'Here's Johnny!'

Met The Dark Tower is de zoveelste Stephen King-verfilming een feit. De Volkskrant zette de zes huiveringwekkendste scènes uit zijn oeuvre op een rijtje.

Jack Nicholson in The Shining. Beeld
Jack Nicholson in The Shining.Beeld

Er zijn ontelbaar veel Stephen King-verfilmingen. Nou goed, niet ontelbaar, maar wel veel. Als je op de IMDB-pagina van King kijkt, zie je dat hij als schrijver bij 239 film- en televisietitels betrokken is geweest. Dat is inclusief The Dark Tower (vanaf vandaag in de bioscoop), de nieuwste verfilming van It (vanaf 7 september) en successen als The Shawshank Redemption, The Green Mile, Stand By Me en Misery, maar ook bescheidener producties zoals Sleepwalkers, Children of the Corn en Firestarter.

King is, hoeven we eigenlijk niet uit te leggen, de meester van de horror, of die horror zich nou fysiek, psychologisch of, zoals in het geval van It, in beide gedaanten uit. Het is dan ook geen sinecure de engste scènes uit Stephen King-films aan te wijzen. Niet alleen omdat het belachelijk veel films zijn, maar ook omdat eng een subjectief en breed begrip is. Misschien is daarom 'huiveringwekkend' een betere omschrijving. Hoe dan ook: hier zijn ze, de zes huiveringwekkendste scènes uit Stephen King-films.

THE SHINING

'De badkamer' - Stanley Kubrick, 1980

Het is bijna ondoenlijk de engste scène uit The Shining aan te wijzen, zo veel keuze als er is. Alleen al de trailer: een lang shot van twee liftdeuren in de hotellobby, met aanzwellende muziek en uiteindelijk een vloedgolf van bloed die uit de liften komt klotsen.

Overigens was King helemaal niet blij met deze als meesterwerk erkende verfilming van Kubrick. Hij vond het personage van Jack Nicholson van meet af aan te gestoord en ergerde zich aan de rol van Shelley Duvall, die was gereduceerd tot een gillende keukenmeid.

Hoe dan ook, als we dan toch één scène moeten kiezen, dan maar die waarin hoofdpersoon Jack Torrance (Nicholson) de verboden kamer 237 (waar het zou spoken) binnengaat. Torrance loopt langzaam naar de badkamer. Door de camera zien we zijn perspectief. Hij gaat de ziekenhuisgroene badkamer binnen, en hé, daar ligt iemand in bad. Een mooie, naakte vrouw stapt uit, benadert Torrance en zoent hem. Als hij in de spiegel kijkt blijkt haar rug al in verregaande staat van ontbinding. De knappe vrouw verandert in een zombieachtig figuur en loopt eng lachend achter de vluchtende Torrance aan. Er zit al weinig tot geen bloot in de films van Stephen King en de enige suggestie van seks die The Shining wekt, wordt genadeloos afgestraft. Gadverdamme.

CARRIE

De hand' - Brian De Palma, 1976

Het verhaal waarmee King doorbrak. Klassiek geval van het 'als je net dacht dat je alles gehad hebt'. In principe is Carrie, het verhaal over een puberend meisje dat voor het eerst ongesteld wordt, telepathische krachten krijgt en wraakt neemt op pestende klasgenootjes, niet eens zo'n heel enge film. Goed, er zit veel bloed in en de scènes met Carrie's moeder Margaret (Piper Laurie) zijn allesbehalve gezellig, net als het iconische beeld van Carrie aan het eind van het schoolbal. Maar anno 2017 ligt de schriklat wat hoger dan veertig jaar geleden. Tot de laatste scène dus. Sue Snell (Amy Irving) is een van de weinige meisjes uit de film die het beste met Carrie voor had. Dus als Carrie aan het eind van de film samen met haar moeder en haar huis in de aarde verdwijnt, bezoekt Sue Snell met tranen in haar ogen Carries graf. Op het moment dat ze een bosje bloemen neerlegt, schiet er plotseling een bloederige hand uit de grond die Sue's arm vastpakt.

Regisseur Brian De Palma veranderde het oorspronkelijke einde uit het boek, overigens tot tevredenheid van King. Sissy Spacek (Carrie), die zich voor de scène onder een hoop stenen liet begraven, genoot van de reacties van het bioscooppubliek. In New York maakte ze er een gewoonte van vijf minuten voor het einde van de film de bioscoopzaal in te gaan en te zien hoe iedereen uit zijn stoel sprong. 'Mensen zijn helemaal ontspannen. De muziek is mooi en rustig en plotseling gebeurt dat en wordt iedereen helemaal gek.' Inderdaad.

THE DARK HALF

'De nachtmerrie' - George A. Romero, 1993

Misschien wat minder bekend bij het grote publiek, maar daarom niet minder de moeite waard. The Dark Half (het laatste boek dat King schreef voordat hij stopte met drinken) vertelt het verhaal van schrijver Thad Beaumont die zijn rebelse, duistere pseudoniem George Stark tot leven ziet komen. Dat is geen fraai gezicht. Hoewel bij lange na niet zo eng als bijvoorbeeld The Shining of It, zit er ook in The Dark Half een alleraardigst luguber moment.

