HELD OP SOKKEL

Helden worden geëerd met standbeelden. Vroeger stonden ze op sokkels, maar de sokkel kan nu niet meer, behalve ironisch of als statement....

Van een held maak je een standbeeld. Zo simpel is het. Je giet hem in brons, hakt hem uit in marmer, en zet ’m op een sokkel. Hoog op een sokkel. On-Nederlands? Welnee. Een korte wandeling rond het verder zo weinig heroïsche Haagse Binnenhof, zegt genoeg: koning Willem II, ooit als prins nog ‘de held van Waterloo’, torent op zijn paard en sokkel ver boven het ijsstalletje uit; raadspensionaris Johan de Witt is met zijn metershoge lengte al van ver te herkennen, statig tegenover de hofvijver. Vanaf daar gaat het dieper de stad in, langs een uitbundige reeks vergeten militaire en politieke helden.

Hier toont zich maar weer eens hoe innig eeuwenlang de relatie tussen held en beeldhouwer is geweest. Zelfs tot in de eerste decennia van de 20ste eeuw werd een Hollandse held pas echt heroïsch als zijn gespierde lichaam de wind trotseert in marmer, als zijn edele bronzen trekken fier in de zon glinsteren. En vooral; als zijn rijzige gestalte plaats had genomen op een sokkel, en hij als redder op een voetstuk boven de massa uittorende – alhoewel het heroïsche hoogtepunt, het marmeren praalgraf van Michiel de Ruyter uit 1677 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, het dan weer zonder sokkel moet stellen. De zeeheld, wiens 400ste geboortejaar dit jaar enigszins aarzelend wordt herdacht, ligt er in marmeren harnas opgebaard, met eronder zijn grafkist, zichtbaar voor iedereen: van veelbesproken Hollandse nuchterheid is geen sprake, de admiraal ligt erbij als een paus, een heilige.

Lastig voor hedendaagse heldenvereerders is echter dat de beeldhouwkunst anno 2007 maar moeilijk mee wil doen met dit klassieke helden-op-sokkel-genre, bedoeld voor de eeuwige roem. Niet ver van Willem II bij het Binnenhof, staat, verscholen op een binnenplaatsje van het Haags Historisch Museum, het NAbeeld Willem II , vorige week geplaatst door het Haagse kunstcentrum Stroom in het kader van de Koninkrijkspelen. Deze Willem II van de op Curaçao geboren kunstenaar David Bade en zijn medewerkers is een uit los afvalmateriaal bestaande koning te paard, waarbij de ironisch-kritische noot niemand zal ontgaan.

En als er al een sokkel in de hedendaagse kunst voorkomt, is dat alleen om er een statement mee te maken. Hans van Houwelingen bouwde een paar jaar geleden midden in Lelystad een zuil van 32 meter hoogte, en zette er een oud bronzen beeld van ingenieur Lely bovenop. De Brit Marc Quinn plaatste op Trafalgar Square in Londen het marmeren beeld van een zwangere vrouw op een sokkel tegenover de zeeheld Nelson. De vrouw is gehandicapt, met stompjes als armen en veel te korte benen.

Het is ook niet voor niets dat de sokkel in de campagne rond de tentoonstelling Held van het Rijksmuseum en de Nieuwe Kerk ter gelegenheid van De Ruyters geboortejaar, slechts een olijke rol speelt. Je ziet het ze denken in de museumvergadering: wat te doen met deze al bijna vergeten zeeheld? En dus maakte het museum een reeks foto’s van ‘gewone’ Nederlanders, die iets ‘bijzonders’ hebben gedaan, op een grote witte sokkel met het woord ‘Held’ erop, als een knipoog naar de klassieke traditie.

Het tekent de zoektocht naar hoe er anno 2007 met het fenomeen om gegaan moet worden. De laatste fiere bronzen mannen in Europa werden immers in de fascistische en communistische dictatuur opgericht: nóg hoger de sokkel, nóg heldhaftiger de pose, terwijl de regimes die deze heldenkunst bestelde miljoenen de dood injoegen. Deze associatie heeft het helden-op-sokkel-genre natuurlijk geen goed gedaan. Met terugwerkende kracht heeft zelfs de historische held in het algemeen het moeilijk gekregen: op internetfora wordt De Ruyter om zijn betrokkenheid bij de slavenhandel postuum bijna nog richting tribunaal gesleept.

Toch is anno 2007 niet het verlangen naar helden op zichzelf ten einde gekomen. Integendeel. Je zou zelfs kunnen stellen dat er niet eerder zoveel helden zijn geweest als nu. In de 19de eeuw werd een held pas held als hij de nationale gedachte wist te verstevigen. Niet alleen heeft nu elke subcultuur zijn eigen held – de heavy-metal-scene, de zelfmoordterroristen, de computergamers, de RTL-kijker, de Ned3-kijker – maar dit decennium kende ook de verkiezing van de Grootste Nederlander Aller Tijden, en allerlei andere pogingen tot canonisering en nieuwe heldenverklaringen.

In dat licht is het zelfs niet verwonderlijk dat er ook een lichte toename van het in brons gegoten heldenbeeld is te bespeuren, alhoewel zich dat uitsluitend buiten het museale circuit afspeelt, waar de klassieke heldenesthetiek nog het sterkst voortleeft. Enkele cruciale verschillen zijn er echter wel. Het nieuwe ‘democratische’ heldenstandbeeld moet het hebben van menselijkheid en herkenbaarheid, aangezien de helden van nu volkshelden zijn, die zelf ook om ‘menselijkheid’ en zelfs ‘gewoonheid’ gewaardeerd worden. Houding en gelaatstrekken moeten vooral niet te heldhaftig zijn. En de sokkel, eeuwenoud attribuut van heroïek, ontbreekt bijna volkomen. Dat in Rotterdam een van de twee Pim Fortuyn-beelden een zelfs voor 19de-eeuwse begrippen nog fikse sokkel heeft, inclusief opschrift in het Latijn, is daarbij een wonderlijk anachronistische uitzondering op de regel.

Kenmerkender is het standbeeld van André Hazes op de Amsterdamse Albert Cuyp. In een typerende vlaag van nationale rouw moest er in 2005 een bronzen standbeeld van de zanger komen, geheel volgens de oude traditie. De sokkel onder Hazes is slechts bedoeld om steun te geven aan de barkruk, waar hij op zit. Een barkruk in plaats van sokkel: het toont hoe de hedendaagse ‘volkse’ standbeeldenkunst zich graag wil beroepen op de oude traditie, maar er tegelijk alles aan doet de associatie met het ideologische voetstuk te vermijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden