Herinneringen aan Isings

IN NOVEMBER 1974 had ik een interview met de toen 90-jarige tekenaar en illustrator Johan Herman Isings...

Het was de tijd van het jeugdsentiment. De tekeningen van Rie Cramer en Cornelis Jetses (Ot en Sien) prijkten op placemats, melkbekers en koekblikken. Nostalgie vierde hoogtij, heimwee naar wat ooit was geweest.

Ook de schoolplaten van Isings beleefden een revival. Tientallen jaren hadden de imposante uitbeeldingen van 'De Noormannen voor Dorestad', 'De slag bij Nieuwpoort', 'Op de rede van Bantam', 'Leidens ontzet' of 'Behouden Huys op Nova Zembla' de sfeer van de geschiedenisles op de lagere school bepaald: de meester vertelde het verhaal met de aanwijsstok in de aanslag, de kinderen luisterden aandachtig toe.

In de jaren zestig waren de platen langzaam maar zeker van het toneel verdwenen, ten prooi gevallen aan de onderwijsvernieuwing. Eens waren ze zelf een belangrijk wapen van vernieuwing. In de negentiende eeuw, na de invoering van het klassikale onderwijs, werd onder invloed van pedagogen als Pestalozzi, Herbart en Fröbel een groot gewicht toegekend aan 'aanschouwelijk onderwijs': de kinderen moesten niet alleen abstracte dingen leren, maar moesten zich er vooral iets bij kunnen voorstellen. De schoolplaat deed haar intrede.

De Amsterdamse bakkerszoon Isings werd de ongekroonde koning van het historische genre, door de Leidse hoogleraar Frits van Oostrom aangeduid als 'de indrukwekkende traditie van historische schoolplaten die op vrijwel alle lagere scholen aan de wand hingen, en die, meestal in samenspel met het hartstochtelijke verhaal van een bevlogen schoolmeester, voor generaties Nederlanders het beeld van het verleden - en ook hun liefde voor geschiedenis - hebben bepaald'.

Van Oostrom zegt dit in zijn inleiding van het vrijdag verschenen boek Historisch Tableau - Geschiedenis opnieuw verbeeld in schoolplaten en essays. Het boek is de vrucht van een bijzonder project, dat werd uitgevoerd met steun van het ministerie van Onderwijs. Aan 28 prominente Nederlanders uit de wereld van wetenschap en cultuur werd de vraag voorgelegd een markant historisch tafereel te kiezen. Dit tafereel werd vervolgens uitgebeeld, ofwel met een oude schoolplaat van Isings (zes keer) ofwel met een nieuwe plaat, gemaakt door een eigentijdse illustrator. Bij de platen schreven de uitverkorenen ieder hun eigen verhaal.

Deze werkwijze heeft geleid tot een kleurrijk mozaïek van opmerkelijke momenten uit de vaderlandse geschiedenis (alleen de eerste mens op de maan en de val van de Muur vallen erbuiten). Willem Wilmink schrijft over de bouw van de Sint Jan in Den Bosch bij een tekening van Paul Teng, die de bouwmeester als hommage de trekken gaf van Isings. Adriaan van Dis geeft een bewogen beeld van de slavernij (illustratie Peter Nuyten). Jan Wolkers tekent én schrijft over de moord op de gebroeders De Witt in 1672. A. Rinnooy Kan laat bij een tekening van John Rabou de tulpengekte herleven. Marcel van Dam schrijft geëmotioneerd over de val van Srebrenica (illustratie Ger Louis Doornink).

'Het grootste compliment aan Isings en de zijnen is misschien wel dat hun traditie zo vruchtbaar bleek te kunnen worden voortgezet', schrijft Van Oostrom. De hedendaagse illustratoren kozen ieder voor een eigen stijl, 'die hen soms ver afbracht van de oude platen'. 'Maar velen lieten weten dat zij al werkend aan hun eigen plaat, alleen maar meer bewondering hadden gekregen voor het werk van Isings.'

H ET IS een gure novembermorgen als fotograaf Wim Ruigrok en ik aanbellen bij het huis van Isings in Soest. Isings doet zelf open. Een broze man, flinterdunne, witte haren, gegroefd gezicht, getekend door ouderdomsvlekken. Hij gaat ons, lichtelijk voorover gebogen lopend, voor.

'Ik ben nu 90 jaar', zegt hij, 'en de mensen zeggen steeds tegen me: nou, u houdt zich kranig. Maar ze weten niet wat ze zeggen. Je bent oud en je voelt het goed.'

Zijn stem klinkt nog steeds vast. Hij begint te vertellen over de wijze waarop zijn aquarellen tot stand kwamen. 'Het maken van een grote aquarel is, denkt men, een zaak van de ogen en de handen. Nee, nee, dat is niet zo. Het is een zaak van je hele innerlijk. De toewijding, de levenslust, de geestelijke drang - die komen voor de dag.'

Hij formuleert zorgvuldig met veel stembuigingen. De toon is op het didactische af, maar dat kan ook moeilijk anders als je zoveel met het onderwijs te maken hebt gehad. Geestdriftig vertelt hij over het prachtige aquarelpapier dat uit Duitsland kwam. 'Als je goed wilt aquarelleren, moet je erop schrobben en boenen. Een aquarel ontstaat meer door wat je weghaalt dan door wat je opbrengt. Je zet het er zwaar op en dan boen je het er weer af. Dan krijg je sfeer.'

Niets liet hij aan het toeval over. 'Ik had de gewoonte om, als er een lucht was op mijn tafereel, de lucht te nemen die voorbij dreef. Ik ging dan met mijn tekentafel naar buiten en dan stond ik daar te aquarelleren.' Hij buigt zich naar mij voorover. 'Ik zal u iets zeggen wat heel intiem klinkt en waar moderne mensen om lachen. Ze lachen maar, het zal ze wel opbreken. Ik heb gebéden om een lucht. En ik heb hem gekregen ook.'

Bij alles stond het belang van het onderwijs voorop. Het moest allemaal tot in de details verantwoord zijn. 'Ik moest wat laten zien. De onderwijzer moest de gelegenheid hebben om te zeggen: kijk daar of kijk daar. Je kunt van bepaalde fragmenten zeggen: die hadden best in de schaduw mogen vallen. Maar aan schaduw heb je niets in het onderwijs.'

Voor al zijn platen deed hij uitgebreid bronnenonderzoek. Hij sjouwde onvermoeibaar langs musea en archieven. Met stemverheffing zegt hij: 'Die tekeningen kun je maken als je handig bent. Maar handig is een soort ziekte. Daar ga je van dood. Dus ik lette niet op of het me veel geld in het laatje bracht. Ik wilde precies weten hoe alles er uitzag.'

Opeens staat hij op en gaat voor een manshoge spiegel staan. 'Je moet weten hoe plooien vallen. Dus poseerde ik vaak zo voor mezelf, ook naakt. Ik stond te acteren en tegelijk tekende ik. Ik heb de Romeinse geschiedenis moeten illustreren. Ik heb hier voor de spiegel die kerels zo laten vallen (hij maakt een sneuvelende beweging). Dat was dodelijk vermoeiend.'

Het ambachtelijke, daar heeft hij de grootste bewondering voor, zegt hij. 'Daar zie je een mens in.' Hij was voor zijn plaat over de drukkerij van Plantijn naar Antwerpen gegaan. Lyrisch vertelt hij over de persen die hij daar heeft gezien in wat nu het Plantijn-museum heet. 'Er zit een grote schoonheid in zo'n oude pers. Ik ben ook weleens in een moderne drukkerij geweest. Het is ongetwijfeld een groot man die zo'n machine heeft uitgevonden, maar evenzo vrolijk doet het me niets.'

Aan het eind van het gesprek komt hij nog één keer terug op het onderwijs. 'Kijk, een kind is romantisch van aanleg. Als je nu een onderwijzer bent die goed kan vertellen, levendig, met kennis van zaken, dan boei je een kind. Geschiedenis is een verhaal, een vertelling. Dat zijn levende mensen. Zo ben ik ook geboeid geraakt. Langkamp heette die onderwijzer.'

Na de publicatie van het interview kreeg ik een briefje van Isings. 'Ik kreeg zóveel reacties op Uw artikel, tot zelfs uit de Onderwijsraad, dat ik mij beschaamd gevoelde. Wat heb ik toch aan de Heer van Gessel verteld'

Johan Herman Isings overleed in 1977.

Frits van Oostrom (redactie): Historisch Tableau - Geschiedenis opnieuw verbeeld in schoolplaten en essays.

Amsterdam University Press; * 69,50 (gebonden), * 39,50 (paperback).

ISBN 90 5356 316 4.

ISBN 90 5356 299 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden