Herinneringen

Torgny Lindgren lengt zijn herinneringen aan met mooie verzinsels

Hij komt uit een streek in het noorden waar zó weinig gebeurt dat de plaatselijke journalisten uit kopijnood gedwongen zijn hun fantasie in de verslaggeving te benutten. Althans, in de romans van de Zweedse nestor Torgny Lindgren (1938) is dat het geval. Maar hoe betrouwbaar zijn die?

In het geheel niet, zou hij zelf stellig antwoorden. Nadat hij een droogkomisch oeuvre bijeen had geschreven vroeg zijn uitgever om memoires. Die zijn er vorig jaar gekomen, en nu vertaald, maar als de genre-aanduiding van Herinneringen niet al genoeg waarschuwing bevat - 'roman' - dan wijst de schrijver er zelf herhaaldelijk op dat hij er niet zeker van is of hij zich iets herinnert of het verzint.

Dat duidt niet op verstrooidheid, maar op een programma. Echt gebeurd doet er niet toe, het verhaal moet goed zijn, dat is de waarheid waar een kunstenaar zich aan heeft te onderwerpen - de artistieke.

Prachtige verhalen zijn het die Lindgren opgraaft, dan wel eigenhandig smeedt. Hij laat de bronnen zien van zijn romans, waaronder De weg van de slang, Norrlandse aquavit en De bijbel van Doré, over een analfabete jongen die de Bijbel alleen van de platen van Gustave Doré kent. Die jongen, die zonder letters stukken optimistischer in het leven stond dan de jonge Torgny, verbleef begin jaren vijftig met hem op het sanatorium.

Dat was in de periode nadat Torgny thuis in de doos met foto's had gegrabbeld, en telkens aan zijn moeder had gevraagd: 'Wie is dit? En stierf hij in de Heer?' Dat kan niemand weten, antwoordde zijn moeder meestal, of: dat doet er niet toe. En dan schrijft Lindgren: 'Dat was het begin van mijn theologische scholing: of je al of niet in de Heer bent speelt in wezen geen rol, in elk geval niet nadat je in de doos met foto's beland bent.'

Het wemelt in deze Herinneringen van zulke terloopse wijsheden. Moeders verdwenen zus Hildur zit ook tussen de foto's. Die is ooit naar Alaska vertrokken om goud te zoeken. Nooit meer iets van vernomen. Spoorloos. Hele verhalen verzon Torgny rond tante Hildur.

'Maar toen kwam er plots een brief van haar, afgestempeld in Vancouver.' Even neemt Lindgren een pauze met die punt. Pas dan wil hij de clou kwijt, die uit zeven woordjes bestaat: 'Ze vroeg om een recept van vroeger.'

Witregel.

Er volgt nog meer: tante Hildur zelf komt weer terug uit Canada. Ze was een tijdje haar geheugen kwijt geweest, er was een boomstam op haar hoofd gevallen. Maar het grandioze eerste levensteken na jaren stilte, met die brief, kan niet meer worden overtroffen. En dat weet Lindgren: hij werkt het verhaal alleen maar af om ons na die witregel niet met onze lach alleen te laten.

De auteur vat een leven van drieënzeventig jaar in honderdtachtig pagina's. En dan heeft hij nog de helft verzonnen, zou hij hier achteraan zeggen. Of dat laatste ook geldt voor de tere herinneringen aan zijn markante ouders, waag ik te betwijfelen. Kort voor zijn moeder sterft, heeft hij met haar een gesprek, dat veel pauzes bevatte: 'Die waren misschien wel belangrijker dan de woorden. Mijn hele leven ben ik vreemd volk geweest, zei ze. Overal. Ik vond nooit een huis.'

Dat herkende haar zoon. Ook hij is overal vreemd volk. En door die positie kan hij haarscherp zien wie er nog meer tot die categorie behoren van mensen die een verhaal verdienen. Misschien dat de fantasie zo'n verhaal een tikje bijkleurt, maar wat is daar erg aan? Het gaat om de woorden, de komma's daartussen, en de zwijgende ondertekening van de witregel.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.