POSTUUM

Henk Hofland schreef om in leven te blijven

Er was het vege teken van zich afmelden. Een columnist meldt zich nooit af. Op zaterdag 26 maart stond onderop pagina 33 van zijn krant, NRC Handelsblad: 'S. Montag is deze week afwezig.' Een week later, op 2 april idem dito. Henk Hofland was journalist voor het leven. Alleen de dood zou hem tegen kunnen houden. Vandaag verscheen het bericht dat hij gestorven is, op 88-jarige leeftijd.

Henk Hofland tijdens een avond in de Rode Hoed ter ere van zijn leven.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

'Hoe oud we zijn,' zei hij negen jaar geleden, 'daar staan we niet bij stil.' Hij voerde voor Vrij Nederland een gesprek met zijn geestverwanten Jan Blokker en Harry Mulisch. En alsof het een beginselverklaring betrof, voegde hij toe: 'Wij tikken.' Hofland, de beste stilist van het land, tikte alsof z'n leven ervan afhing.

Alles wat hij deed, zijn bijdragen aan de Groene Amsterdammer, columns, beschouwingen en reportages voor zijn eigen krant, deed hij hartstochtelijk en langdurig. De wekelijkse overpeinzingen die hij noteerde onder het pseudoniem S. Montag, reikten tot aflevering 1842. Hij was er in 1975 mee begonnen. In de journalistiek startte hij in 1953 - dat is 63 jaar geleden. Met roken was hij begonnen in zijn puberteit. 'Ontzaglijk, ontmoedigend, huiveringwekkend moet het zijn, de sigaretten bij elkaar te zien, die ik gerookt heb, kamers, pakhuizen vol,' schreef hij in het essay Drank&Tabak. En dat was nog in 1985; hij is tot zijn dood verwoed blijven roken.

Op z'n zeventigste had hij zich laten doorlichten. U rookt, had de arts opgemerkt. Hij kon het niet ontkennen. Nu nam de arts een strenge pose aan: ik moet u ernstig afraden te stoppen. Het psychisch lijden dat daarvan het gevolg is staat in geen verhouding tot de bijdrage aan uw fysieke gezondheid.

Goeie kerel, die dokter.

Ogen met kringen

Behalve dat er rondom Henk Hofland altijd wat te roken en te drinken viel, had hij steevast iets te vertellen. Hij had ogen met kringen zo rimpelig als gefrituurde inktvis. Maar zijn stem waarin spot altijd dichtbij was, was helder. En met die stem vertelde hij smakelijke verhalen, belevenissen uit la vie en rose. Hugo Brand Corstius zei: 'Wie ooit het geluk heeft gehad om een uur in Henks gezelschap te verkeren, die weet dat Henk in dat uur een tiental sappige anekdotes serveert.'

Had hij al verteld over dat portret van Trotski dat hij op 6th Avenue op de kop had getikt en verpakt in stevig papier meenam als handbagage? De hoofdstewardess had gevraagd wat het was en na zijn antwoord had ze vastgesteld dat het om die Russische revolutionair ging die in Mexico was doodgeslagen. Ze zou het pakket zorgvuldig opbergen. Enfin, hij had een klote plaats, dichtbij de wc's - maar redding was nabij. Meldt die stewardess zich weer en zegt ze: 'Meneer Trotski zit voorin, in de eerste klas, hij laat vragen of u hem gezelschap wilt houden.'

Goed wijf, die stewardess.

Beeld ANP

Schrijven om in leven te blijven

Schrijven was voor Hofland een manier om in leven te blijven. Er was een tijd, niet eens zo heel lang geleden dat journalisten op 62-jarige leeftijd met pensioen gingen. Hofland zou zeggen: ophielden te bestaan. Het was een vrijwillig verplicht pensioen. Wie niet wilde, moest toch. Het was 'een schrijfverbod in ruil voor geld', zoals Wout Woltz, collega van Hofland, de toestand omschreef. 'Een vorm van zelfverminking.'

Hofland was redacteur van NRC Handelsblad toen het onheil van het pensioen aan zijn deur klopte. Hij heeft een heroïsche strijd gevoerd. En hij heeft gewonnen. Dat wil zeggen: hij moest uit dienst, hij kreeg geen uitkering, maar hij mocht bij de gratie Gods wel blijven publiceren.

Hij schreef over alles. Over de monarchie als overleefde staatsvorm, over de kwestie Nieuw-Guinea, over Amerika als land van dromen en bedrog, maar ook over het parkeren in Amsterdam of over de ontbinding van een dode duif. Hij was een Beobachter. Zijn fascinaties richtten zich even gemakkelijk op het schouwtoneel van de wereldpolitiek als op alledaagse straattaferelen.

Hij was begonnen als buitenlandredacteur van het Algemeen Handelsblad, hij was in 1956 naar Boedapest getuft om naar de opstand te kijken van de dappere Hongaren tegen de Russische beer. Zijn zelf verschafte opdracht luidde: schrijf op wat je gezien hebt. Doe dat in heldere zinnen en laat je aan niemand iets gelegen liggen.

Beeld Joost van den Broek

Naar buiten kijken

Als Montag toonde hij zijn scherpe oog voor kleinigheden. Montag zat bij voorkeur in de tram. Het werk bestond uit het naar buiten kijken. Hé, dat is nu voor de zesde keer dat er een fiets aan een paal op de grond ligt. Het fier en fatsoenlijk rechtop aan de paal geketende rijwiel raakt in de verdrukking. Tikken!

Rond de eeuwwisseling was hij door de Nederlandse journalistiek uitgeroepen tot 'Journalist van de eeuw' - een tikkeltje banaal, die uitverkiezing, als een popidool, en helemaal in het licht van de eer die hem ruim tien jaar later ten deel viel. In 2011 kreeg hij de PC Hooftprijs voor essayistiek. Het is de meest prestigieuze prijs die in ons taalgebied te verwerven valt. De jury formuleerde deftig; voor de rest was het wel een adequate beschrijving: 'Niemand hier te lande heeft de afgelopen zestig jaar zo nauwlettend en tegelijk zo gedistantieerd, zo scrupuleus en tegelijk met zoveel sprezzatura, én met een van ijzeren discipline getuigende volharding en continuïteit, de maatschappelijke toestand gepeild.'

(Sprezzatura? Wat is in godsnaam sprezzatura? Het staat voor: een zekere nonchalance, alsof de woorden zich op eigen kracht trefzeker in slagorde opstellen. Zo leek het wel te zijn, in Hofland's proza. W.L. Brugsma, ook zo'n old soldier, maar al twee decennia dood, placht te zeggen als hij een stukje ging tikken: 'Eens kijken wat de schrijfmachine deze keer voor mij in petto heeft.').

Hoe schrijft u, wilde de Volkskrant van Hofland weten. 'Ik schrijf als een snuffelende hond die zich goed heeft voorbereid op zijn traject. Ik noteer mijn punt, dan begin ik aan mijn eerste zin, ik hoop dat die lukt.'

Beeld ANP

Naoorlogs Nederland

Het beste wat hij geschreven heeft waren stukken over naoorlogs Nederland, neergelegd in een boek dat Tegels lichten heette en dat een echte bestseller werd. Het ging over het gedraai en gescharrel in het goeddeels nog gesloten bestel, over de angst om niet diep genoeg te bukken door lakeien en meelopers, waaronder een groot deel van de pers.

Het boek kwam voort uit ongebluste wrok. Hij was in 1970 hoofdredacteur geworden van het Algemeen Handelsblad. De krant was links-liberaal, in menig opzicht onbevangen, maar leidde een slepend bestaan. Dat laatste, een tanende oplage, kon ook gezegd worden van de Rotterdamse NRC, de courant van de havenbaronnen. De eigenaar van beide kranten, de Nederlandse Dagbladunie, stuurde aan op een fusie. Alleen de gedachte al werd in Amsterdam als een verschrikking ervaren, maar hoofdredacteur Hofland wist dat hij de oorlog zou verliezen. Hetgeen geschiedde. Hofland werd als hoofdredacteur aan de dijk gezet.

Het ontslag was ook een redding. Hofland in Vrij Nederland: 'Toen dacht ik: ik ga dat hele godverdomde establishment aanpakken, de affaires belichten die hartstochtelijk ondergespit werden door het establishment van die tijd: onze idiote overzeese oorlog in Indonesië, het misavontuur in Nieuw Guinea, het Koninklijk Huis en de invloed van Greet Hofmans.'

Denk niet dat Henk Hofland een geagiteerde schrijver was. Hij koesterde een melancholisch, somber wereldbeeld. 'Malaise' was een woord dat hij graag gebruikte. 'Ik ben als pessimist geboren en dat bevalt me goed', zei hij in het Parool. Hij leed niet onder zijn onthechtheid, want hij was immers slechts de man aan de krijtlijn, de verslaggever, nieuwsgierig naar alles, maar aan niets gebonden.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Bombardement Rotterdam

Het was de oorlog die hem gestempeld had. Hij was twaalf, woonde in Rotterdam en maakte het bombardement mee. Hij was zeventien toen de oorlog voorbij was, de hongerwinter was het daverende sluitstuk geweest. Hij heeft die jaren 'een onherhaalbaar referentiekader' genoemd. Zijn ervaringen toen hebben zijn afstandelijke manier van beschouwen bepaald, zijn sceptische kijk op de medemens.

De wereld was volgens Hofland verworden tot een gekkenhuis; we gaan eraan, met z'n allen - maar het zou zijn tijd nog wel duren. 'Consumentisme en rancune', zei hij in 2012 in een interview in Vrij Nederland, 'dat tekent onze tijd. Het nieuwe digitale lompenproletariaat koestert zijn wrok. Wij zijn boos, schrijven ze. Met vijftien uitroeptekens.'

In het politieke tijdschrift De Helling zei hij al in 1990: 'Ik ben een eenling die zich steeds verder afkeert van de Nederlandse politiek en maatschappij.' Dat was niet helemaal waar, maar hij had het nodig als opmaat: 'Ik probeer een onthechte reflectie te geven van mijn ervaringen in onze Nederlandse samenleving.'

Hij zat betrekkelijk ingewikkeld in elkaar. Hij kon aimabel zijn en achter de rug om vuile verhalen vertellen. Het was niet de mooiste kant van zijn karakter. Hij was een gezelschapsdier, maar niet overal en ook lang niet altijd. Uiteindelijk was hij, zoals de echte columnist vermoedelijk moet zijn, een lone wolf. Ik en mijn schrijfmachine - als het erop aankomt mijn enige kameraad.

Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden