve jongeling, voor een schamel loontje in 1981 ging werken bij Die Volksblad, toen nog de pro-apartheidskrant in Bloemfontein.

Als schrijver is hij een laatbloeier. Zijn eerste boek schreef hij als 14-jarige ('Ik liet het aan mijn twee broers lezen; ze waren niet onder de indruk'), maar pas als dertiger begon hij met het schrijven van korte verhalen voor tijdschriften. In 1994 verscheen zijn eerste roman, Wie met vuur speel, een boek dat 'terecht' nooit vertaald werd. 'Dat eerste boek, het is alsof je een broer in de gevangenis hebt. Je praat er niet graag over...'

Hij werd in zijn vaderland wel meteen tot 'beste misdaadauteur van het jaar' uitgeroepen. Een kwestie van koning eenoog in het land der blinden, zegt hij. Zuid-Afrika heeft geen grote traditie in de misdaadliteratuur. Ooit schreef James McClure een serie thrillers over Zuid-Afrika, met de politiemannen Tromp Kramer en Micki Zondi in de hoofdrol, boeken als het briljante The Steam Pig, die zich nog afspelen in de tijd van de apartheid. Van McClure, weliswaar geboren in Zuid-Afrika, maar sinds 1965 woonachtig in Engeland, is al jaren geen thriller meer verschenen. Meyer: 'We hebben wel avonturenschrijvers als Wilbur Smith, een Rhodesiër van huis uit, maar dat is toch een heel ander genre.'

Twee jaar na Wie met vuur speel verscheen Feniks, waarin Meyer zijn vorm heeft gevonden, en dat boek betekende ook meteen zijn internationale doorbraak. Het is een uitstekend geschreven policier, met een centrale rol voor hoofdinspecteur Mat Joubert, een eenling die rouwt om de dood van zijn vrouw maar ondertussen een serie moorden in Kaapstad dient op te lossen. Een soortgelijke hoofdpersoon, Zatopek ('Zet') van Heerden, keert terug in Orion, dat binnenkort als snelle serie op de Zuid-Afrikaanse televisie verschijnt. Van Heerden is ook al zo'n loner, met een voorliefde voor sterke drank, Mozart en koken.

Het moderne Zuid-Afrika biedt genoeg inspiratie voor de thrillerschrijver. Er is veel misdaad, zelfs de seriemoordenaars ontbreken niet, met bijnamen als de Stationkiller of de Cape Town Strangler. Meyer: 'In de VS zijn het vaak blanke mannen, maar hier zijn ze ook actief in de gekleurde geledingen van de maatschappij. We hebben hier zelfs een internationaal gewaardeerde expert die daderprofielen maakt, Micki Pastorius.'

Meyers boeken geven een indringend beeld van de problemen van het Zuid-Afrika van na de apartheid. Met een politiemacht die nog worstelt met dat verleden en zich maar moeizaam weet aan te passen aan de nieuwe tijd. Vooral Proteus, vertaald als Dodemansrit, gaat over dat 'nieuwe' Zuid-Afrika. Een voormalige huurmoordenaar van het ANC wordt op de motor opgejaagd door het land, omdat hij kennis heeft van een pakketje compromitterend materiaal. Opwindend boek, Hollywood heeft inmiddels de filmrechten gekocht.

Meyers laatste boek, Infanta, over kindermisbruik - een actueel Zuid-Afrikaans thema -, is vooralsnog alleen in het Afrikaans verschenen; het wachten is op de Engelse vertaling voordat ook andere landen hun vertalers aan het werk kunnen zetten. 'Dat is dus wel weer een handicap van het schrijven in het Afrikaans. Alleen mijn Nederlandse uitgeverij vertaalt rechtstreeks uit het Afrikaans.'

Meyer zou zijn markt kunnen vergroten door zijn boeken in het Engels te schrijven, maar dat vertikt hij. 'Afrikaans is mijn taal.' Die ene fan in Pretoria zou het hem niet in dank afnemen. 'In die stad kwam laatst een man na een lezing op mij af. Hij vroeg me waarom ik zulke harde taal in mijn boeken gebruik. Het was ''fok dit, fok dat'' - dat kon toch wel wat minder? U hoeft ze toch niet te lezen?, zei ik. Dat was echter ook weer niet de bedoeling, zei hij, daarvoor waren mijn boeken te spannend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden