Hell's Angel

Verbond van motor en misdaad

Westerlaken Nell

Toffe jongens vinden ze zichzelf, de Hells Angels. Vandaar dat moord in het jargon van de 70-jarige biker Ralph Barger te boek staat als 'pardoes doodschieten'.

Zure druiven voor het Openbaar Ministerie. De Harlingse afdeling van de Hells Angels mag niet worden verboden. Aldus besliste vorige week de Hoge Raad. Justitie had eerder laten weten te zullen stoppen met verbodsprocedures tegen andere afdelingen van de motorclub als het oordeel van de raad negatief zou uitvallen. De handdoek ligt - voorlopig - in de ring.

In de clubhuizen van de Hells Angels was het feest. Onbedoeld bevestigde het hoogste rechtsorgaan in Nederland het beeld dat de Angels van zichzelf aan de buitenwereld tonen: dat van een wat ruige, maar niet-criminele groep motorliefhebbers, type ruwe bolster, blanke pit.

Dit beeld komt in een aantal opzichten overeen met wat Sonny Barger beschrijft in zijn autobiografie Hell's Angel, in 2000 verschenen in Amerika en onlangs vertaald. Barger wordt beschouwd als de Amerikaanse godfather van de Angels. Om de ruige romantiek te benoemen waaraan Angels zich graag spiegelen, citeert hij een clubgenoot over een motor-run in 1982: 'We waren net de kruisvaarders en Djengis Khan en de bende van Jesse James bij elkaar.'

In tegenstelling echter tot de acht Nederlandse chapters - afdelingen - doet Barger geen poging misdadige aspecten van 'zijn' motorrijders te verdoezelen. De inhoudsopgave en het nawoord spreken letterlijk boekdelen: van de vijftien hoofdstukken is er slechts één helemaal gewijd aan motoren, andere gaan onder meer over 'moord, chaos en een leven buiten de wet', en over 'Angels en drugs'.

Het nawoord bestaat louter uit het strafblad van de bejaarde Angel zelf. (Barger heeft geen moeite gedaan zijn naschrift te actualiseren: in 2003 werd hij nogmaals gearresteerd, dit keer wegens mishandeling van zijn derde vrouw en zijn stiefdochter.)

De nu 70-jarige biker was niet degene die in 1948 de eerste Hells Angels-afdeling oprichtte. Wel was hij het die de ongeregelde, van elkaar onafhankelijke motorbendes in Californië die zich Hells Angels noemden, vanaf de jaren vijftig uitbouwde tot een wereldwijde organisatie, actief in 28 landen.

De in 1938 geboren Ralph 'Sonny' Barger groeide op in een Californisch arbeidersgezin. Zijn vader, 'een simpele man', was alcoholist, zijn moeder vertrok vier maanden na zijn geboorte met de noorderzon. Wat volgt is een klassiek verhaal van de straatjongen die het leger ingaat en zich na zijn diensttijd niet kan voegen in 'suffe baantjes'.

'Een ding wist ik echter zeker: ik had moeite met alles en iedereen die de baas over me wilde spelen.' Bij zijn motorvrienden, van wie de meesten net als Barger maatschappelijke aansluiting misten, vond hij een plaatsvervangende familie, brothers, met wie hij een wij-tegen-de-rest-van-de-wereld-houding ontwikkelde.

Sonny Barger was jarenlang president van het Oakland-chapter en bracht structuur in de club. De lange proeftijd voor het lidmaatschap, het verbod op het gebruik van het Angels-embleem door derden, verplichte aanwezigheid op bijeenkomsten werden net zo vanzelfsprekend als het verbod op stelen van andere clubleden (over derden wordt niet gesproken), de zwijgplicht en de strenge hiërarchie.

Een antropoloog zou er een leuke klus aan hebben de regels, gebruiken, kleren, symbolen en het vocabulair van de Angels te vergelijken met stamkenmerken. Met grote stappen loopt Barger langs een aantal 'hoogtepunten' uit de Amerikaanse clubgeschiedenis. We zien een ontwikkeling waarin de bikers tegen psychedelische hippiekringen aanschurken in de jaren zestig en zeventig, tot een steeds crimineler wordende club.

Barger en co-auteurs Keith en Kent Zimmerman doen geen moeite zware criminele feiten te verhullen, of het moet zijn in een consequente toffejongenstoon. Gevechten met knuppels, hondenkettingen, of spikes heten 'knokpartijen' of 'straffen', iemand 'pardoes' doodschieten is nie

ts anders dan moord.

Wat achtergrond en moraal betreft, kan Bargers boek onthullend worden genoemd: motoren en criminaliteit lijken de bindmiddelen van de brothers, al willen Nederlandse Angels anders doen geloven en heeft Justitie wereldwijd grote moeite bepaalde chapters te verbieden.

De mate waarin Angels zijn betrokken bij criminele netwerken wordt duidelijk in het in 2006 verschenen Angels of Death van de Canadese journalisten William Marsden en Julian Sher. Van Amerika tot Australië, van Scandinavië tot Canada geven ze een goed gedocumenteerd overzicht van misdaden gepleegd door Hells Angels. Bende-oorlogen, drugs- en wapenhandel, moord; het lijken rechtstreekse gevolgen van de moraal die Barger en de zijnen eertijds hebben verspreid.

Pikant is het hoofdstuk over de manier waarop Amerikaanse Angels, inclusief Barger, zich enkele jaren geleden lieten beetnemen door undercover agenten die het tot volwaardig clublid wisten te schoppen. Het boek bevat een foto waarop Barger poseert met zeven andere bikers, stuk voor stuk politie-infiltranten.

Nederland is goed vertegenwoordigd in het boek waaruit de Amsterdamse afdeling, indertijd onder leiding van Big Willem, naar voren komt als moeder-chapter van Europa. Over de Nederlandse Angels-geschiedenis verscheen onlangs De Gevallen Engel van Telegraaf-journalisten John van den Heuvel en Bert Huisjes. Ze vertellen het verhaal van de Antilliaanse kroongetuige Angelo Diaz, de 'gevallen engel', lid van de Caribbean Brothers, een aspirantclub van de Hells Angels.

Van den Heuvel kwam met hem in contact toen Diaz in het nauw gedreven door de Limburgse Angels-afdeling en vrezend voor zijn leven, een politie-informant belde.

Hij kreeg uiteindelijk Van den Heuvel aan de lijn, niet wetend dat deze zijn politiecarrière inmiddels had verruild voor de journalistiek. De journalist wist via zijn netwerk te organiseren dat Diaz, contactpersoon tussen Colombiaanse drugsbazen en de Limburgse Angels, werd gearresteerd en daarmee uit handen bleef van zijn bedreigers.

Aan de hand van onder meer vele gesprekken met Diaz wordt het verhaal verteld van de grote drugsdeal die zou leiden tot de moord op drie Limburgse Angels door hun eigen clubgenoten in 2004 en van het vermeende moordcomplot tegen Willem Holleeder.

Aan het boek ligt degelijke journalistieke research ten grondslag. Helaas staan er dingen dubbel in, en het was onnodig geweest de pagina's te versieren met bloedspetters en andere grafische foefjes.

De auteurs bleven contact houden met Diaz toen hij in het getuigenbeschermingsprogramma van Justitie ging, waarna een kat-en-muisspel volgde tussen de getuige en zijn beschermers.

Diaz wordt van hot naar her gesleept om uiteindelijk uit het programma te stappen. Hij is weer vogelvrij. Dat zou als we afgaan op Sonny Barger een soort erestatus zijn voor een outlaw, ware het niet dat het dit keer geen politiemensen, maar de Angels zelf zijn die hem zoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden