Hepworths moderne wereld oogt gewoontjes

'Sculptuur voor een moderne wereld' heet het Barbara Hepworth-overzicht in Kröller-Müller en om misverstanden te voorkomen: die moderne wereld is niet de onze, maar die van Europa tussen grofweg 1920 en 1960.

Elegy 3, 1966 Foto Marjon Gemmeke

'Sculptuur voor een niet meer zo heel erg moderne wereld' had de expositie dus ook kunnen heten. Of, korter, 'Sculptuur voor een ouderwetse wereld'. 'Sculptuur die vaak lijkt op andere sculptuur' - ook een treffende titel. Het is namelijk precies dat gevoel dat aan de tentoonstelling - met onder meer twintig Hepworths uit eigen huis - beklijft: herkenning.

De expositie is een samenwerking met Tate Britain, Londen (en met Arp Museum, Rolandseck), waar ze eerder dit jaar te zien was; een uitzonderlijk rommelige en slecht in elkaar gezette presentatie. De Kröller-Müllervariant is beter, gelukkig. Je kunt hem tenminste bekijken (de Tate-presentatie leek eerder een speurtocht georganiseerd door het Barbara Hepworth-genootschap).

Het parcours, met veel langgerekte vitrines en plinten is overzichtelijker en dwingender dan de kunstbeurs-opstelling in Londen; terzijdes bevinden zich waar ze thuis horen: aan de zijkant; inleidende informatie kreeg een prominentere plek (de Tate Show miste zelfs een summiere inleidende biografie). Een flinke stap voorwaarts in termen van exhibitie, en toch is het een wat oneigenlijke bedoening.

Wat bij deze expositie ook best vaak gebeurt: je loopt door de ruimte of bladert in de catalogus en je ziet iets aantrekkelijks; vaker wel dan niet blijkt het dan gemaakt door een andere kunstenaar dan Barbara Hepworth. Door Hepworths voorbeeld Jacob Epstein, om iemand te noemen, of door Henry Moore, haar eeuwige sparringpartner. En als zo'n werk dan eens wél van Hepworths hand is, dan lijkt het soms onbehagelijk sterk op iets wat je elders zag, niet altijd mooier, vaak wel overtuigender, puurder, eigener. Bij Picasso, bij Moore (de moeders met kinderen), bij Brânçusi.

(Tekst gaat door onder de foto)

Square with two circles 1963-1964 Foto Marjon Gemmeke
Mother and Child, 1934 Foto Marjon Gemmeke

Gepolijst

Dat leverde evengoed mooie sculpturen op. Vooral de amorfe stenen figuren uit de jaren dertig, zijn buitengewoon prettig om naar te kijken: gaaf, gestroomlijnd, sensueel. Soms zien ze eruit alsof Hepworth ze in hun definitieve vorm heeft gelikt inplaats van gepolijst, soms als het laatste prototype voor de iPhone12.

Minder aantrekkelijk is het werk uit de volgende decennia. Dat is uitgebeender, soms op het Spartaanse af: bol, kegel, whoop-dee-doo. Dat is van zichzelf al problematisch, maar wat het vervelender maakt, en dit kun je ook uitleggen als verdienste: ze inspireerden een onvermoeibare schare imitatoren die tot op de dag van vandaag galeries van Meppel tot Beijing vullen met al even generieke bollen en kegels. En Hepworths originelen zijn niet altijd beter dan die imitaties.

In het Rietveld-paviljoen, een onbehaaglijk betonstenen ding, maar voor Hepworth de mooiste expositieplek denkbaar, heb je dat gevoel misschien wel het sterkst. Daar staan ze, de bekende bronzen schilden met een gat in het midden en ovalen in ovalen. Natuurlijk moet je zulke werken in hun tijd zien, toen het allemaal nieuw en spannend was, een bevrijding op de herkenbare vorm, een vingerwijzing naar de restruimte etcetera.

Maar toch loop je er moeilijk warm voor, deze met veel aandacht voor materiaal en textuur gemaakte stukken. Ze ogen gewoontjes, daar. Zou je er op straat eentje tegenkomen, zou het zo voorbij fietsen.

Forms in Echelon, 1938 Foto Marjon Gemmeke

Barbara Hepworth, Sculpture for a Modern World, Kröller-Müller Museum, Otterloo, t/m: 17 /4, catalogus: 36 euro


Wie was Barbara Hepworth?

Dame Joceleyn Barbara Hepworth (1903-1975) gold als een van Engelands belangrijkste modernistische beeldhouwers. Zij werd opgeleid aan de Leeds School of Art en was eerst getrouwd met de beeldhouwer John Skeaping en later met de schilder Ben Nicholson. Belangrijk voor Hepworths vor-ming als kunstenaar waren haar reizen naar Italië en Frankrijk. Daar bezocht ze de studio's van kunstenaars als Picasso, Arp en Brânçusi, en raakte met hen bevriend.

Vanaf het eind van de jaren veertig leefde en werkte Hepworth in St. Ives, Cornwall. Ze kwam daar in 1975 plotseling te overlijden door een brand, waarschijnlijk veroorzaakt door een sigarettenpeuk in bed. Op grond van haar testament openden Hepworths nabestaanden in 1976 in St. Ives het Barbara Hepworth Museum. Het museum toont werk in Hepworths voormalige atelier en in haar tuin. Het bezit de grootste collectie Hepworths ter wereld en wordt sinds 1981 beheerd door Tate Britian.

Foto Keystone