Hertogstad duikt in z'n martiale verleden

Ooit was 's-Hertogenbosch een vestingstad, een druk soldatencentrum vol kazernes. Het stadsbestuur wil dat weten. Na de restauratie van de Binnendieze is nu een begin gemaakt met het opknappen van de vestingwerken....

door Peter de Graaf

HET IS vrijdag, visdag. De Markt telt opvallend veel en rijk gevulde viskramen. Hier vloeien de katholieke en bourgondische cultuur samen. De mensen kuieren over het plein of zijn neergestreken op een van de terrassen. Het is droog, er schijnt zelfs een schraal zonnetje.

Bij het VVV-kantoor aan de Markt begint de vestingwandeling die onlangs is uitgestippeld door de Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch. De Vrienden willen de vestingwerken 'herkenbaar' maken in de stad, die eeuwenlang een echte vestingstad was, een druk soldatencentrum vol kazernes.

Ruim achthonderd jaar geleden stichtte Hertog Hendrik I een vestingstad in het noordelijk deel van zijn hertogdom Brabant, op de plaats van de Markt. De stad was aanvankelijk nauwelijks groter dan het marktplein, maar wel ommuurd. Achter het Rozemarijnstraatje, een kleine zijsteeg van de Hinthamerstraat, liep de allereerste stadsmuur. In de schoenenwinkel is nog een van de twee torens te zien van de 'Lovensche' (Leuvense) Poort. De rest van de poort werd begin negentiende eeuw afgebroken op last van Napoleon. Het oude bouwwerk zou de snelle verplaatsing van zijn troepen maar in de weg staan.

In dit prille stadium van de vestingwandeling wordt het vermogen tot inleving zwaar op de proef gesteld, maar aan het eind van het Rozemarijnstraatje stroomt de Binnendieze met haar prachtige doorkijkjes. Hier past minutenlang zwijgend genieten. En dan te bedenken dat het voormalige gemeentebestuur dit oude stelsel van waterwegen ooit wilde dempen, omdat het de stad slechts tot last en onnut was.

's-Hertogenbosch ontstond begin twaalfde eeuw bij de samenkomst van de rivieren de Aa en de Dommel. De natuurlijke vertakkingen van de riviertjes kwamen door de snelle uitbreiding van de stad binnen de vesting te liggen. Zo is de Binnendieze ontstaan, die aanvankelijk nog als waterweg dienst deed, maar allengs slechts grond- en rioolwater vervoerde. In de jaren zestig meende het gemeentebestuur - het kostbare onderhoud van het dure riool meer dan beu - krachtig te moeten ingrijpen 'in de versleten structuur van de Bossche binnenstad'. Een kleine, maar felle oppositie wist de Binnendieze van de ondergang te redden. Na 25 jaar restauratie straalt de Binnendieze weer in alle pracht en praal. Een tocht over de binnenstadse watergangen is een aanrader.

We passeren het hoogtepunt van de Brabantse gothiek, de Sint Janskathedraal. Op de aangrenzende Parade, een lommerrijk plein, was het ooit een komen en gaan van paradepaardjes. Na de Peperstraat, de Oude Dieze en café De Roode Leeuw komen we dan eindelijk bij de vestingwallen van de middeleeuwse stad en bij de oude waterpoort De Grote Hekel, die volgens een van de Vrienden van Den Bosch op instorten staat. Gelukkig is de restauratie al begonnen.

Het water van de Dommel en Aa stroomde door diverse oude waterpoorten, hekels, de stad binnen en werd daar Binnendieze genoemd. Bij hoog water konden de hekels worden afgesloten.

De Grote Hekel ligt aan de Zuidwal, die uitzicht biedt op het drassige gebied van de Bossche Broek. Het is een uitgestrekt natuurterrein zonder bebouwing, vlak buiten de stadsmuren. In de tijd dat 's-Hertogenbosch nog een echte vestingstad was, diende het als inundatiegebied. De Bossche Broek vormde een natuurlijke bescherming van de stad, die daarom ook wel de Moerasdraak werd genoemd.

De Gelderse aanvoerder Maarten van Rossum, die begin zestiende eeuw dood en verderf zaaide in de dorpen van de Meierij, waagde het om die reden niet de Hertogstad aan te vallen. Ook de troepen van Maurits slaagden er tijdens de Tachtigjarige Oorlog niet in de stad te veroveren.

Dat lukte Frederik Hendrik in 1629 uiteindelijk wel, met behulp van ingenieur Leeghwater. Zo'n vierduizend Hollandse boeren legden rond de stad twee evenwijdige dijken aan met een lengte van veertig kilometer. De riviertjes de Dommel en de Aa werden afgedamd en het water afgeleid. De Hollanders maakten een soort polder rond Den Bosch, met 23 watermolens. De Bossche Broek was na enige weken droog en na een beleg van vier maanden moest de stad zich overgeven.

NU grazen er koeien in de Bossche Broek. Het gebied ligt enkele meters lager dan de stad, hetgeen dateert uit de veertiende eeuw toen de Bosschenaren besloten zich beter te beschermen tegen de overlast van water. De regenrivieren veroorzaakten dikwijls watersnoden. De oplossing was even makkelijk als drastisch: de hele stad werd meters opgehoogd. Daardoor stroomt ook de Binnendieze enkele meters onder het straatniveau en ligt de vloer van de oudste (Romaanse) Sint Jan ongeveer twee meter lager dan de huidige vloer.

Verder op de Zuidwal staan een rondeel - een kleine waltoren vanwaar de Bossche boogschutters schuin voor en langs de wal konden schieten - en het Bastion Oranje. Hier ligt de 'Boze Griet', een van de grootste middeleeuwse kanonnen van Europa. Het wapen meet zes meter vierendertig, met een kaliber van zeventien centimeter. Het leukste van de Boze Griet is dat het kanon ondanks zijn afschrikwekkende afmetingen geen enkele kogel heeft verschoten voor de verdediging van de stad. Het wapen, gegoten door een Keulse smid, bleek van meet af aan kapot.

Na de Spinhuiswal duiken we de stad weer in om het traject van de middeleeuwse vestingwal te volgen. De muren zijn verdwenen, maar de straatnaam Achter de Boomgaard spreekt tot de verbeelding. Hier liepen destijds de grenzen van de stad en oefende een schuttersgilde haar prestaties met de boog.

Op de Sint Janssingel zien we vanaf een bruggetje de Dommel stromen. Door de Vestingwet van 1874 verloor 's-Hertogenbosch haar vestingfunctie. Veel militaire infrastructuur werd afgebroken. Het Bastion Maria moest eraan geloven en de Dommel werd rechtgetrokken. De stad kon voor het eerst uitbreiden tot aan de overzijde van de rivier, waar de wijk Het Zand werd gerealiseerd.

De Sint Jansstraat was een oude toegangsweg tot de stad. Om de vestingstad binnen te kunnen komen, moesten verschillende hordes worden genomen. Eerst stuitte men vanuit het westen op een manshoge wal met borstwering, vervolgens liep men via twee houten bruggen naar het ravelijn (een vijfhoekig eiland met walmuren). Via een derde houten brug bereikte men uiteindelijk de stadspoort. Een standbeeld van Sint Jan hield destijds een oogje in het zeil, met de tekst: 'Door God beminde patroon Johannes, bewaak deze poort en uw burgers en altaren en haardsteden.'

Door de nauwe straat trokken kooplui en burgers naar het centrum. De straatnamen in de omgeving herinneren nog aan de handel die passeerde: Korenbrugstraat, Korenstraatje, Lepelstraat (een lepel is een korenmaat) en Karrenstraat.

Langs de Buitenhaven, waar de rondelen weer in oude glorie zijn hersteld, komen we bij de Oliemolensingel. Het Bastion Oliemolen werd helaas eind vorige eeuw gesloopt. Vanaf de Boombrug is nog eenvan de twee torens te zien die zich voor de Bossche haven bevonden. Aan de overzijde van het water ligt de Citadel, een dwangburcht met vijf bastions die na de verovering van de stad in 1629 werd gebouwd. De Bosschenaren noemden het toen: de Papenbril.

Voor de burcht stroomt de Zuid Willemsvaart, tussen 1822 en 1826 gegraven op initiatief van koning Willem I. Het was het verbindingskanaal tussen Holland en het industriegebied bij Luik. Het idee dat het tientallen kilometers lange kanaal in zo korte tijd en geheel met de hand werd aangelegd, wekt nog steeds bewondering.

Aan de overzijde van de Zuid Willemsvaart bevindt zich ook het Kruithuis, een stevig gebouw met dikke muren voor de opslag van buskruit. Via Bloemenkamp, dat zijn naam dankt aan het vijftiende-eeuwse klooster Maria Bloemenkamp, lopen we weer richting Markt. Het klooster kreeg later een militaire functie. Op deze plaats is een modern winkelcentrum, de Arena, verrezen. Vlak voor de Markt passeren we nog een brede strook met vierkante zwarte stenen: hier stond ooit de oudste stadsmuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden