Beschouwing Africa Museum Tervuren

Het Africa Museum in Tervuren rekent af met zijn koloniale perspectief; niets te vroeg

In het net heropende museum worden de misdaden van koning Leopold II in Belgisch Congo niet langer verdoezeld.

Een Congolese sculptuur vervangt het vroegere standbeeld van Leopold II in de hal. Beeld Pauline Niks

Voortschrijdend inzicht.’ Zo verantwoordde museumdirecteur Guido Gryseels zijn langzame bekering. Want hij begreep de vraag maar al te goed, tijdens de persbijeenkomst bij de heropening van het Africa Museum in Tervuren, eerder deze week. Die vraag luidde: waarom hij eerder zo weinig blijk had gegeven iets aan de inrichting van het museum te willen veranderen. Waarom hij niet kritischer stond tegenover de koloniale herkomst van de collectie, die maar aan één persoon te danken was — iemand van een buitengewoon ongevoelig, arrogant, roofzuchtig en moordlustig postuur: Leopold II.

De koning der Belgen voerde van 1885 tot 1908 een waar schrikbewind  in Congo, hoewel hij zelf nooit een voet op  Congolees grondgebied had gezet. Een schrikbewind waarmee hij, onder het mom van een beschavingsoffensief, het hele Afrikaanse land, dat nota bene ruim dertig jaar lang zijn privébezit was, leegplunderde.

Of Guido Gryseels als huidig directeur van het museum, dat nota bene door Leopold werd opgericht, daar iets van verantwoording over wilde afleggen?

Ja, wilde meneer de directeur wel toegegeven, daar had hij in het verleden misschien iets te weinig gewag van gemaakt, van al die wantoestanden onder Leopold. Wellicht had zijn museum de erfenis van de koning ietsjes te lang als een gegeven beschouwd. 

Maar nu niet meer. Al een tijdje geleden waren ze er in Tervuren schoorvoetend over begonnen. Of het misschien geen tijd werd het museum te veranderen. Tijd om te luisteren naar de kritiek, met name uit het Congolese bevolkingsdeel in België. En tijd om te zien hoe vergelijkbare musea in het buitenland met hun koloniale collectie omgingen. 

Al snel werd het Gryseels duidelijk dat het een gevoelige balanceeract zou worden. Balanceren tussen wetenschappers en museummedewerkers; tussen museumstaf en Congolese adviseurs; tussen de zekerheid van het verleden en de ongewisheid van de toekomst. Het was moeilijk geweest en er was een hoop gesteggel. Maar ze waren eruit. De deuren konden open. Nu zou het grote publiek kunnen zien dat het museum wel degelijk zijn koloniale herkomst kritisch tegen het licht had gehouden. En dat het van het verleden heeft geleerd.

Africa Museum, Tervuren. Beeld Pauline Niks

Wie nooit eerder in Tervuren op bezoek is geweest, zal misschien weinig opvallen. Het is een fraai museum, op het eerste gezicht. Een mooi gebouw, aan de rand van een slaperig dorp, net onder Brussel. Opgetrokken in een neoclassicistische stijl, omringd door weelderig groen en een flinke plas water. Binnen kan je heerlijk wandelen te midden van architectonische grandeur, door een overzichtelijk parcours van zalen, rondom een nagenoeg lege binnenplaats. 

Opgezette dieren, in wrede maar realistische situaties. Beeld Pauline Niks

Het museum oogt zoals een museum van dit kaliber tegenwoordig moet ogen. Met zalen vol opgezette krokodillen, apen, nijlbaarzen, een olifant, kisten vol kleurige vlinders en flessen met zoetwatercichliden op sterk water. Met vitrines vol afschrikwekkende maskers, elementair vormgegeven muziekinstrumenten en  allerhande houtsnijwerk. Met publicaties over uitstervende nijlpaarden en het verdwijnende oerwoud in Midden-Afrika. Met brokken blauwe, roze en groene mineralen. Met krantenknipsels over de onafhankelijkheid in 1960. Voorbeeldig. 

Radicale breuk

Uit niets valt af te leiden dat deze opstelling een radicale breuk is met het vroegere imago van het Africa Museum, wat het laatste echte koloniale museum ter wereld werd genoemd – geen eretitel. Omstreden is het museum vanaf het eerste jaar geweest. En dat eerste jaar was 1897, toen Leopold op het idee kwam om net buiten Brussel drie Congolese dorpen na te bouwen ter verpozing van zijn volk en om nieuwe investeerders voor de Midden-Afrikaanse onderneming te interesseren. 

En zo geschiedde het dat hij 267 Congolezen liet inschepen om die drie dorpjes in Tervuren te laten bevolken. Oude foto’s laten zien hoe ze in hun prauw over de vijver peddelden. Hoe ze naast hun eenvoudige hutten stonden te nietsen, onder een palmboom, in rieten rok en lendendoek. Te schaars gekleed voor wat een kille zomer bleek te zijn, waardoor zeven van hen stierven en in ongewijde grond werden begraven. Eerst in de buurt van het museum, later langs de muur van de parochiekerk Sint-Jan-Evangelist in het centrum van Tervuren.

Africa Museum, Tervuren. Beeld Pauline Niks

Overigens was de expositie met 1,2 miljoen Belgische bezoekers een buitengewoon succes. Reden voor Leopold een jaar later te beginnen aan een permanent museum, dat in 1910, een jaar na zijn dood, een definitief onderdak kreeg. En waarin dus, kleine veranderingen daargelaten, tot 2013 weinig veranderde, met een collectie zoals de vorst die destijds voor ogen stond. 

Met beelden van woest ogende Afrikanen in de ontvangstzaal. Vitrines waarin het dierenleven in Congo wreed maar realistisch werd uitgebeeld. Met grondstoffen als ivoor en rubber, die de wereldbevolking zouden verrijken, maar waarbij niemand zich afvroeg welke prijs daarvoor werd betaald. En waar te midden van dit alles een meer dan levensgrote beeltenis van de Leopold verrees, met een breed uitwaaierende sinterklaasbaard, de  blik ferm voorwaarts gericht, de armen strak langs het lijf, als een Egyptische farao, zoals hij zichzelf waarschijnlijk graag zag.

Rubber
Dat Leopold II schatrijk werd, was deels toeval. Het dure ivoor verkreeg hij door het afschieten van Congolese olifanten. Maar rubber werd pas interessant toen rond 1890 de Schot John Boyd Dunlop de opblaasbare rubberband introduceerde. Heel Congo bleek vol te staan met rubberbomen. Landonteigening en slavenarbeid garandeerden een gestage productie.

Alles bij elkaar een collectie van 120 duizend artefacten die grotendeels uit de voormalige kolonie waren ‘meegenomen’. En die een beeld gaven van, ja van wat eigenlijk? Van het authentieke Congo? Van de weelderige plantengroei? Het uitzinnige natuurschoon? Het christelijke beschavingsmodel dat de vorst Congo had willen ? Industriële voorspoed? Of was het slechts een beeld van zijn eigen succes?

Congolezen in een nagebouwd Congolees dorp ten zuidoosten van Brussel, in 1897. Zeven dorpelingen overleefden hun verblijf in België niet.

Vragen die te denken geven, en nieuwe antwoorden behoeven. Reden waarom vijf jaar geleden tot een grootscheeps herinrichting en verbouwing werd besloten. Met alle discussies en consternatie die bij dit soort vernieuwingen horen. Omdat elk museum, maar zeker een museum met koloniale wortels, meer is dan een verzameling artefacten. Omdat ze gebruiken en gewoonten vertegenwoordigen, niet alleen van de Congolezen, maar evenzeer van de Belgen. Voorwerpen die machtsverhoudingen uitdragen; de macht van de Europeanen en de onmacht van de Afrikanen.

De bekering van directeur Gryseels kwam dus inderdaad van verre. In vroegere interviews had dat de directeur zich niet echt van Leopolds wrede politiek gedistantieerd. Zeker, het viel allemaal niet goed te praten, maar je moest het in zijn tijd bezien. Had niet elk Westers land een fikse klont boter op het hoofd als het ging om de wandaden in hun koloniën? Denk alleen al aan de slavenhandel die de Hollanders in de 17de eeuw organiseerden. 

En daarbij, paste de opzet van het Tervuurse museum niet naadloos in de tweede helft van de 19de eeuw, toen zowat elke zichzelf respecterende stad in Europa en Amerika inwoners uit hun koloniën of de eigen oorspronkelijke bewoners exposeerden, als levende have in een Human Zoo. Was er niet tot 1997 in een dorp bij Barcelona een opgezette Bosjesman te zien geweest, El Negro

Geen beeld van de keerzijde

Dat mag zo zijn zijn. Maar waarvan het museum in elk geval géén beeld gaf, was van de keerzijde van Leopolds ‘successen’: de slavenarbeid, de martelingen, economische uitbuiting, grootschalige landonteigening, het imperialisme. Het museum ging voorbij aan wat het Afrikaanse land was aangedaan, hoe het zich na de onafhankelijkheid in 1960 had ontwikkeld, wie er nu woonden, en wat kolonisatie en dekolonisatie voor Congo hadden betekend. 

Het was een museum van zichzelf geworden, een eigen Heart of Darkness. Met een collectie die even mottig was als achterhaald. En die muurvast zat.

Nu het gebouw is gerenoveerd en de collectieopstelling veranderd, blijkt hoe moeilijk het is om een goed vervolg op de Afrikaanse erfenis te geven. Het oude museum was overzichtelijk in zijn koloniale ambities. Ambities die terug te voeren waren op een even overzichtelijk wereldbeeld: Europa versus Afrika, wit versus zwart, heerser tegenover overheerste, jager tegenover prooi. Eenduidige denkbeelden die bovendien verwezen naar één man: Leopold The Man.

Deze ‘stereotiepe’ sculpturen zijn nu in het ‘schaamtedepot’ te zien. Beeld Pauline Niks

Laat tot inkeer

België is relatief laat tot inkeer gekomen over de misstanden in de koloniale tijd, geeft directeur Gryseels ruiterlijk toe. Hij wijt het deels aan de weinige Congolezen die tot het einde van de 20ste eeuw naar België mochten verhuizen. Een gemeenschap die inmiddels is uitgegroeid tot 250 duizend. Waarmee de verontwaardiging toenam en het verzet groeide, omdat deze gemeenschap zich niet in het museum herkende. Een museum dat nota bene lange tijd hun naam had gedragen, Musée du Congo

Daar komt bij dat ook in België wordt gediscussieerd over straatnamen en monumenten die verwijzen naar Leopold en anderen die in Congo hebben huisgehouden. Over in welke mate België Afrikaans cultuurgoed moet teruggeven (hoewel veelal onduidelijk is aan wie of wat, en of het werk was gekocht, gegeven of geroofd). En over schoolboeken die meer tekst en uitleg moeten geven aan kinderen die veelal flauw benul hebben van Leopold, Congo en de onafhankelijkheidsstrijd, eind jaren vijftig van onder anderen Patrice Lumumba.

Buste van Leopold II, gecombineerd met Congo’s exportproduct ivoor. Beeld Pauline Niks

Nu de doos van Pandora is geopend, is de meerstemmigheid niet meer in te dammen. Begrijpelijk. Iedereen wil zijn inbreng laten gelden. Over hoe de geschiedenis van Congo zich echt heeft ontwikkeld. Hoe de Congolezen zichzelf zien. Wat ze op dit moment aan eigentijdse kunst maken. Welke oude, veelal stereotiepe beelden naar het schaamtedepot in de kelder moesten en welke konden blijven staan. Tot aan wat al dat afschieten en opzetten van dieren heeft betekend voor het Afrikaanse ecosysteem. 

Het zal voor Gryseels spitsroeden lopen zijn geweest elke stem gehoord te laten worden. Er moest duidelijk iets worden rechtgezet. Niet dat ze eruit zijn gekomen. Elke zaal laat weer een ander geluid horen; nieuwe samenhang is nog niet gevonden. Het wijst erop dat Gryseels’ voortschrijdend inzicht waarschijnlijk nog jaren zal voortschrijden. 

Koning Filip niet naar opening Africa Museum
De Belgische koning Filip zal zaterdag het hernieuwde Africa Museum in Tervuren niet openen.  Officieel heeft de koning afgezegd om protocollaire redenen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden