Hedendaagse hofnarren

Geestig en ontwapenend, maar vooral: beargumenteerd

In de Middeleeuwen vertelde de hofnar de koning de onverbloemde waarheid. Nu nemen comedians de rol opnieuw op zich om de elite op de pijnbank te leggen.

John Oliver, gastheer van het programma Last Week Tonight with John Oliver. Beeld Getty Images Portrait

Het was feest die avond, maar de twee muzikanten van Lodewijk XIII speelden belabberd, tot grote woede van de Franse koning. Voor straf halveerde de koning het salaris van de muzikanten. Marais, de hofnar, vroeg de spelers daarop gemaskerd op te treden voor de koning - en half gekleed. 'Wat heeft dit te betekenen?', donderde Lodewijk, waarop de nar antwoordde: 'Maar majesteit, wie half salaris ontvangt kan zich slechts half kleden.' De koning schoot in de lach en herstelde de betaling, zo staat in Beatrice Otto's Fools Are Everywhere (2001), een boek vol historische en literaire narren-anekdotes.

Een opmerkelijke positie: je bent ingehuurd door de koning, die je vervolgens mag bekritiseren - en nog ongestraft ook. Ik moest eraan denken toen ik vorige week de uitreiking van de Oscars terugkeek. De Oscars, waar zoveel kritiek aan vooraf was gegaan, omdat alle genomineerden wit waren. De avond die geboycot werd door een aantal zwarte acteurs, maar niet door de zwarte presentator Chris Rock. Het werd een Hollywoodzelfpijnigingsavond. Rock ging er als een volleerd sm-meester in, voor het vrijwel geheel witte publiek van makers, financiers en acteurs: 'Welkom bij de Oscars, ook wel bekend als de white people's choice awards', en voegde eraan toe dat als er nominaties waren geweest voor de presentator, hij de baan natuurlijk nooit had gekregen.

Het was alle kritiek die je kunt hebben op de Oscars, tíjdens de Oscars. Betaald door de Academy. En Rock hield het lijntje strak tot het einde, racisme werd het hoofdthema. En nee, geen racisme met witte puntmutsen en brandende kruizen. Rock muntte een nieuwe term voor het hardnekkig achterblijven van diversiteit onder schrijvers, producers en beslissers in Hollywood: 'sorority racism', ofwel jaarclubracisme. Dat uit zich vriendelijk; zoiets als: 'We vinden je wel aardig, Ronda, maar ja, je bent geen Kappa.' Ongemakkelijke lach in de zaal.

License to mock

Rock was, daagde het me, een hedendaagse hofnar. Terwijl acteurs hun woorden vaak wegen in beleefdheid om hun broodheren niet te ontstemmen, kwam hij ermee weg.

Hofnarren konden vroeger dingen zeggen waar voor gewone burgers vergeldingen op stonden zo hoog als de doodstraf - niet voor hem, de nar heeft een 'license to mock'. Opererend vanuit zijn veilige domein als grappenmaker, staat de nar buiten de sociale en ethische orde. Aan het hof betekende dat een positie die enerzijds laag en anderzijds een privilege was, want de koning kon zich bij hem vrij voelen. Of haar, want er waren genoeg vrouwelijke narren. Soms zijn ze de enigen die slecht nieuws durven brengen: toen in de 14de eeuw Edward III van Engeland de Franse troepen op zee had verslagen, durfde niemand dat de Franse koning Philippe VI te zeggen, tot de nar maar riep: 'Die Engelse lafaards! Ze durven niet eens moedig in het water te springen als ons dappere Fransen', waarop de koning begreep dat zijn troepen verloren hadden.

Er waren narren in veel soorten - ook de musicerende, dansende, en de mismaakten. Maar een belangrijke is die, die in zijn geestigheid of satire de waarheid blootlegde. Het soort humor dat we bijvoorbeeld kennen van Erasmus' Lof der zotheid (1511), of in heel eigen verschijningsvorm van Van Kooten & De Bie - in beide gevallen werd fijntjes de vinger gelegd op het falen van de elite: kerk, geleerden, media, adel, politici. Vaak is het onverwachte directheid die maakt dat het aankomt. Rock raakte zo'n snaar toen hij zondag zei: 'Ik stel voor dat we volgend jaar in de 'in memoriam' geen eer betonen aan overleden acteurs, maar aan de zwarte jongens die onderweg naar de bioscoop door politieagenten zijn doodgeschoten.' Het publiek lachte ongemakkelijk. Met de juiste toon kan de humorist de waarheid een charmante landing geven. Maar het was wel gezegd.

Chris Rock. Beeld Getty Images for NAACP

Anatomische les

En dat is wat opvalt: comedians zeggen tegenwoordig dingen die je elders weinig of niet hoort. Zeker in de Verenigde Staten, waar presidentskandidaten entertainment inzetten en de feiten in hun betoog lang niet altijd kloppen, zijn het een paar 'grappenmakers' die oproepen tot redelijkheid. Niet door het hof uitgenodigd, wel een welkome toevoeging aan het zelfcorrigerende vermogen van de samenleving. Jon Stewart deed het al jaren in de Daily Show en organiseerde in 2010 zijn geestige, maar zeker serieus bedoelde Rally to Restore Sanity, een mars in Washington DC om op te roepen tot nuchterheid in het publieke debat, waarbij ruim 200 duizend mensen meeliepen. Niet eerder waren er zulke geestige protestbordjes in een optocht te zien, zoals: 'Somewhat irritated about EXTREME OUTRAGE' en 'What do we want? MODERATION!! When do we want it? IN A REASONABLE TIME FRAME!'.

Nu heeft de comedy een nieuwe laag gekregen met een aantal programma's waarin de mechanismen van de leidende klasse - media, industrie, politiek - minutieus worden aangetoond. Comedians leggen uitspraken en situaties op tafel die ze als in een anatomische les ontleden, om zo de hypocrisie of onhoudbaarheid ervan bloot te leggen. De Brit John Oliver zette deze stap het duidelijkst in zijn programma Last Week Tonight (te zien op YouTube).

Daarvoor onderzoekt een redactieteam een week lang een onderwerp tot de puntjes, zodat Oliver op zondagavond gewapend met cijfers een kwartier lang zijn betoog kan houden: altijd gevat en geestig, maar óók inhoudelijk. Zo inhoudelijk vaak dat onderzoeksjournalistiek en comedy even naadloos samenvallen. Hij stelde het suikergebruik (en hoe de industrie dit in stand houdt) ter sprake en liet zien hoe politiegeweld en de toename van oorlogswapentuig in politiekorpsen parallel lopen, toonde dat studentenleningen op hypotheken na de grootste schuld van de Amerikanen zijn en in het afgelopen decennium zijn verdrievoudigd. Hij wist de totale saaiheid uit het woord 'netneutraliteit' te halen, en daarmee het belang ervan over te brengen, en stelde misbruik van octrooihandel aan de kaak.

Afgelopen week zette hij zijn zinnen op Donald Trump. Met tegenzin, maar zoals hij zegt, Trump is Amerika's rugmoedervlek: 'Het zag er een jaar geleden misschien onschuldig uit, als je het al opmerkte, maar nu het groter groeit, is het niet verstandig het langer te negeren.' Oliver begint met een relativering: hij is een comedian en herkent entertainment als hij het ziet. Een deel van hem heeft er plezier in naar Trump te kijken. Tot dat-ie zijn uitspraken onder de loep legt. En dan gaat Oliver los met zijn chirurgisch mes: van zijn uitspraken klopt niets, hij liegt met angstaanjagende overtuiging - in een fragment zegt Trump met zoveel schwung dat John Olivers mensen hem 'vier of vijf keer hebben uitgenodigd' dat Oliver zelf voor de zekerheid bij zijn redactie navroeg of ze hem misschien per ongeluk hadden uitgenodigd. Aan het eind ontleedt Oliver het succes van de naam Trump, laat dan zien dat zijn oorspronkelijke achternaam Drumpf is en roept in stijl met Trumps eigen uitspraken 'respecteer je erfenis' op tot een terugkeer naar Donald Drumpf, met de hashtag #MakeDonaldDrumpfAgain.

Oliver heeft de feiten als wapen. Het is steeds een ritme van grap-harde cijfers-relativering, tot je uiteindelijk geïnspireerd bent als na een college of een aflevering van Tegenlicht, maar zonder de zwaarte. Ook de verbetenheid die vaak aan activisme hangt, ontbreekt hier prettig.

Het verschil met reguliere satire, zoals in Saturday Night Live of Cojones, is dat er in die programma's geen wezenlijke kritiek zit. Het is overdrijving, maar omdat de werkelijkheid al zo karikaturaal is, slaan imitaties van Sarah Palin en Geert Wilders soms dood, ik haal althans de uitspraken van Tina Fey en de echte Palin steeds door elkaar.

Arjen Lubach

In Nederland hadden we even De snijtafel, de sympathieke onderzoeksgesprekjes van Kasper C. Jansen en Michiel Lieuwma, die gebeurtenissen in de media gevat ontleedden - volgens hen niet grappig bedoeld, maar dat bepalen wij zelf wel.

In de categorie waarheidontledende narren heeft Nederland Arjen Lubach. Op z'n beste momenten is Lubach een mix tussen John Oliver en Jon Stewart, met voldoende karakter om er geen kopie van te zijn. De Nederlandse elite is compleet anders, maar ook Lubach legt soms dingen bloot die niet zichtbaar genoeg zijn, zoals de obsessieve omgang van Nederlandse journalisten met de Amerikaanse verkiezingen (over acht maanden) ten opzichte van die met de Duitse deelstaatverkiezingen (volgende maand). En in een onderwerp als het gebrek aan topvrouwen breidt hij de grap slim uit: het verhaal is gegrond, maar hij presenteert er ook nog even een website bij waarop bedrijven worden geëtaleerd die geen vrouwen in de raad van bestuur hebben - op z'n Lubachs onder de naam dezemannenkunnengeenvrouwenkrijgen.nl

Hier komt de oude rol van de nar als vermomde wijze weer te voorschijn. In veel literatuur, zoals Shakespeares King Lear en Verdi's opera Rigoletto (gebaseerd op de werkelijke nar Triboulet) zijn het juist de narren die inzicht verschaffen op kritieke momenten. De Chinese geschiedenis kent sinds millennia narren die met gewiekste grappen invloed uitoefenen op de keizer.

Arjen Lubach. Beeld Getty Images for NAACP

Auteur Beatrice Otto van Fools are Everywhere: The Court Jester Around the World (2001), vol mooie anekdotes uit de Europese, Arabische en Aziatische wereld, zei in een interview na verschijning: 'Heersers nu hebben narren nodig als altijd, al zijn ze zich er misschien niet van bewust hoe hard. Als we een paar narren in de politiek zouden hebben, zouden we misschien niet naar zoveel holle soundbites hoeven luisteren'.

Kan een hedendaagse nar ook echt een verandering teweegbrengen, zoals sommige historische? Dat is moeilijk te meten, hoewel de woorden van Chris Rock zeker invloed hadden door de plek waar ze werden uitgesproken (ondanks een paar flink mislukte grappen). En vergeet niet dat het nog pas een jaar geleden een comedian was die werd gefilmd met zijn imitatie van Bill Cosby: 'Pull your pants black people, I can talk down on you because I had a sitcom in the eighties. Yeah, Bill Cosby, but you rape women.' De beschuldigingen en vermoedens bestonden al drie decennia, maar het was deze grap van Hannibal Burress die de publieke val van Cosby veroorzaakte. Het filmpje werd gedeeld op sociale media, opgepikt door grote kranten, en dat zette de trein van aanklachten en aandacht voor de zaak in gang. Er hebben nu meer dan vijftig vrouwen aangifte gedaan tegen Cosby.

De narren van vandaag brengen hun waarheid geestig en ontwapenend, maar vooral: altijd beargumenteerd. En dat is de manier waarop het aankomt.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het duo van De snijtafel, Kasper C. Jansen en Michiel Lieuwma, uit elkaar is. Kasper Jansen is alleen doorgegaan met De Snijtafel, met wisselende gasten.

Verbod op maanlicht

In de 9de eeuw, tijdens de heerschappij van keizer Zhaozong, stelde minister Li Maozhen oliebelastingen in om de inkomsten te verhogen. Hoewel Li een goed heerser was, waren deze eisen te zwaar. Hij verbood kreupelhout om het olieverbruik te stimuleren. Zijn nar suggereerde dat hij het maanlicht ook kon verbieden, zodat het olieverbruik zeker zou stijgen. Li lachte en zag zijn strengheid in. (Beatrice Otto, Fools Are Everywhere: The Court Jester Around the World, 2001).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.