Beaumont komt in de auto van zijn alter ego aan bij zijn buitenhuis. Als hij de deur opendoet, begint Elvis zachtjes aan zijn Are You Lonesome Tonight, zo zachtjes dat de uit het niets brekende vaas je een bescheiden hartverzakking bezorgt. Er is een knullig special effect van een oven die in tweeën breekt, een bloedende, bewegende kalkoen in een braadslee en een eng piepje van het babyspeeltje waar Beaumont per ongeluk tegenaan loopt. De schrijver loopt de woonkamer in en ziet daar zijn vrouw zitten, vastgebonden op een stoel, haar hoofd voorovergebogen en haar gezicht onzichtbaar door haar haren die ervoor hangen - een klassiek horrorbeeld. Ze heft haar hoofd op en blijkt een craquelé porseleinen huid te hebben, beschilderd met rode slangen en vogels. Dat hoofd spat uit elkaar, waardoor er slechts een schedel met lang rood haar rest. Dat Beaumont vervolgens wakker schrikt, maakt het niet minder eng.

PET SEMATARY

'De picknick' - Mary Lambert, 1989

Een van de obscuurdere King-verfilmingen, dit verhaal over een familie die dichtbij een oude indianenbegraafplaats komt wonen, waar dieren (en mensen) die daar begraven liggen weer tot leven komen. King zelf legde het manuscript van het boek in eerste instantie weg omdat zijn vrouw en een goede vriend het verhaal te duister vonden. Dat komt niet zozeer door de kat- en hondzombies die het landelijke decor van de film bevolken. En ook niet door de afgrijselijke verschijning van Zelda, de overleden zus van een van de hoofdpersonen. Nee, het maagzuur van Pet Sematary zit 'm in de dood van de kleine Gage. Nu zijn onschuldige kinderen in Kings verhalen wel vaker de klos, maar de meedogenloosheid waarmee de 2-jarige Gage aan zijn einde komt is horror in zijn meest dramatische vorm. Een gezellige picknick op een zonnige dag, een weide, lachende gezichten, een vlieger, een hupsende peuter, een vader die even niet oplet en een enorme rode vrachtwagen die over de kleine Gage heen dendert. Waarom? WAAROM? Zodat hij natuurlijk - alles voor het plot - kan terugkeren als een moordende zombiepeuter, wat het leed niet bepaald verzacht.

IT

'Het bootje' - Tommy Lee Wallace, 1990

Strikt genomen is dit geen film, maar een tweedelige miniserie, maar daardoor niet minder verantwoordelijk voor een generatielange fobie voor clowns en mensen met buitensporig hoge voorhoofden. Het verhaal gaat over een moordend monster dat zich vermomt als een clown (weergaloos vertolkt door Tim Curry) die het op kinderen heeft gemunt.

Genoeg nachtmerriemateriaal in de hele film (miniserie), maar de scène waarin het jongetje Georgie in de regen zijn papieren bootje door de goot achtervolgt, is misschien wel de engste. Je voelt dat er iets gaat gebeuren, maar weet dan nog niet dat Pennywise, de clown, zich in allerlei kleine ruimten kan wurmen. 'Hi Georgie!', roept hij vanuit de regenput, en zijn grote witte voorhoofd doemt op. Hij biedt Georgie hoffelijk een ballon aan. Die bedankt in eerste instantie vriendelijk, maar wanneer Pennywise zegt dat er 'hier beneden' allemaal suikerspinnen en verrassingen en, o ja, ook ballonnen zijn, is hij toch om. 'Blijven ze zweven?', vraagt het kind en hij reikt naar het papieren bootje. 'O ja Georgie, ze zweven. Ze zweven.' Exit Georgie, enter clownfobie.

THE MIST

'Het dilemma' - Frank Darabont, 2007

De huiveringwekkendste scène uit The Mist, over een mysterieuze mist waarin monsters verstopt zitten, is niet die ene waarin een paar dappere mensen de supermarkt waar ze zijn opgesloten verlaten en vervolgens worden overvallen door duizenden spinnen die zich door lijken heen vreten. Vreselijk goor, maar na het macabere einde ben je dat al lang vergeten. Dat einde komt uit de koker van regisseur Frank Darabont (The Shawshank Redemption), maar heeft de goedkeuring van King, die er zelfs jaloers op zou zijn geweest: twee zielen, één zieke gedachte. Hoofdpersoon David Drayton besluit samen met zijn lieve zoontje, een aardige vrouw waar hij een flirt mee heeft en een ouder stel de supermarkt te verlaten en met de auto een uitweg te vinden uit die door monsters bevolkte, mist. Ze rijden en rijden en op een gegeven moment is de benzine op. Om niet verscheurd te worden door de monsters, besluiten Drayton c.s. zelfmoord te plegen. Een probleem: er zitten maar vier kogels in het pistool. Dus nadat Drayton het oudere stel, de vrouw en zijn zoontje heeft doodgeschoten, stapt hij schreeuwend en huilend de auto uit, van plan zich in de tentakels van het mistmonster te storten. Er komt inderdaad iets groots en onheilspellends aan, alleen is het geen monster. Het is een kolonne legervoertuigen, vergezeld door soldaten die de monsters met vlammenwerpers hebben platgebrand. De mist trekt op en David blijft, net als de kijker, achter met een gebroken hart en braakneigingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden