Reportage Haute Couture in Parijs

Haute couture ver van je bed en gedateerd? Niet als het aan Iris van Herpen, Viktor & Rolf en Ronald van der Kemp ligt

De show van Iris van Herpen. Beeld AFP

Wat is er interessant aan haute couture in Parijs als je niet superrijk bent? Nou, meer dan je in eerste instantie denkt. Kijk maar naar wat de Nederlandse topontwerpers presenteren.

Het zal de meeste ­lezers van de Volkskrant saucisse wezen, wat er ­tijdens de ‘oot koetuur’ in Parijs wordt geshowd. Ver van m’n bed, ouderwets, peperduur, on-Nederlands, denken de meesten – áls ze al weten wat het verschil is tussen de haute-couture- en de zogeheten prêt-à-portershows, met kleren die letterlijk klaar zijn om te dragen. 

Klopt ook, een béétje: tijdens de haute-coutureweek toont een select clubje modehuizen in Parijs het toppunt van z’n kunnen. Met de meest luxueuze stoffen, gemaakt met behulp van de ingewikkeldste technieken door de knapste naaisters en coupeurs, getoond voor de fine fleur van modepers en klanten. Geprivilegieerde klanten zijn dat, die het kunnen betalen om zoiets moois, aangepast aan hun particuliere wensen, exact op maat na te laten maken. Want dat is couture: geen grote aantallen, maar enkele, unieke stuks, gedragen door steenrijke dames.

Maar ver van ons bed? Niet als je je realiseert dat op de agenda met ruim vijftig coutureshows vier Nederlandse namen staan: Iris van Herpen, Ronald van der Kemp en Viktor & Rolf. Ter vergelijking: bij de honderden prêt-à-portershows is er maar één Nederlands duo present, en dan ook nog sinds kort: Rushemy Botter en Lisi Herrebrugh, die het Franse modehuis Nina Ricci creatief bestieren.

Iris van Herpen

Terug naar de couture. Is dat niet ouderwets dan? Niet als je kijkt naar wat Iris van Herpen neerzet. De 35-jarige ontwerper uit Wamel staat al jarenlang bekend om haar vernieuwende technieken en adembenemende shows. Soms letterlijk: ze liet haar show ooit flankeren door onderwatermuzikanten zonder zuurstofflessen, en een paar jaar geleden zoog ze haar modellen in grote ­plastic zakken vacuüm, ze moesten ademen door smalle buisjes. 

Beeld Iris van Herpen

Haar show van afgelopen maandag, Hypnosis getiteld, was verre van benauwend. In een hoge ruimte in Élysée Montmartre hing een enorme ­mobile: het kinetische sculptuur ­Omniverse van de Amerikaanse kunstenaar Anthony Howe, bestaande uit een bewegend skelet van aluminium en staal, bekleed met veren. De negentien outfits die Van Herpen maakte, borduurden voort op dit kunstwerk. Ze waren vloeibaar, etherisch en transparant. Volgens Van Herpen zelf een visualisatie van de symbiotische cycli van lucht, land en water, en van de kwetsbaarheid van de wereld. Klinkt en oogt misschien zweverig, maar ondertussen was het een verdraaid knap samenspel van hypermoderne technieken en tere couturestoffen als organza, tule en zijdemoiré. 

De stoffen werden gesneden en ­bedrukt met hulp van lasers en op hoge temperaturen samengesmolten. In samenwerking met professor Phillip Beesley van de Universiteit van Waterloo in Canada ontwikkelde Van Herpen een nieuwe plottercut-techniek waarmee tienduizenden minirimpeltjes in een duchessesatijnen jurk konden worden gemaakt. 

Het resulteerde in een inderdaad hypnotiserende show met als sluitstuk een infinity dress die naadloos aansloot op het kunststuk van Howe. Zó bezienswaardig dat popster Céline Dion, die op de eerste rij zat in een ­creatie van Van Herpen, even geen aandacht kreeg. 

Viktor & Rolf en Ronald van der Kemp

Ouderwets waren ook de shows van Viktor & Rolf en Ronald van der Kemp bepaald niet. Van der Kemp (54, geboren in Wijchen) presenteerde woensdagmiddag in de tuin van de Nederlandse ambassade aan de Rue de Grenelle zijn tiende ‘wardrobe’ in zijn vijfde Parijse ­coutureshow. Van der Kemp toont zich evenals Van Herpen begaan met het milieu, maar laat juist niets nieuws ontwikkelen voor zijn collecties. Zijn focus ligt op hergebruik: hij struint markten en archieven af op zoek naar bestaande maar afgedankte stoffen, en laat zich vervolgens inspireren door wat hij aantreft. 

De show van Ronald van der Kemp. Beeld AFP
De show van Ronald van der Kemp. Beeld AFP

Het resultaat was veel aardser en ruiger dan wat Van Herpen toonde. Zijn outfits zijn rouwer, vaardig ­gemaakt maar minder symmetrisch perfect: leren salopettes, patchworkjeans, handbeschilderde en beschreven broeken afgewisseld met glimmende avondjurken met ruches, glans en strikken. De Van der Kemp-vrouw heeft lef, seks, lol, rock-’n-roll, dromen én heimwee naar de jaren tachtig. Maar bovenal  – ondanks de chique setting – lekker schijt aan hoe het heurt. 

Viktor Horsting (50, geboren in Geldrop) en Rolf Snoeren (50, geboren in Dongen) doen sinds vier jaar alleen nog maar coutureshows, waar hun geniale creativiteit en het grote vakmanschap van hun atelier volledig tot hun recht komen. De show van woensdagnamiddag, gehouden in een balzaal van het Westin Hotel, begon duister en winters. Modellen droegen dikke vervilte wollen mantels en jurken, sprookjesachtig maar tegelijk onheilspellend zwaar en donker. Lichtvoetiger werd het pas toen er patchworkjurken voorbijkwamen, met applicaties van vlinders, zon, maan, yin en yang. 

Het bleek, zo vertelden Horsting en Snoeren na de show, een samenwerking met textielkunstenaar Claudy Jongstra (56, geboren in Roermond). Jongstra houdt haar ­eigen schapen en oogst hun wol, die ze zelf bewerkt, vervilt en verft. Een langdurig proces, met respect voor de ­natuur. Voor de patchworkcreaties gingen Viktor & Rolf ook duurzaam te werk: ze hergebruikten stoffen uit hun eigen archief, en maakten nieuwe materialen door oude stoffen te ontrafelen en de draden opnieuw te weven. ‘Couture staat voor glamour’, zei Snoeren, ‘maar als je naar de oorspronkelijke betekenis van glamour zoekt, blijkt dat magie te betekenen. Onze modellen zijn een soort ­moderne heksen. Wij zoeken een toverspreuk die mensen ertoe zet actie te ondernemen en op een andere manier naar de consumptie van kleding en stoffen te kijken.’ 

De show van Viktor & Rolf. Beeld VIKTOR & ROLF
De show van Viktor & Rolf. Beeld VIKTOR & ROLF

En zo gaat het statige en van oudsher opulente ­instituut couture toch danig mee met zijn tijd. Dat het dat doet, blijkt ook uit het feit dat met ingang van deze ­coutureweek drie van de grootste en invloedrijkste ­couturehuizen – van origine het domein van mannelijke couturiers – worden geleid door vrouwen. Chanel na het verscheiden van Karl Lagerfeld door zijn Franse rechterhand Virginie Viard, Givenchy door de Engelse Clare Waight Keller en Dior door de Italiaanse Maria Grazia ­Chiuri  – die afgelopen dinsdag werd onderscheiden met een légion d’honneur door Marlène Schiappa, de Franse staatssecretaris voor Gendergelijkheid. 

Tuurlijk, couture is nog steeds reusachtig kostbaar, maar meer van nu en meer van ‘ons’ dan vaak gedacht. Het is en blijft een sublieme ode aan vakmanschap en luxe, aan dromen en aan vrouwelijkheid. En dat is – of je het nu wilt zien of niet – iets van en voor alle tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden