Henk en Ingrid nemen wraak op de elite?

Theatermakers, musici, beeldend kunstenaars, cultuurfondsen en cultuurwethouders mogen hete tranen schreien, het gemene volk ligt vooralsnog niet wakker van de voorgestelde bezuinigingen op de kunstbegroting. Althans, als we de actualiteitenrubriek EenVandaag moeten geloven. Twee derde van haar opiniepanel, bleek maandag, vindt snijden in de sector zelfs een prima idee.

Nu is dit soort internetpeilingen doorgaans een wonder van simplisme. Zo luidde een van de stellingen: ’Bezuinigingen op kunst en cultuur leiden tot culturele kaalslag’. Antwoordmogelijkheden: ’mee eens’, ’mee oneens’ of ’weet niet/geen mening’. Wat nu als je de overtuiging bent toegedaan dat sommige bezuinigingen mogelijkerwijs leiden tot culturele kaalslag, en andere zo gek nog niet zouden zijn?

Want natuurlijk zitten er absurde trekjes aan het kabinetsvoornemen. Neem de verhoging van het btw-tarief op kunstwerken en podiumkunsten, van 6 naar 19 procent. Tegelijkertijd wil de regering kunstenaars tot ondernemerschap verleiden. Zij moeten voortaan enthousiaster de vrije markt opgaan ten einde hun inkomen bij elkaar te scharrelen. Een kind kan bedenken dat zo’n tariefsverhoging dan niet echt een handig opstapje zal zijn.

Even ondoordacht is het opheffen van het Muziekcentrum van de Omroep – een maatregel met naar verluidt desastreuze gevolgen voor het Nederlandse muziekleven. Kan dat niet minder rigoureus? En dan is bij mijn weten nog onduidelijk wat de letteren boven het hoofd hangt. Zullen bijvoorbeeld literaire vertalers hun heldenarbeid voortaan weer tegen een fooitje moeten doen?

Maar om te roepen, zoals nu gebeurt, dat deze bezuinigingen de wraak zijn op de elite, dat Henk en Ingrid eindelijk hun gram halen, dat zich hier de eerste trekken openbaren van een dictatuur waarin kunstenaars en intellectuelen óók altijd de klos zijn, lijkt me wat al te gemakzuchtig.

Het pijnlijke is juist dat de kunstwereld zich niet zozeer vervreemdde van het zogeheten klootjesvolk, maar van het publiek waarvan ze het werkelijk moet hebben. Van de welwillenden die dolgraag hun euro’s zouden uitgeven aan mooie voorstellingen, interessante uitvoeringen en belangwekkende tentoonstellingen – als die er maar zouden zijn. En die er heus niet tegenop zien, wijdverbreid misverstand, om ’ontregeld’ te worden, op het verkeerde been gezet, geraakt tot in hun diepste burgerdom – als het maar intelligent zou gebeuren. Helaas blijkt dat zeer zelden het geval.

In een opiniestuk in Het Financieele Dagblad wees kunsteconoom Pim van Klink er zaterdag op dat Nederland binnen Europa nu nog ’fier aan kop gaat’ wat betreft kunstsubsidie per hoofd van de bevolking. „Toch zal niemand durven beweren”, schrijft hij, „dat het Nederlandse kunstleven op een veel hoger plan staat of, omgekeerd, dat in Duitsland, Engeland of Frankrijk een culturele woestenij heerst.” De hoogte van de subsidies is in zijn ogen ’dus geenszins bepalend’ voor de kwaliteit van het kunstleven. In Vlaanderen en Engeland werd al in de jaren tachtig drastisch gesnoeid in de kunstgelden. Volgens Van Klink markeerde dat ’het begin van een opmerkelijke bloeiperiode’. Daarom kijkt hij ’reikhalzend’ uit naar de ’explosie van talent’ als gevolg van de kabinetsplannen.

Of de man gelijk krijgt – wie zal het zeggen. Maar dat de kunstwereld uit haar autisme ontwaakt, kan beslist geen kwaad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden