Herman Franke: vaak boos, maar nooit humorloos

Auteur Herman Franke overleed zaterdag in zijn woning in Amsterdam aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij werd 61 jaar.

Hij lijkt in de palm van zijn machtige hand – zijn enige – het hele leven te omvatten, maar het tegendeel is waar: de angsten, vreugden en extases van degenen in wie hij zich verplaatst, trillen in hem na en houden hém in leven. In alles wat hij schreef, leek Herman Franke op deze ontvankelijke stenen man. Franke overleed zaterdag in zijn woning in Amsterdam aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij werd 61 jaar.

Hij ziet ze worstelen met het bestaan, vooral in de liefde. Nelson beleefde ‘zijn grootste orgasme, de dood’, tijdens de zeeslag bij Trafalgar. Hij lijkt in de palm van zijn machtige hand – zijn enige – het hele leven te omvatten, maar het tegendeel is waar: de angsten, vreugden en extases van degenen in wie hij zich verplaatst, trillen in hem na en houden hém in leven. In alles wat hij schreef, leek Herman Franke op deze ontvankelijke stenen man. Franke overleed zaterdag in zijn woning in Amsterdam aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij werd 61 jaar.

Rouwadvertenties

Zijn debuutboek, in 1985, was een sociologische studie. De dood in het leven van alledag, waarin hij twee eeuwen rouwadvertenties analyseerde. Ook toen al was hij geïntrigeerd door wat mensen voor hun geliefden voelen maar niet uitspreken, of alleen onbeholpen of omfloerst. Vijf jaar later publiceerde hij een lijvig proefschrift over twee eeuwen gevangenisstraf in Nederland, De macht van het lijden. Het werd een standaardwerk, dat hem in één klap tot vooraanstaand criminoloog maakte.

Frankes carrièrepad leek geplaveid: het hoogleraarschap lonkte. Maar dat vooruitzicht beklemde hem. Wat hij wilde vertellen barstte uit het keurslijf van de wetenschap. Hij wilde de angsten, obsessies en dromen van mensen ervaren en voor anderen voelbaar maken. Literatuur moest het worden. Met behulp van de verbeelding dacht hij de waarheid dichter te kunnen naderen dan in wetenschap of journalistiek mogelijk was.

Hij had al twee romans geschreven, die niet echt waren opgevallen, toen hij in 1995 besloot zijn baan op te zeggen om fulltime te schrijven. In 1998 verscheen De verbeelding, een fonkelende, meerstemmige roman, volgens velen zijn beste. Franke liet een stuk of twintig personages aan het woord, afkomstig uit alle windstreken, jong en oud, nietig en beroemd, levend of dood. De verteller verplaatst zich behendig door al die tijden, lichamen en zielen. Het is telkens de liefde die hen drijft en terneerslaat. In 1999 kreeg hij voor deze roman de Generale Bank Literatuurprijs (de huidige AKO Literatuurprijs). Zijn riskante stap was beloond.

Middenstandsgezin

Het was niet zijn eerste maatschappelijke sprong geweest. Franke werd op 13 oktober 1948 geboren in een katholiek middenstandsgezin in de Groningse volkswijk Zuiderdiep. Hij hoorde nergens bij. Op straat hield hij zich staande tussen de straatschoffies, thuis was hij de enige die naar de hbs ging. ‘Aan die achterstand heb ik een permanente onzekerheid overgehouden’, zei hij in 2000 in een interview in Trouw. Hij werd verslaggever bij het Nieuwsblad van het Noorden. Daarna ging hij sociologie studeren en werd hij onderzoeker, en hij schreef opiniestukken voor kranten en tijdschriften. Het laveren tussen verschillende milieus zou nuttig blijken voor zijn schrijverschap: ‘Ik weet hoe arbeiders praten, hoe schrijvers praten, hoe journalisten praten, hoe boeren, studenten en hoogleraren praten. (...) Ik ben een solist, een asociale loner.’

Wolfstonen, dat in 2003 uitkwam, was weer een grote, ‘meerstemmige’ roman. In een volksbuurt van een grote stad wordt een luxe appartementencomplex neergezet. De beschaafde, tolerante huizenkopers worden getreiterd door de wijkbewoners, en alles eindigt in bruut geweld. Wolfstonen volgt de polsslag van de actualiteit en er spreekt een moreel oordeel uit. Maar een somber sociaal-realistisch werk is het niet, eerder een keihard hedendaags sprookje. Volgens Franke was literatuur geen veilige, omheinde speelplaats, maar een arena waarin de moraal werd bevochten. De inzet van een schrijver moest hoog zijn.

Ook in zijn beschouwingen was Franke onbekommerd een moralist. Van 2000 tot 2007 schreef hij een tweewekelijkse column in Cicero, het boekenkatern van de Volkskrant. Hij koos partij voor de kwetsbare kunst, tegen de alomtegenwoordige verplatting, het verongelijkte geschreeuw, het emotionele exhibitionisme en de xenofobe hetzerij, waaraan volgens hem de media graag meededen. Toch was hij geen cultuurpessimist: iemand die de hoop heeft opgegeven, verdedigt niet hartstochtelijk het belang van literatuur. Hij was in zijn columns vaak boos, maar nooit humorloos.

Romanserie

In 2007 begon Franke aan een romanserie onder de hoofdtitel Voorbij ik en waargebeurd. De ik-verteller leek een beetje op Franke, maar viel niet met hem samen. Hij is, net als Nelson, wendbaarder en alwetender dan een gewoon mens kan zijn. In deze ‘doorlopende roman’ kon hij alles kwijt: jeugdherinneringen, verhalen, beschouwingen. In 2007 verscheen het eerste deel, Uit het niets en in 2008 deel 2, Zoek op Liefde.

Herman Franke had zijn ideale genre gevonden, en kon daarmee nog jaren voort. Helaas was dat hem niet vergund. Een slopende ziekte maakte in korte tijd een eind aan zijn leven.

Herman Franke (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden