'Hemingway is mij lief'

Schrijven hielp Tobias Wolff om zijn oorlogservaringen in Vietnam te verwerken...

‘Ik denk dat het aan mijn broer Geoffrey is te danken dat ik schrijver ben geworden. Hij is zes jaar ouder dan ik, en omdat hij na de scheiding van onze ouders bij mijn vader ging wonen, en ik bij mijn moeder, hebben we elkaar tussen mijn zesde en mijn puberteit slechts sporadisch gezien. Maar vanaf dat moment heeft hij mij gestimuleerd. Hij was zelf al op weg schrijver te worden, gaf mij advies, vertelde me welke boeken te lezen. Ik keek ontzettend tegen hem op en deed wat hij zei.’

Tobias Wolff wordt sinds jaren beschouwd als een van de beste, zo niet de beste korteverhalenschrijver van Amerika. Zoals dat gaat met grote talenten is hij zijn mentor en voorbeeld ruim voorbij gestreefd, al geldt ook Geoffrey Wolff in de VS als een gerespecteerd auteur. Onlangs verscheen van Tobias Wolff de bundel Hier begint het verhaal (Our Story Begins), een verzameling van tien nieuwe en 21 eerder gepubliceerde verhalen.

Het is een indrukwekkende verzameling vertellingen over gewone mensen die zich, niet zelden levend in de marge van de Amerikaanse samenleving, een plaats proberen te bevechten. En die, waar de werkelijkheid tekort schiet, hun toevlucht nemen tot verzinsels, bedrog, leugens of dromen.

‘Ik ben steeds aan mijn oudere verhalen blijven schaven’, vertelt Wolff. ‘Ik dacht dat elke schrijver dat deed, maar inmiddels is me duidelijk geworden dat ik een uitzondering ben. Een paar jaar geleden wees ik Cormac McCarthy, met wie ik al dertig jaar correspondeer, op het feit dat zijn roman No Country For Old Men nogal wat anachronismen bevat. Het boek speelt in 1973 en er komen mobiele telefoons en geldautomaten in voor. Die bestonden toen nog niet.

‘McCarthy schreef me terug dat hij heel verontwaardigd was dat zijn uitgever die fouten er niet had uitgehaald. Maar hij heeft in de volgende druk geen letter veranderd. Hij is, net als veel andere schrijvers, van mening dat een eenmaal gepubliceerd boek achter hem ligt. Bij mij ligt dat anders: ik blijf schaven. Hier begint het verhaal is een mooie gelegenheid de ‘voorlopig definitieve'' versie van mijn favoriete verhalen te presenteren.’

Tobias Wolf werd in 1945 geboren in het Amerikaanse Diepe Zuiden, maar zou zijn hele leven kriskras door de Verenigde Staten blijven trekken. Zijn vader was een fantast met een drankprobleem die zelden langer dan een paar maanden dezelfde baan wist te behouden. Het gezin trok naar Georgia, New York, Connecticut, Florida, totdat vader Wolf er in 1951 vandoor ging.

Moeder Wolff probeerde de kost te verdienen als serveerster en secretaresse. ‘Totdat ze van de Uranium Rush in Utah hoorden en van de ene dag op de andere besloot daar uranium te gaan zoeken en rijk te worden. Dat soort plotselinge bevliegingen had ze. Dus stapten we in de auto en reden westwaarts, maar natuurlijk vond ze niets. Toen nam ze maar weer een baantje als serveerster.’

Bij Wolff thuis was er geen televisie; daar was geen geld voor. Moeder Wolff bracht de avonden lezend door en Tobias volgde haar voorbeeld. ‘Ik werd lid van de bibliotheek en kwam via jeugdboeken over honden op het werk van Jack London: The Call of the Wild en White Fang. En via London op Hemingway. Ik ging ook zelf schrijven. Niet omdat ik schrijver wilde worden; die gedachte was veel te ver van mijn bed, ik kende niemand die schrijver was. Maar gewoon, omdat het goed voelde.’

Toen zijn moeder hertrouwde brak er een moeilijke tijd aan voor Wolff. Hij kon volstrekt niet met zijn stiefvader overweg, zoals is te lezen in zijn jeugdherinnering This Boy’s Life, later verfilmd met Leonardo Di Caprio als de jonge Tobias en Robert De Niro als de gewelddadige stiefvader. Uiteindelijk wist Wolff aan zijn stiefvader te ontsnappen door zich – onder de naam Tobias Jonathan von Ansell-Wolff III – aan te melden voor een prestigieuze kostschool in Pennsylvania, een aanmelding die hij vergezeld liet gaan van vervalste aanbevelingsbrieven.

‘Ik denk dat de persoon die mij aannam heeft zitten slapen. Of misschien was hij gecharmeerd van het korte verhaal dat ik bij mijn aanmelding had gevoegd. Elke keer als ik hem op school tegen kwam, vroeg hij: schrijf je nog verhalen? De school was literair georiënteerd en er kwamen regelmatig schrijvers op bezoek, zoals de dichter Robert Frost, William Golding, die later de Nobelprijs won, en de criticus Edmund Wilson. Dat was heel stimulerend.’

Wolffs roman Old School is geïnspireerd op zijn kostschooltijd, maar wordt door de schrijver nadrukkelijk een fictiewerk genoemd. ‘In de roman beschrijf ik verzonnen bezoeken van Ayn Rand en Ernest Hemingway aan onze school, simpelweg omdat dat twee auteurs zijn die mij zeer hebben beïnvloed. Hemingway is mij nog steeds lief, van Rand heb ik in de loop der jaren juist een grote afkeer gekregen. Zij was een wrede, egomaniakale figuur. Ze zette studenten op een vernietigende wijze voor gek wanneer bleek dat ze niet haar totale oeuvre hadden gelezen. Maar ze sprak ons jongeren aan omdat ze zeer eenvoudige oplossingen had voor buitengewoon gecompliceerde problemen.’

In Old School wordt de ik-figuur uiteindelijk van school gestuurd wegens literair plagiaat. Ook Wolff werd van school gestuurd, maar om een iets minder kleurrijke reden: zijn wiskunderesultaten waren onvoldoende, waardoor hij zijn beurs verloor. Na dit debacle nam Wolff, geïnspireerd door voorbeelden als Hemingway en Norman Mailer, dienst in het leger. In 1967 werd hij uitgezonden naar Vietnam. De weerslag hiervan zou zijn weg vinden in The Barracks Thief, het non-fictiewerk In Pharaoh’s Army en diverse korte verhalen.

‘Als ik terugblik op mijn loopbaan, moet ik constateren dat lezen en schrijven mij op het rechte pad hebben gehouden. Ik weet dat het wat ronkend klinkt, maar ik denk dat ik zonder de literatuur waarschijnlijk in de gevangenis was terechtgekomen. Lezen en schrijven hield mij van de straat, waar ik meestal met dubieuze vrienden rond hing, en ook na mijn tijd in Vietnam had ik gemakkelijk de verkeerde kant op kunnen gaan.

‘Ik was totaal gedesillusioneerd geraakt over mijzelf, over het gemak waarmee in wreedheden accepteerde, ook al verkeerde ik in de gelukkige omstandigheid dat ik die zelf niet heb hoeven plegen. Maar dat was toeval, geen morele beslissing mijnerzijds.’

Welbeschouwd was ook dat schrijverschap toeval, meent Wolff. ‘Mijn broer heeft mij geweldig gestimuleerd, maar toen ik hem op een dag – vele jaren na dato – vertelde over de vervalste aanbevelingsbrieven die ik had geschreven om op kostschool te worden aangenomen, was hij geschokt. Hij is zijn hele leven recht door zee geweest. Als hij destijds van mijn vervalsingen had geweten, had hij de school aangeschreven en de leiding bezworen mij niet aan te nemen. Wie weet wat er dan van mij terecht was gekomen.’

CV
1945

Geboren in Birmingham, Alabama

1981

In the Garden of the North American Martyrs (verhalen)

1984

The Barracks Thief (novelle, bekroond met PEN/Faulkner Award)

1985

Back in the World (verhalen)

1989

This Boy’s Life (memoir)

1994

In Pharaoh’s Army (memoir)

1997

The Night in Question (verhalen)

2003

Old School (roman)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden