AchtergrondJonge makers

Het aantal plekken waar jonge theatermakers zich kunnen ontwikkelen dreigt gehalveerd te worden

De kabinetsambities voor verbreding en verjonging van talentontwikkeling in cultuur moeten komend jaar zichtbaar worden. Ze dreigen echter ook onbedoeld verschraling te veroorzaken in de podiumkunsten: jong talent betaalt de prijs voor steun aan meer gevestigde makers en nieuwe genres als urban, musical en bio-kunst. De politiek heeft nog tien dagen voor een reddingsplan. 

Beeld Studio Ski

‘We hebben in de podiumkunsten een ideale springplank voor jong talent. Daar dreigt de bijl in te gaan.’ Regisseur Ivo van Hove (62), directeur van Internationaal Theater Amsterdam, kan door de telefoon zijn onbegrip nauwelijks onderdrukken over de op handen zijnde subsidiestop voor Frascati Producties en Plan Brabant, twee succesvol functionerende instellingen voor talentontwikkeling. Ondanks positieve beoordelingen en lovend ontvangen toekomstplannen dreigt door budgettekort hun vierjarige rijkssubsidie niet te worden verlengd. 

Tenzij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Ingrid van Engelshoven op 23 november alsnog met aanvullingen komt op haar toekenningen naar aanleiding van het advies van de Raad voor Cultuur. Over tien dagen debatteert de Tweede Kamer voor het laatst over haar vierjarige cultuurbegroting. Tot dan kan er worden gerepareerd. ‘De minister doet vast haar best, maar tot nu toe zie ik voor een groep jonge makers een lege oceaan ontstaan’, aldus Van Hove. ‘We gaan enorm veel kwaliteit verliezen. Dat is het ergste van het ergste.’ 

Ook Tweede Kamerleden Peter Kwint (SP) en Corinne Ellemeet (Groen Links) waarschuwen voor ‘de benarde positie van jonge makers, mede door de coronacrisis’, in hun op 29 juni aangenomen motie. Daarin vragen ze aan D66-minister Van Engelshoven om ‘in kaart te brengen of het aantal plekken voor jonge makers door het nieuwe kabinetsbeleid stijgt en niet afneemt’. Kwint (35) zegt desgevraagd nog geen antwoord te hebben. ‘Haar ambtenaren zullen vast als een gek aan het tellen zijn, het is een ingewikkelde rekensom. Maar ik vrees de uitkomst.’ Schoolverlaters van kunstvakopleidingen lijken de komende tijd een dubbele prijs te betalen. ‘De poging van de minister om te verjongen en te verbreden veroorzaakt onbedoeld verschraling binnen bestaande talentontwikkeling voor de podiumkunsten. Met Frascati en Plan dreigt een substantieel deel aan mogelijkheden weg te vallen. Dit verlies telt dubbel: beginnende makers zien door de coronacrisis toch al kansen verdampen.’

De zogeheten ontwikkelplekken zijn van groot belang voor de podiumkunsten. Ze vormen een brug van opleiding naar werkveld. Afgestudeerde makers kunnen er in relatieve luwte werken aan hun artistieke handschrift. Ze beginnen kleinschalig, mogen op hun bek gaan, krijgen feedback en werken ideeën steeds groter uit. Iemand regisseert als broekie niet meteen even een gezelschap in de grote zaal. Dat is voor alle partijen een te groot (financieel) risico. Van Hoves ITA werkt daarom al jaren vruchtbaar samen met Frascati: ‘Jonge makers en toneelschrijvers moeten kilometers maken, experimenteren, falen, groeien. Bij ons kan dat niet. Frascati en Plan hebben voeling met het kleinschalige. Zij zitten aan de bron.’

Vallen dit soort ontwikkelplekken weg, dan wankelt de brug. Teamleider Rob Ligthert (56), directeur van de Toneelacademie Maastricht, bemerkt nu al onrust onder zijn studenten. ‘Tweedejaars maken zich zorgen of ze het redden in de beroepspraktijk. Niet omdat ze niet goed genoeg zouden zijn. Wel omdat er straks te weinig ruimte is voor het onderzoeken van nieuwe ideeën, genres en thema’s.’ Laat mij nog maar een jaar langer studeren, hoort hij nu al. ‘Dan stokt het dus bij ons.’ Namens vijf kunstvakopleidingen voor theater en dans stuurde Ligthert twee brandbrieven naar de minister. Theaters en festivals uitten eveneens hun zorgen, net als prominente culturele zuiderburen in Vlaanderen. De minister heeft tot nu toe geen actie laten zien. De politiek rest nog tien dagen om met een reddingsplan te komen. 

Theatermaker Jetse Batelaan (42), die zeventien jaar geleden als onervaren regisseur begon bij Gasthuis, de voorloper van Frascati Producties, en nu internationaal bejubeld wordt om zijn lef en originaliteit, vreest dat een hele generatie ertussenuit valt en vernieuwing in de kunsten daardoor stagneert, ondanks de goede bedoelingen van de minister. Hij benadrukt dat organisaties als Frascati en Plan voorkomen dat nieuwkomers zich te snel voegen naar de signatuur van bestaande groepen. ‘We hopen niet op epigonen van wat er al is. We willen verrast worden door nieuwe stemmen. Daarom moet de ongebreidelde ideeënlust van jonge makers bij talentontwikkeling leidend zijn.’

Zijn Theater Artemis is een van de tien pijlers onder Plan Brabant, dat net als Frascati in Amsterdam bewust kiest voor hybride mogelijkheden – dus geen genrespecifieke talentontwikkeling. Plan ontplooit in Zuid-Nederland tientallen projecten per jaar in theater, dans, circus en tussenvormen; Frascati in onder meer internationale performance, mime, journalistiek en documentair theater, toneelschrijven en regie. Batelaan: ‘Wil je iets maken dat er nog niet is, dan moet je als starter over een knikkerbaan kunnen rollen, van genre naar genre, om aan wetmatigheden te kunnen ontsnappen. Een organisatie moet de tussenluikjes openzetten.’

De minister geeft de komende vier jaar juist voorrang aan genrespecifieke ontwikkelplekken, zoals voor muziektheater, bio-kunst en repertoiretoneel. Volgens Ligthert passeert ze daarmee de behoefte van jonge makers aan plekken waar cross-overs tussen podiumkunstvormen mogelijk zijn. Of zoals Van Hove het uitdrukt: ‘Het zaadje moet zelf kunnen bepalen welke bloem eruit groeit. Makers moeten zich niet te vroeg in een bepaalde stijl laten dwingen. Dat is slecht voor de vernieuwing van de kunsten.’

De reguliere, hybride talentontwikkeling van jonge podiumkunstmakers dreigt onbedoeld slachtoffer te worden van alle kabinetsambities om cultuurbeleid te verjongen, te verbreden en te verkleuren: een rekensom (zie inzet) toont aan dat vanaf januari 2021 met het wegvallen van Frascati en Plan (beide positief beoordeeld) en de negatief beoordeelde toekomstplannen van Via Zuid en Productiehuis Rotterdam liefst 40 procent van de plekken verdwijnt waar makers tot zes jaar na hun opleiding terecht kunnen. Als Frascati en Plan (die jaarlijks dertig jonge makers een plek bieden) alsnog het aangevraagde bedrag krijgen, respectievelijk 8 en 6,5 ton, zouden zij dat gat kunnen opvangen.

De vraag is waarom deze reparatie tot nu toe nog niet is gelukt, nu de minister de cultuursector extra investeringen heeft toegezegd, evenals nieuwe steunpakketten voor overbrugging van de coronacrisis. Frascati en Plan blijken telkens buiten de geoormerkte budgetten te vallen. ‘Alles lijkt gered, behalve de toekomst’, zo luidt dan ook hun noodkreet. Dat klinkt misschien dramatisch, maar vooruit, het gaat om theaterdieren.

Volgens Kwint kan met een relatief geringe investering een deel van de arbeidsmarkt voor jonge makers worden gerepareerd. Eventueel door middelen vrij te spelen uit coronasteun. ‘Voor een gezonde doorstart van de cultuursector zijn die plekken straks broodnodig.’

Pittige rekensom

Minister Ingrid van Engelshoven introduceert in de Basisinfrastructuur 2021-2024 (BIS) de zogeheten ‘ontwikkelfunctie’: een nieuwe categorie ter vervanging van eerdere regelingen voor talentontwikkeling in de BIS en bij het Fonds Podiumkunsten. De minister ambieert versterking, verjonging en verbreding van talent- en genreontwikkeling in de hoop ‘groepen te bereiken die zich misschien minder aangesproken voelen door wat er nu in schouwburgen, concertzalen en musea te beleven is’, schreef zij vorig jaar in haar beleidsnota. ‘Ik denk hierbij vooral aan ontwerp, filmhubs, popmuziek, urban arts en cross-overs.’ De bewindsvrouw stelde 8,7 miljoen euro beschikbaar voor maximaal vijftien ‘ontwikkelinstellingen’, voor een deel geld dat ze overhevelde van het Fonds Podiumkunsten naar de BIS.

Onbedoeld ging haar operatie echter ten koste van bestaande, succesvolle talentontwikkeling. De positief beoordeelde instellingen Frascati en Plan zijn bedrijfsongevallen. Het verlies van 40 procent aan plekken wordt mede veroorzaakt doordat zij inzetten op veel kleinschalige activiteiten met jonge makers, in tegenstelling tot wel gehonoreerde instellingen als Orkater (muziektheater) en MusicalMakers (musicals), die vanwege de aard en omvang van hun projecten enkele makers selecteren die al verder zijn in hun carrière. Het gros van jong makerstalent komt in deze trajecten niet aan bod.

Bovendien wentelt de minister veel ambities af op deze krappe categorie ‘ontwikkelfunctie’. Ze wil ruimte voor diversiteit (via hiphop en urban) en stalt er ook nieuwe genres als musical, popmuziek, textiel- en bio-kunst. De vijftien ontwikkelplekken en 8,7 miljoen euro zijn met 69 aanvragen uit onvergelijkbare genres (van opera tot design) vér overvraagd. Extra complicerend: de geselecteerde vijftien ontwikkelinstellingen moeten evenredig over Nederland worden gespreid.

Daardoor duwen toekenningen aan het prille BioArt Laboratories in Eindhoven en de urban dansers van Emoves in Veldhoven de ervaren ‘regio-collega’ Plan Brabant naar beneden, net onder de zaaglijn. De raad roemt Plan nota bene als ‘schoolvoorbeeld voor talentontwikkeling geschoeid op nieuwe leest’, vanwege het succesvolle commitment van podia, producenten en festivals in vier Brabantse steden. Toch vist de netwerkorganisatie naast het BIS-net. Net als andere instellingen werd Plan overgeheveld van het Fonds Podiumkunsten naar BIS. 

Korzo (dans), Orkater (muziektheater), DOX (jongerencultuur), Toneelschuurproducties (teksttoneel) en Likeminds (culturele diversiteit) kregen de afgelopen kunstenplanperiode talentontwikkelingsgeld van het Fonds. Zij zitten straks wel in de BIS. Samen met de nieuwe initiatieven leidt dat echter tot verdringing. Frascati zat in de BIS maar verliest zijn plek, ondanks een flink trackrecord van succesvolle namen (van stand-up-theaterfilosoof Laura van Dolron tot het ontregelende performanceduo Boogaerdt/Van der Schoot).

De vraag is nu: houdt de minister vast aan het betwiste raadsadvies over de ‘ontwikkelfunctie’ wanneer daardoor 40 procent van reguliere ontwikkelplekken voor jonge podiumkunstmakers verdwijnt? Of zet ze voor 23 november nog tussenluikjes open?

Plan Corona Noodfonds voor jonge makers

Plan Brabant huist niet in een eigen pand voor talentontwikkeling, zoals Frascati in Amsterdam, maar is een netwerkorganisatie van tien partners in vier Brabantse steden (Den Bosch, Eindhoven, Tilburg en Breda). Vijf van deze partners stopten begin november een bedrag in een Corona Noodfonds (bij elkaar € 140.000) om dertig jonge makers in deze periode van misgelopen inkomsten te steunen in hun artistieke ontwikkeling. ‘Wat een geruststelling. Dit zorgt voor veel perspectief en motivatie’, aldus de Tilburgse performancekunstenaar Sam Scheuermann (in 2017 afgestudeerd aan de regieopleiding van Toneelacademie Maastricht).

Jetse Batelaan.Beeld Studio Ski

Theatermaker Jetse Batelaan (1978) is een van de meest vernieuwende stemmen in het jeugdtheater en de eerste Nederlander die in Italië de prestigieuze Zilveren Leeuw voor Theater won, tijdens de Biënnale van Venetië van 2019. Batelaan begon in 2003 na zijn regieopleiding bij Gasthuis/Frascati. ‘Ik mocht sowieso drie projecten doen, ook als er een zou mislukken. Ze legden de bal volledig bij mij. Ik wilde geen repertoiretoneel, geen drama met conflicten. Een enorme zoektocht. Ze waren geduldig, open, neutraal. Hielpen een grillig idee gestaag te articuleren tot avondvullende voorstelling. Toen ik een grote buitenvoorstelling wilde, steunden ze mij in de realisatie van Broeders op locatie, dus niet op hun eigen podium. Ze nodigden programmeurs uit. Zonder die plek had ik daarna nooit bij een gezelschap als het Ro Theater kunnen werken.’

Katja Heitmann.Beeld Studio Ski

Choreograaf Katja Heitmann (1987) groeide op in Duitsland, waar haar ouders een dansschool hadden. Aan de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg ontdekte ze haar talent voor minimalistisch, humoristisch danstheater. Ze stript performances tot op het bot en presenteert dansers op onverwachte plekken, zoals roltrappen, winkelcentra, kerken en museumzalen. Plan Brabant ondersteunde Heitmann in de realisatie van verrassende, technologisch ingewikkelde performance-installaties en meerdaagse bewegingsexposities. Heitmann bevraagt de betekenis van beweging in een gedigitaliseerde maatschappij. Ze won De Prijs van de Nederlandse Dansdagen Maastricht 2016 (€ 10.000) en de Gieskes-Strijbis Podiumprijs 2020 (€ 60.000).

Marjolijn van Heemstra.Beeld Studio Ski

Schrijver, dichter, theater- en podcastmaker Marjolijn van Heemstra (1981) ontdekte na haar studie godsdienstwetenschappen bij Frascati theatrale vormen voor haar activistische engagement. Voor haar eerste Frascatisucces, Family ’81 (2011), vroeg ze mensen aan de andere kant van de wereld die op dezelfde dag als zij geboren waren een maand te skypen en haar een week in hun leven mee te nemen, in een zoektocht naar het grote verbindende verhaal van haar generatie. Van Heemstra is nooit meer gestopt met het zoeken en bevragen van sociale verbondenheid. Met collega Sadettin Kirmiziyüz maakt ze scherp, betrokken en humoristisch theater, aan de hand van (zelf)onderzoek naar persoonlijke geschiedenissen en maatschappelijk relevante kwesties. Ze won de BNG Bank Literatuurprijs 2017 en werd met En we noemen hem genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

Alex Burghoorn interviewde cultuurminister Ingrid van Engelshoven over een moeilijk jaar voor de culturele sector en de steunpakketten.

Ook in de popsector komt talentontwikkeling in de knel omdat de organisatie Popsport een groot deel van de vierjarige rijkssubsidie dreigt te verliezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden