Heimwee naar de jaren vijftig

Achter het jazz-label Criss Cross gaat een eenmansbedrijfje uit Enschede schuil, dat al bijna twintig jaar stilletjes succesvol is. Alles aan het label ademt nostalgie, de verpakking, de titels en de bezettingen....

HET dwingt bewondering af: de Nederlandse platenmaatschappij Criss Cross is al achttien jaar een succesvol jazzlabel. Een eenmansbedrijf met een herkenbare en integere stijl - een eigenwijze poging om de tijd stil te zetten. Verrassingen zijn er zelden bij, maar liefhebbers van stevig swingende Amerikaanse bop, ballads en blues kunnen een Criss Cross-cd altijd blind kopen.

Die ene man achter het bedrijf is Gerry Teekens, voormalig leraar Duits in Enschede, en zijn uitgaven weerspiegelen voor honderd procent zijn eigen smaak, die hij ooit omschreef als 'hard bop gemixt met Tristano'. Muziek uit de jaren vijftig, in de begintijd van het label geleverd door oudere musici die wegens het (destijds) onmodieuze karakter van hun werk door de grote maatschappijen genegeerd werden, en tegenwoordig veelal door jongeren die deze stijl van vóór hun geboorte op het conservatorium hebben geleerd.

Wat dat persoonlijke beleid betreft, lijkt Criss Cross op het Blue Note van vijftig jaar geleden. Er zijn meer overeenkomsten: ook Teekens heeft zijn vaste opnametechnicus, Max Bolleman, die voor een karakteristiek geluid zorgt - helder, rond de drums opgebouwd. En ook hij heeft een 'stal', een groep muzikanten die hij tijdens zijn jaarlijkse bezoeken aan New York aan zijn netwerk heeft toegevoegd. Die gaan voortdurend bij elkaar op bezoek in de studio, en mogen om de zoveel tijd zelf een sessie leiden.

Die muzikanten worden gevolgd met prijzenswaardige trouw, ook als hun platen niet met bakken tegelijk over de toonbank gaan. Van trompettist John Swana zijn uitsluitend cd's van Criss Cross te krijgen, hij heeft er al zes mogen maken. Als er eens iemand de stal verlaat, is dat omdat hij er te groot voor is geworden.

Teekens heeft een goed oor voor talent, en nam bijvoorbeeld saxofonist Joshua Redman, bassist Christian McBride en pianist Brad Mehldau op voor ze bekend werden. Wanneer er een ster op het label verschijnt, is dat meestal als 'sideman' bij een minder grote naam. Zo is het recente The Unity in feite een opname van het Nicholas Payton Quintet, maar dan geleid door de drummer, Adonis Rose. Trompettist Payton, een van de publiekstrekkers van Verve, is ook te horen op de cd van zijn pianist Anthony Wonsey, Open the Gates.

Zo'n muzikant die naar een platengigant doorgroeit, krijgt daar meestal te maken met door het management bedachte zaken die Teekens als verfoeilijke concessies beschouwt: cd's met een thema of een concept (Die-en-die plays the music of Zus-en-zo), fusion-elementen, moderne popliedjes of stukjes funk. Dit alles ontbreekt in de catalogus van Criss Cross, evenals zang, waar Teekens kennelijk niets mee heeft.

Alles aan Criss Cross ademt nostalgie, zoals de verpakking, de titels (Veel 'Introducing...', kreten als 'A Cool Blue', 'Minor Thang'), en de bezettingen: vrijwel altijd een klassiek hard bop-kwintet of -kwartet, een of twee blazers plus ritmesectie, óf het al even eerbiedwaardige orgeltrio, met Hammond, gitaar en drums. Door die instelling is het niet verwonderlijk dat echt grote persoonlijkheden of vernieuwers hier niet thuishoren.

Criss Cross-artiesten hebben hun stijl bijeengesprokkeld van voorbeelden uit het verleden. John Swana noemt in het boekje van zijn laatste worp, Tug Of War, een weinig opzienbarend lijstje: Lee Morgan, Clifford Brown, Freddie Hubbard. Pianist Orrin Evans, die onlangs de Thelonious Monk Award won, klinkt op Grown Folk Bizness zo erg als de naamgever van die prijs dat het bijna komisch wordt.

Criss Cross is dan ook het label van de middenmoot: nooit slecht, nooit briljant, maar wie zou willen dat de jaren vijftig nog altijd voortduren, wordt ook nooit teleurgesteld. Het is net eten zoals vroeger thuis: aardappels, groente en een bal gehakt, maar wel lekker klaargemaakt. Hoewel er soms toch iets afwijkends tussendoor glipt: Subliminal van bassist Scott Colley is een ingehouden, kamermuziekachtige cd, met wat stukken zonder akkoordenschema, zonder voortjakkerende groove, en met zowaar een door Messiaen beïnvloede compositie. Als dat een trend wordt, zou het label zich ontwikkelen, zoals Blue Note destijds deed; maar dan zou het Criss Cross niet meer zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden