Heavy, roekeloos en zelfverzekerd

Lang ontbrak het de nieuwe generatie jazzmusici aan een eigen karakter. Op North Sea Jazz openbaarde het zich.

De oude garde jazzmuzikanten heeft bijna het veld geruimd op North Sea. De ontwikkeling is al langer aan de gang, het is een overbekend verhaal: er zijn te weinig legendarische iconen over om een festival waarop ruim honderdzestig bands spelen te kunnen domineren. Dat schept ruimte. Maar waardoor wordt die opgevuld? Het ontbrak de jonge generatie lang aan een eigen karakter.

Vorig jaar zette North Sea voor het eerst een gewaagde, maar onvermijdelijke stap door een programma neer te zetten dat bol stond van de Europese bands. Dit jaar was alles weer bij het oude en kende het programma geen verrassingen, met één verschil: de jeugd speelde er dit weekend definitief een rol van betekenis.

De helden uit de jaren zestig waren er nog wel in het Rotterdamse Ahoy, en ze gaven uitstekende concerten: souljazzkoning Lou Donaldson, vibrafonist Bobby Hutcherson, freepianist Paul Bley, tenoristen Wayne Shorter en Charles Lloyd, maar ze vormden een fractie van het programma. De bijna 90-jarige pianist Hank Jones, een levende brok jazzgeschiedenis, was tijdens zijn tournee onwel geworden en moest verstek laten gaan.

Naast de overige onvermijdelijke bekende namen die het North Sea tot het North Sea maken, was er een roedel jonge bands die zich met kracht liet horen. En, heel belangrijk, een even oud publiek dat er naar luisteren wilde. Bij uiteenlopende acts als José James, Soil & Pimp en Nasheet Waits puilden de tenten uit.

De nieuwe generatie speelt heavy, roekeloos en vol zelfvertrouwen. Een mooi voorbeeld was het Engelse Acoustic Ladyland. De groep heeft de afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt die kenmerkend is: van ietwat schuchtere denkjazz met een nog niet helemaal geslaagde intentie tot wildheid, tot een band die compromisloze melodieuze punkjazz speelt.

Acoustic Ladyland speelde een beetje zoals het Japanse Soil & Pimp Sessions, dat met zijn hardbop-op-speed in scheurstand de tent tot extase bracht, maar dan met een Britse rock ’n’ roll-attitude en overstuurde anarchistische synthesizerklanken. Acoustic Ladyland had een diepgang in klankkleur en intelligente pakkende composities die je bij veel jonge bands terug vindt, zowel Amerikaanse als Europese.

In die lijn paste ook de winnaar van de Dutch Jazz Competition, het Srdjan Ivanovic Blazin’ Quartet, dat stuwende muziek speelt met lichte Balkaninvloed. De blazers gebruiken een smaakvol toefje elektronica. De bassist Mihail Ivanov kreeg de solistenprijs.

De keuze voor Bobby McFerrin als ‘artist in residence’ leek aanvankelijk wat slapjes, ook omdat de zanger al een hele tijd niet echt iets van betekenis heeft gemaakt. Maar hij gaf in elk geval één concert dat zijn komst helemaal de moeite waard maakte: zaterdag in een unieke combinatie met bassist en zanger Richard Bona en percussionist Cyro Baptista. Bona was een soort tweede ‘artist in residence’, een van de helden van het festival. Hij speelde mee in meerdere bands. Samen met de speelse Baptista tilde hij McFerrin naar een plan dat hoger lag dan diens toch al pakkende stemtrucs en spel met het publiek.

De muziek was een viering van ritme. Met veegjes, plokjes en kreetjes werd een onweerstaanbare groove gecreëerd waar McFerrin, maar ook Bona klaterende hoog gezongen melodieën overheen legde. De laatste deed zeker niet onder voor McFerrin. Als Bona zingt, gaat het licht uit en ben je heel even alleen op de wereld. Wat was dit een lief concert.

Nog zo’n feelgood-optreden werd gegeven door Herbie Hancock, die eindelijk weer eens te horen was met een echt goede bezetting. Saxofonist Chris Potter, gitarist Lionel Loueke, bassist Dave Holland en drummer Vinnie Colaiuta vormden een droomband samen met de over zijn synthesizers vlinderende Hancock.

Bijzonder om Holland eens op basgitaar te horen. Het stond als een huis. Ze speelden vooral klassiekers en weinig materiaal van Hancocks laatste succes-cd met muziek van Joni Mitchell.

In het derde Rotterdamse jaar van North Sea, dat vrijwel was uitverkocht, was weer een en ander gewijzigd in de layout van de uit doek opgetrokken zalen, om doorstroming en onderlinge geluidsisolatie te verbeteren. Het was nog steeds niet optimaal, maar nog altijd beter dan in Den Haag. Wel viel op dat veel acts uit de subtopcategorie in net iets te kleine zalen stonden.

Soms leek het voller dan het eigenlijk was doordat veel mensen in deuropeningen stonden te roken, om tegelijkertijd wat van de muziek mee te kunnen pikken.

De Cubaanse Omara Portuondo op de openingsavond van North Sea Jazz in Ahoy, Rotterdam. (ANP) Beeld null
De Cubaanse Omara Portuondo op de openingsavond van North Sea Jazz in Ahoy, Rotterdam. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden