Herman Salomonson voelt als koloniaal mee met de inlanders

Toen Netje Salomonson in 1992 in de Bergense villa De Vlerken bezoek kreeg van neerlandicus Coen van 't Veer, was ze verrast: iemand die haar niet wilde uithoren over haar beroemde man, schilder Eddy Fernhout, haar beroemde schoonmoeder Charley Toorop en Charleys nog beroemdere vader Jan, maar over haar eigen vader, Herman Salomonson. Ze gaf hem een koffer vol onbekend materiaal. Van 't Veer zou de biografie samen met Gerard Termorshuizen schrijven, de biograaf van P.A. Daum. Uiteindelijk maakte Termorshuizen de biografie alleen.

Amusementsliteratuur

De Joods-Amsterdamse Herman Salomonson (1892 -1942) was heel veel tegelijk: romanschrijver, dichter, columnist, hoofdredacteur van de Java Bode en van persbureau Aneta. Bij leven was hij zeer populair - vooral beroemd om zijn rijmkronieken, een soort commentaar op het nieuws in versvorm, onder het wat parmantige pseudoniem Melis Stoke - en toch was hij al snel na zijn dood vergeten. Geen van zijn tientallen romans en novellen doorstond de tijd.

Ze kregen het predicaat 'amusementsliteratuur'. Misschien is dat het lot van mensen met veel talenten, die álles willen doen en zich nergens volledig op toeleggen.

Kamp Mauthausen

Salomonson had een overactief leven. Hij hielp tijdens zijn vier jaren in Nederlands-Indië het ingesukkelde dagblad de Java Bode er bovenop. Terug in Nederland hield hij als directeur van Aneta stand tussen agressieve concurrenten.

Een joviale, innemende netwerker, die veel geld verdiende en in grootse stijl leefde. Op foto's lijkt hij sprekend op Jack van Gelder. Hij trouwde met de beeldschone Annie, een driftige vrouw, met wie hij twee kinderen kreeg. Dat wervelende leven eindigde midden in de oorlog dramatisch in kamp Mauthausen. Daar werd hij 'auf der Flucht erschossen'.

Portret

Termorshuizen maakt geen heilige van Salomonson. Zijn hoofdpersoon is springlevend, een intelligente, rusteloze man. Het boek is ook een goed portret van de Nederlandse én Nederlands-Indische samenleving in het interbellum.

De intellectueel-liberale elite had vanzelfsprekend privileges. Dat vond ook Salomonson, geen socialist, doodnormaal. Maar hij had een zachtaardig en empathisch karakter. Als hoofdredacteur van de krant voor Nederlanders in Indië had hij oog voor de uitbuiting van de 'inlanders' en begreep hun streven naar vrijmaking, maar hij mengde zich niet in hun leven; hij hoorde nu eenmaal bij de blanke kolonialen.

Pacifist

In de jaren dertig werd hij lid van de christelijke Oxford-Groep. Terwijl hij zag hoe de macht van de nazi's en het antisemitisme in Duitsland groeiden, werd hij overtuigd pacifist. Salomonson werd niet vermoord omdat hij joods was, maar omdat hij zich deutschfeindlich gedroeg. In mei 1940 zou hij in een radioverslag - naar waarheid - hebben gezegd dat Duitse parachutisten verkleed gingen als Nederlandse politieagenten. Die belediging lieten de Duitsers niet over hun kant gaan.

Kansen om vrij te komen liet hij lopen. Zijn medegevangenen sprak hij moed in. Hij bleef rotsvast geloven in de overwinning van het goede; er zou hem 'een troostend licht' wachten - in die religieuze, passieve berusting leek hij op Etty Hillesum.

Dat zijn 22-jarige zoon Hans ook werd vermoord, maakte hij niet meer mee. In zijn gevangenschap, in Scheveningen en in Buchenwald, schreef hij nog vele gedichten. 'Hoe 't mij ga: 'k heb niet voor niets bestaan!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden