Helse bom dreunt vrolijk na

Latino’s, Antillianen, Hollandse dansschoolleerlingen en toevallige straatschuimers, eensgezind trokken ze op naar de miskleunen en mirakels van het festival Contrabanda....

Van onze medewerker Koen Schouten

Wat gebeurt hier? Je zag het sommige Leidsepleingangers denken die zaterdagnacht rond een uur of een in Paradiso kwamen aanwapperen.

Op het podium stond een ogenschijnlijk zootje ongeregeld knalstrakke Spaanse feestmuziek te spelen. Een kunstenaar maakte er al dansend een groot schilderij bij. Publiek stuiterde door de zaal en dronk capirinha’s. Achterin bleven nieuwkomers met open mond staan kijken.

Vrijdag en zaterdag was in Amsterdam de tweede editie van het Latino-muziekfestival Contrabanda. Er was traditionele, maar vooral ook veel vernieuwende populaire muziek te horen uit Latijns Amerika en Spanje. Het programma was even geschakeerd als de kwaliteit. Zaterdag was het veel leuker dan op de openingsdag.

Opvallend was het verschil in publiekssamenstelling. De hoofdact van vrijdag, salsaheld José ‘El Canario’ Alberto, trok een ander soort liefhebber dan de flamenco-ster Tomatito op zaterdag.

De hardcore Amsterdamse salsascene, bestaande uit Latino’s, Antillianen en Hollandse dansschoolleerlingen kreeg als opening van het festival een ijzersterk orkest voorgeschoteld, vol ervaren rotten. Maar de bandleider zelf stelde teleur. De in Puerto Rico opgegroeide Dominicaan José Alberto is sinds eind jaren zeventig een belangrijke kracht in de New Yorkse salsa. Zijn plaat Tipica ’73 is een klassieker. Met zijn losse, improviserende zangstijl waarmee hij zowel salsa romantica als de meer heavy salsa dura zong, heeft hij op veel musici invloed gehad.

Van zijn befaamde mooie stem leek vrijdag weinig over. De 46-jarige Canario klonk schreeuwerig en weinig gefocust. Zijn bijnaam heeft hij te danken aan zijn gave een dwarsfluit te kunnen imiteren. De fluitsolo’s waren inderdaad indrukwekkend, met de geavanceerde notenkeus van een sterke instrumentalist. Maar eigenlijk was het begin van het concert, toen Alberto nog in de kleedkamer zat en een van zijn achtergrondzangers enkele nummers zong, het leukst.

Wie traditioneel salsa wilde dansen kon daarna terecht in de kelder van Paradiso. In de kleine bovenzaal klonken frisse bossagrooves en in de grote zaal ging de muziek richting dancehall en reggaeton, in de aanloop naar een optreden van de rapper Mangu. Die combineert zijn raps in het Spanglish onder meer met muziek uit de Dominicaanse Republiek, en noemt het zelf fonquette.

Mangu zal vast iets kunnen, maar vrijdag kwam hij over als een schertsfiguur. Met een zonnebril en een hoedje op debiteerde hij zijn nasale raps, bijgestaan door een band en een zangeres die ook niet konden verhullen dat de composities wel erg plastic waren. Het publiekje dat na enkele nummers overbleef leek er evenmin blij van te worden. Gelukkig speelde in de kleine zaal het altijd feestelijke Amsterdamse bandje Bernie’s Lounge.

Tomatito was de publiekstrekker van de tweede avond. Hij maakte zijn reputatie van flamencovernieuwer waar voor enkele Spanjaarden en een groot en keurig Nederlands concertpubliek. Tomatito is een meester in het combineren van traditionele jazz en flamenco. Op zijn laatste plaat Aguadulce grijpt hij terug naar zijn wortels, in Paradiso speelde hij afwisselend traditionele en jazzy stukken. Doortimmerd, met passie gespeeld en voorzien van de nodige sensatie door de in een verontrustend strakke broek gestoken danser Juan de Juan. Zo moet het.

Doordat een groot deel van het publiek al vertrok voordat om middernacht de voormalige straatzanger Muchachito Bombo Infierno zou beginnen, was de sfeer niet steeds bruisend en feestelijk. Maar dat veranderde zodra de band begon te spelen en er steeds meer toevallige passanten Paradiso binnendruppelden. Onder begeleiding van vier blazers en de ‘achtergrondschilder’ Santoz de Veracruz zette de zingende, gitaar en basdrum spelende Muchachito stevig doorpompende mestizomuziek neer. Je kon er alleen maar vrolijk van worden.

Tegen drie uur begon de laatste band, het Braziliaanse Q Saliva. De combinatie van elektronica, live percussie, trompet en net iets te blije zang werkte niet best op dit tijdstip, vooral omdat de musici hard moesten werken voor iets dat niemendallerig klonk. Erg was het niet. Bombo Infierno dreunde nog na, met muziek die zelfs na het inpakken nog voor sfeer zorgde.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden