BoekrecensieHet aanbidden van Louis Claus

Helena Hoogenkamps prachtige debuut is ongetwijfeld het begin van echt schrijverschap ★★★★☆

Helena Hoogenkamp debuteert met een onberispelijk geschreven roman over het diepmenselijke verlangen je gezien te weten. Dit is het begin van echt schrijverschap.

Ongetwijfeld dankzij haar achtergrond als toneelschrijver tuimelt Helena Hoogenkamp niet in de valkuil waar debutanten zo dikwijls in tuimelen. Beeld Stephan Vanfleteren
Ongetwijfeld dankzij haar achtergrond als toneelschrijver tuimelt Helena Hoogenkamp niet in de valkuil waar debutanten zo dikwijls in tuimelen.Beeld Stephan Vanfleteren

Er zijn twee soorten autobiografisch geïnspireerde debuten. Bij de ene denk je: de treurige ervaringen zijn verwerkt, hierna zal hooguit meer van hetzelfde komen. Bij de andere: dit is het begin van echt schrijverschap. Uiteraard hebben beide soorten alle recht van bestaan. Maar wat een genoegen om weer eens een boek te lezen uit de laatste categorie.

Het eerste deel van Het aanbidden van Louis Claus, romandebuut van toneelschrijver en dichter Helena Hoogenkamp (1986), speelt zich af in 2003. Pubermeisje Carla groeit op in een provincieplaats als tweede dochter van ruimdenkende, maar nogal achteloze ouders. Als haar grote zus woedend naar een kraakpand vertrekt, duurt het drie weken voordat zij doorhebben dat ze weg is. ‘Mijn moeder zou gek worden als ik een nacht niet thuis sliep’, zegt Carla’s vriendinnetje. ‘Wij hebben onze eigen verantwoordelijkheid’, zegt Carla.

Op een ochtend vraagt haar vader, tevens huisarts, losjes aan zijn dan 13-jarige dochter of ze al ‘seksueel actief’ is. Omdat je volgens hem van de pil kanker krijgt, stelt hij voor om in een kliniek een spiraaltje te laten zetten. ‘O, oké’, zegt Carla. ‘Ja hoor. Een spiraal. Is goed.’ Intussen heeft hij bij zijn vrouw een tumor ontdekt, voorbode van naderend onheil. En er is Carla’s allesverzengende liefde voor Louis Claus, zo’n type dat sinds mensenheugenis op elke middelbare school rondloopt: eigenzinnig, ambitieus en razend knap. Hij heeft ouders die wél met hem zijn begaan, bij wie zij de aandacht krijgt die ze thuis ontbeert. Toch laat ze zich in een met drank overgoten nacht zoenen door haar vriendinnetje – tot haar eigen schrik. Ze biecht het Louis meteen op, hij vergeeft het haar. ‘Meisjes tellen niet.’

Hoewel onberispelijk opgeschreven, wil het verhaal dan nog niet uitstijgen boven al te bekend puberleed. Dat verandert in het tweede deel, als het inmiddels 2018 is, de moeder bijna een jaar niet meer leeft en Carla in de grote stad woont. Daar probeert ze een bestaan op te bouwen als beeldend kunstenaar. Ze verwaarloost zichzelf, voelt zich doorlopend eenzaam en onbegrepen. Met haar vader is het contact op z’n minst ongemakkelijk (‘Wanneer was hij gekrompen, van de man die mij boven zijn hoofd kon tillen veranderd in een bejaarde?’). En wéér verliest ze zich in een allesverzengende liefde, nu voor de ambitieuze, succesvolle kunstenaar Destiny. Een kreng van een vrouw ook. ‘Ik heb nu geen zin in je verdriet, had Destiny gezegd toen ze dacht dat ik om een slechte werkdag huilde, in plaats van om mama.’ Carla pikt het. Maar als ze bij toeval Louis tegenkomt, inmiddels gevierd filmacteur, kan ze hem niet weerstaan. Hij haar evenmin.

Ongetwijfeld dankzij haar toneelschrijversachtergrond tuimelt Hoogenkamp niet in de valkuil waar debutanten zo dikwijls in tuimelen: die van de metaforische overdaad en de uitleggerigheid. Ze heeft geen van beide nodig. Handig wisselt ze tussen heden en verleden en haar dialogen zijn wonderschoon – bijvoorbeeld in de scènes rond haar moeders sterven.

Meer lezen?

Op deze pagina vindt u meer mooie (non-)fictie, achtergrondverhalen, interviews en pittige recensies.

‘Vlak voordat mama niet meer kon praten, vroeg ik: ‘Willen jullie iets liefs tegen elkaar zeggen, voor mij?’ Papa en mama keken elkaar lang aan. (…) Hij doorbrak als eerste de stilte: ‘Je was een hele goede patiënt.’ ‘En jij was een hele goede dokter’, zei mama. ‘Je hebt uitstekend voor me gezorgd.’’

Het aanbidden van Louis Claus is een verhaal over rouw en dus over liefde. Nog meer gaat het over het diepmenselijke verlangen naar je waarlijk gekend en gezien weten. Of, zoals Carla het prachtig verwoordt: dat je de vlam bent in plaats van de mot.

Helena Hoogenkamp: Het aanbidden van Louis Claus. De Bezige Bij; 211 pagina’s; € 21,99.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden