Hedy - Feministe, politica, actievoerster

Hedy, de grande dame van de Nederlandse vrouwenbeweging

'Hedy leeft twee levens in één etmaal'. Deze typering door een vriendin verwijst naar een van de opvallendste eigenschappen van Hedy d'Ancona: haar tomeloze energie en vitaliteit. Vijfenzeventig jaar is ze op 1 oktober geworden en nog altijd wil dit 'fenomeen', voor sommigen een rolmodel, met haar rode lippenstift, kleurige kleding en 'erotiserende uitstraling' niet uit het publieke zicht verdwijnen.

Journaliste Leonoor Meijer doet in haar biografie Hedy - Feministe, politica, actievoerster een redelijk geslaagde poging om de voornaamste passies van haar ietwat springerige hoofdpersoon in kaart te brengen en te duiden. Terecht heeft Meij-er ervan afgezien om nauwgezet verslag te doen van D'Ancona's schier ontelbare bezigheden en concentreert ze zich op wat ze heeft betekend als feministe, politica, moeder en minnares.

Samen met Joke Smit stond Hedy d'Ancona in Nederland aan de wieg van de laat 20ste eeuwse vrouwenbeweging, de tweede feministische golf. Smits befaamde artikel in literair tijdschrift De Gids uit 1967, 'Het onbehagen bij de vrouw', had eigenlijk van D'Ancona's hand moeten zijn; de redactie had haar erom gevraagd. Hedy - druk, druk, druk - zat er nog op te broeden, toen een door Smits toenmalige echtgenoot Constant Kool opgestuurd manuscript in haar brievenbus viel, dat het probleem van de feitelijke ondergeschiktheid van vrouwen (ondanks hun formeel gelijke rechten) scherp onder woorden bracht. Het was het begin van een langdurige samenwerking tussen de twee voorvrouwen die even later de actiegroep Man Vrouw Maatschappij oprichtten.

In de onderlinge rolverdeling was Joke Smit de denker, terwijl Hedy degene was die de prille denkbeelden over een meer gelijke rolverdeling in huis en daarbuiten uitdroeg en aan de vrouw moest brengen. Dat viel in het begin niet altijd mee. D'Ancona herinnert zich dat ze voor een gezelschap van PvdA-vrouwen een pleidooi hield voor economische zelfstandigheid en het recht op werk buiten de deur en daarbij stuitte op een 'brede muur van nee schuddende hoofden'. Tegelijkertijd vonden radicaal geworden zusters dat ze met de vijand heulde, omdat ze niet wilde breken met bestaande politieke instellingen (ze was PvdA-lid) en met de man als zodanig. 'Wentelteef' werd ze genoemd en zelfs 'onderdrukster', maar geïnspireerd door eigen ervaringen en die van haar een groot deel van haar leven alleenstaande moeder hield ze vast aan haar pragmatische emancipatie-agenda.

Met Parool-redactrice Wim Hora Adema richtte ze het nog altijd bestaande feministische blad Opzij op. Ze vocht ervoor dat de culturele strijd van de vrouwenbeweging een plek kreeg in het nieuwe beginselprogram van de PvdA. In 1977 was het zover: ze hoopte staatssecretaris voor Emancipatie te worden in het tweede kabinet-Den Uyl. Ook feministen is niets menselijks vreemd; er ontstond een knetterende ruzie met Joke Smit die zich heimelijk op diezelfde functie had zitten voor te bereiden. Er kwam geen tweede kabinet-Den Uyl en de twee vrouwelijke kemphanen verzoenden zich weer. In het kortstondige kabinet met Van Agt en Den Uyl kreeg Hedy alsnog de begeerde portefeuille. Ze vond het 'een heerlijke tijd', met 'ruimte voor zoveel nieuw beleid'. Wel viel haar op dat dit kabinet niet onder een gelukkig gesternte stond en noemde ze de omgangsvormen in haar eigen PvdA 'belabberd'.

Die door Leonoor Meijer gesignaleerde onafhankelijke blik is kenmerkend voor Hedy d'Ancona. Ze was nooit een partijtijger, ging niet voor honderd procent op in de vrouwenbeweging en volgde ook als politica zoveel mogelijk haar eigen weg. In het derde kabinet-Lubbers, waar ze als minister onder meer verantwoordelijk was voor de opvang van asielzoekers, had ze het daarom moeilijk met haar partijgenoot Aad Kosto. Het was de tijd van de oorlogen in Joegoslavië en Somalië. Het aantal vluchtelingen nam fors toe. Kosto wilde die instroom zoveel mogelijk beperken en dat stuitte D'Ancona tegen de borst. Dat kwam niet in

de eerste plaats doordat in de grachtengordel (waarvan Hedy onmiskenbaar deel uitmaakt) ruimhartigheid toen in de mode was. Meijer laat zien dat haar allergie tegen discriminatie van vluchtelingen of migranten vooral te maken heeft met het feit dat haar vader en grootouders in de Holocaust omkwamen en haar grootvader van moeders kant een Pools-Russische vluchteling was. 'Volstrekt toevallig bevinden we ons in een situatie om over anderen te beslissen omdat we hier nu eenmaal zijn geboren', zo formuleert ze zelf dit elementaire gevoel.

Bij de uitvaart van moeder Map Opmeer werd op Hedy's verzoek de Internationale gespeeld. Ze stond met haar kinderen Hajo en Hadassah te luisteren, 'ingeklemd tussen Guus (de Boer), Berend (Boudewijn) en Ed (van Thijn)', haar drie geliefden. Haar laatste grote liefde tot nu toe, beeldend kunstenaar Aatje Veldhoen, was daar nog niet bij. Ook het ontbranden van die verliefdheid wordt door Meijer uitbundig belicht. Jammer alleen dat ze het in dit verband heeft over 'vlinders in de buik'. Ook elders is soms sprake van hinderlijk gebruik van clichés, zoals 'joodse mensen'. Waarom een 'opgelegde' kandidaat als je 'voor de hand liggend' bedoelt?

En Meijer bewijst zichzelf geen dienst als ze schrijft dat 'ik ervoor kies wezenlijke delen uit het leven van Hedy onbesproken te laten'. Dat maakt uiteraard nieuwsgierig en geeft je als lezer het gevoel dat je blijkbaar iets belangrijks onthouden wordt. Of bedoelt de auteur alleen dat ze niet is ingegaan op bijzonderheden over Hedy's talrijke functies en nevenactiviteiten? Zo'n beperking is zeker te verdedigen, maar Meijer had er beter aan gedaan uit te leggen wat ze heeft weggelaten en waarom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden