boekrecensie

Heleen Debruyne schrijft soepel en met veel lef over de duistere kant van haar Vlaamse familiegeschiedenis ★★★★★

Heleen Debruyne graaft in haar West-Vlaamse familiegeschiedenis en schetst onderwijl een portret van een tijd. Nergens in deze voortreffelijke memoir verliest ze de lezer uit het oog.

Casper Luckerhof
null Beeld Leonie Bos
Beeld Leonie Bos

Je zou kunnen zeggen dat het genre van de autobiografie een ondergeschoven kindje is in de Nederlandse literatuur. Niet dat schrijvers niet graag over zichzelf schrijven, integendeel. Maar let maar eens op in de boekhandel: hoe persoonlijk een boek ook is, bijna altijd staat er wel ergens ‘roman’ op het omslag, alsof het anders geen volwaardig literair boek zou kunnen zijn.

In de Verenigde Staten gaat het er anders aan toe. Het persoonlijke verhaal, het ‘literaire memoir’, is daar heilig. Het aantal boeken binnen het genre groeide explosief na de publicatie van The Liars’ Club in 1995, waarmee schrijver Mary Karr haar rauwe Texaanse familie nietsontziend (maar ook met humor) op de pijnbank legde. Het was vooral de scenische vertelstijl die vernieuwend was: The Liars’ Club was uitdrukkelijk geen roman, maar wel onmiskenbaar literatuur.

Dat geldt ook voor De huisvriend, een memoir waarin de Vlaamse schrijver Heleen Debruyne (1988) graaft in haar familieverleden. Al vanaf de eerste pagina’s – waarop Debruyne in een tuinhuisje hevig schudt met een roestvrijstalen urn met daarin de resten van haar grootmoeder en zich afvraagt of ze iets hoort rammelen – is het duidelijk dat het om een bijzondere auteur gaat: hier schrijft iemand die niet bang is. En die ook nog eens erg grappig is.

Burgerlijk West-Vlaanderen

In het boek is Debruyne zwanger. Nieuw leven komt eraan en dat dwingt haar een kritische blik te werpen op waar ze vandaan komt. Aan de hand van brieven en dagboeken reconstrueert ze de welvarende maar burgerlijke wereld van haar grootouders in het katholieke West-Vlaanderen, waar alles draaide om schone schijn. Grootvader was een kamergeleerde die de hele dag werkte aan stroperige boeken over de lokale geschiedenis van Roeselare. Grootmoeder probeerde de aantekeningen van haar man nog tot een enigszins leesbare tekst om te vormen en chauffeerde hem vervolgens rond naar lezingen. Hij was geen goede spreker, maar dat deed er niet toe, want ‘zij was erin geslaagd iedereen te doen geloven dat dat nu net het ultieme bewijs van intelligentie was’.

De grootouders wisten een luxe leven te leiden doordat ze werden bijgestaan door een rijke vriend, Albert, ook wel bekend als ‘de huisvriend’. Deze excentriekeling met een hoed en zilveren wandelstok betaalde hun dure diners, hotels en reizen naar de grote Europese steden. Er was alleen wel een catch: in ruil voor de geschonken welvaart stond grootmoeder toe dat Albert de vader van Debruyne, de jonge Koen, geregeld meenam naar zijn slaapkamer. ‘Koud en cynisch is het’, schrijft Debruyne, ‘het voelt eerder als een huiveringwekkend sprookje dan als een deel van mijn familiegeschiedenis.’

Wat bezielde grootmoeder, ‘een intelligente huisvrouw’, in te stemmen met deze deal? Dat is de vraag die Debruyne bezighoudt. ‘Voor ik zelf een kind krijg moet ik haar begrijpen. Ergens in haar leven schuilt een les over het moederschap.’

Portret van een tijd

Voor haar zoektocht trekt Debruyne alle registers open. Ze wisselt kleurrijke beschrijvingen van haar familie af met essayistische uitweidingen over feminisme, ouderschap en seksualiteit. Zo is het boek ook een portret van een tijd: ‘De seksuele bevrijding van de jaren zestig was voor welgestelde vrijdenkers en bohemientypes in de grote steden. De rest van Vlaanderen bleef fantasieloos neuken.’

De kracht van Debruyne is dat ze de lezer nergens uit het oog verliest: ze lepelt nooit droog informatie op, maar werkt soepel van scène naar scène. Haar proza kenmerkt zich bovendien door een aanstekelijke, spottende toon. Zie bijvoorbeeld hoe ze in enkele pennestreken een familielid introduceert:

‘Mijn moeder had een nonkel Jef, zo eens per maand hoorde ik haar uitroepen dat we echt dringend op bezoek moesten bij nonkel Jef, hij was al zo oud, hij moest mij nog ontmoeten voor hij de pijp uitging. Later, het was nu zo druk. Zo ging het jaren door, tot ik het lichaam van nonkel Jef uiteindelijk ontmoette op zijn begrafenis.’

Toegegeven: je zou ook kritiek kunnen hebben op De huisvriend. De passages die Debruyne uit het dagboek van haar grootvader citeert zijn slaapverwekkend. Who cares? De vertelkracht van deze Vlaamse auteur is zo groot dat je het boek desondanks in een ruk uitleest. De huisvriend is literaire non-fictie, nee, een literair memoir (!) van het hoogste niveau.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Heleen Debruyne: De huisvriend. De Bezige Bij; 208 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden