Heldere lofzang op eigen cultuurlandschap

Kunstgrepen op een mega-tentoonstelling over architectuur in Venetië: Tsjechië toont video's, Japan een stripcollage. Nederland heeft ze niet nodig.

De zondag gestarte Architectuur Biënnale is het kleine zusje van de beeldende kunst-Biënnale. Zij bestaat uit twee onderdelen: een mega-expositie van eigentijdse architectuur in de Arsenale, de oude marinewerven van de stad, en een presentatie in 26 landenpaviljoens in de Giardini. Met name in dat park aan de oostzijde van Venetië krioelde het de afgelopen dagen van de architecten van naam en faam.

In het Italiaanse paviljoen werd Peter Eisenman (VS, 1931) rondgeleid, zojuist bedeeld met de Gouden Leeuw voor zijn gehele oeuvre. In datzelfde paviljoen snorden de camera's voor Ben van Berkel, UN Studio, de man van de Erasmusbrug in Rotterdam. In het Italiaanse paviljoen heeft de Nederlander een eigen expositie. One day - 1:1 is geen maquette of digitale projectie van een gebouw, maar een bouwplaats. Architectuur heeft er recht op om één op één te worden weergegeven, vindt Van Berkel. Dus geen schaalmodel, niks tweedimensionaals. Hij bouwde een piepklein deel na van zijn in aanbouw zijnde Mercedes Benz-museum in Stuttgart. Een dag uit het leven van een gebouw, inclusief gekletter van heimachines en timmergereedschap.

Van Berkels statement geeft al een indicatie waarom de Architectuur Biënnale minder belangstelling trekt dan de tweejaarlijkse beeldende kunst-tentoonstelling. Het gaat bij architectuur om verhoudingen, ruimtes en materialen. Dat is nauwelijks te vertalen in schaalmodellen of foto's. Veel paviljoens pogen met kunstgrepen de zaak een beetje op te leuken.

De Japanners bijvoorbeeld, sterk in een superkale en superesthetische vormtaal, hebben van hun paviljoen een woeste stripcollage gemaakt. De Duitsers proberen het met reusachtige panoramafotografie van nieuwbouwprojecten. Bij de Tsjechen en Slowaken kun je in een ligstoel recht boven je hoofd een video bekijken van hun architectuurhelden.

Nederland heeft beter naar Van Berkel geluisterd. De heldere en grafisch mooi vormgegeven presentatie Hybride Landschap laat geen architectuur zien. Het is een lofzang op een cultuurlandschap. Een stokpaardje van Aaron Betsky, directeur van het Nederlands Architectuurinstituut en opdrachtgever van deze expositie. Betsky, half Amerikaan, half Nederlander, vindt dat Nederlanders niet trots genoeg zijn op de kunstmatigheid van hun eigen land. Doordat ze de ruimte op het water hebben moeten bevechten, zijn ze veel eerder en pragmatischer dan anderen gaan nadenken over het benutten van schaarse ruimte.

De tentoonstelling maakt zichtbaar welke exceptionele transformatie Nederland sinds 1950 heeft doorgemaakt. De scheiding tussen landschap en urbanisatie is verdwenen. Er is geen oorspronkelijke natuur in dit gecultiveerde landschap, maar de kunst is volgens de huidige generatie stedenbouwers om oude landschapselementen in de stedenbouw te verwerken.

Het zijn de laatste dertig jaar vooral landschapsarchitecten geweest als Riek Bakker (Leidsche Rijn) die het nieuwe Nederland aanzien hebben gegeven. Dat brengt de Nederlandse presentatie helder in beeld. En hoe planmatig en doordacht Nederland in elkaar is gezet, blijkt wel uit het feit dat ondanks de enorme verstedelijking de hoeveelheid bos de afgelopen eeuw is verdubbeld tot 10 procent.

Architectuur Biënnale Venetië. Tot 7 november. www.labiennale.org. Themanummer De Blauwe Kamer, Hybride Landschap, 9 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden