Harteloze dames en hun hulpen

De hoofdpersoon uit Kathryn Stocketts nieuwe, succesvolle roman, een jonge, blanke vrouw, maakt de kloof tussen zwart en wit in het diepe zuiden van de VS zichtbaar....

En paar weken geleden nam Kathryn Stocketts roman The Help, sinds augustus 2009 onafgebroken in de New York Times topvijf, de nummer één-positie over van Dan Brown. Geen onaardige prestatie van een debutante, wier roman niet dankzij een gelikte uitgeverscampagne maar via word of mouth een verkoopsucces werd. Het boek is inmiddels een absolute hit bij leesclubs en in discussieprogramma’s, en het is niet moeilijk in te zien waarom.

The Help, zojuist in Nederlandse vertaling verschenen onder de wat ongelukkige titel Een keukenmeidenroman, speelt zich af in het Diepe Zuiden van de Verenigde Staten, ten tijde van de zogeheten Jim Crow-wetten, die absolute segregatie van blanken en zwarten voorschreven. Om precies te zijn in Jackson, Mississippi, in 1962.

De schrijfster vertelt haar verhaal aan de hand van drie personages: de zwarte hulpen Aibileen en Minny en de 23-jarige blanke vrouw Skeeter. Skeeter onderscheidt zich in een aantal opzichten van haar leeftijdgenoten, met wie ze tot voor kort nog aan Ole Miss (University of Mississippi) studeerde. Om te beginnen is ze nog niet getrouwd, heeft zelfs nog nooit een vriendje gehad, en woont ze nog bij haar ouders.

Maar een belangrijker verschil is dat zij zich in toenemende mate onbehaaglijk voelt bij het hardvochtige racisme in haar blanke omgeving. Vooral haar vriendin Hilly, voorzitter van de plaatselijke damesvereniging, vervult in het boek de rol van de zich superieur achtende blanke. Haar nieuwste passie is het Sanitair Initiatief voor de Huishoudelijke Hulp. Om te voorkomen dat blanken besmet worden met ‘zwarte ziekten’ (‘zoals bekend voor 99% overgebracht door urine’) mogen zwarte hulpen geen gebruik meer maken van het toilet in de blanke huishoudens waar ze werken, maar moeten ze hun eigen plee krijgen.

Van de twee zwarte stemmen in de roman vervult Aibileen de rol van de oudere, stoïcijnse, schijnbaar immer mild gestemde hulp die haar werkgeefster nooit zal tegenspreken, haar arbeids- en levensvreugde ontleent aan de opvoeding van de blanke kinderen des huizes, en in stilte alle vernederingen ondergaat. Toch broeit er iets in haar. Drie jaar geleden kwam de zoon op wie ze haar hoop voor de toekomst had gevestigd bij een ongeluk op zijn werk om het leven. Van enig blank mededogen was uiteraard geen sprake. Sindsdien heeft ze steeds meer moeite haar opstandigheid te onderdrukken.

Haar tegenpool is de jongere Minny. Zij heeft haar gewoonte om onredelijke werkgeefsters een grote mond terug te geven al verschillende keren met ontslag moeten bekopen. Haar laatste bazin, eerder genoemde Hilly, beschuldigde haar zelfs van diefstal, daarmee haar kansen op een nieuwe betrekking tot een minimum reducerend.

Na een opeenstapeling van gebeurtenissen ontwikkelt Skeeter het plan om een boek te schrijven over de omstandigheden waaronder zwarte hulpen in Mississippi moeten leven en werken. Daartoe vraagt ze Aibileen – de hulp van één van haar vriendinnen – een reeks gesprekken met haar te voeren, en haar in contact te brengen met andere zwarte hulpen. Uiteraard moet dit allemaal in het grootste geheim gebeuren, want voor de hulpen dreigt ontslag en waarschijnlijk zelfs fysiek geweld als het plan uitlekt.

De schrijfster doorspekt haar verhaal met verwijzingen naar historische gebeurtenissen, zoals de door Kennedy afgedwongen toelating van de eerste zwarte student op Ole Miss en de door Martin Luther King aangekondigde mars naar Washington. Ook Rosa Parks, die beroemd werd door in 1955 demonstratief in het voor blanken gereserveerde deel van een stadsbus in Alabama te blijven zitten, maakt enkele malen haar opwachting en zelfs de jeugdige Stevie Wonder, die op zijn dertiende zijn eerste hit scoort, ontbreekt niet. Daarnaast zijn er talrijke literaire verwijzingen, zoals naar Invisible Man (1952), de invloedrijke roman waarin Ralph Ellison over zwarte identiteit schreef.

Kathryn Stockett, zelf opgegroeid in Jackson, slaagt er niet alleen in de sfeer van de Zuidelijke VS overtuigend weer te geven, maar doet dit bovendien via een bekwaam opgezette plot, waarin telkens nieuwe spanningselementen worden geïntroduceerd en een voortdurende sfeer van dreiging heerst, die het boek doen lezen als een trein. Tegelijk is er regelmatig ruimte voor relativerende humor. Maar de grootste triomf van deze roman zit hem in de portrettering van de drie vertelsters, die elk op hun manier als levensechte personen naar voren komen. Hetzelfde kan niet gezegd worden van de bad gals in dit verhaal. Het lijdt geen enkele twijfel dat de Zuidelijke VS bol stonden en staan van de verstokte racisten. Maar behalve Skeeter zijn de blanke dames in deze roman werkelijk harteloos tot op het bot en zelfs niet geïnteresseerd in hun eigen kinderen (die liefderijk door de zwarte hulpen worden opgevoed). Dit al te eenzijdige, op effect geschreven onderscheid tussen goed en kwaad, geeft tevens de literaire beperkingen aan van deze roman, die de bordkartonnen mannelijke personages er nog bekaaider laat afkomen.

Maar al is de karakterisering in deze roman dan onevenwichtig, het is pure winst dat het clichébeeld van de goedmoedige zwarte hulp, belichaamd door Mammy in Margaret Mitchells Gone With the Wind (1936), hier danig wordt genuanceerd en verdiept. De onzichtbare zwarte vrouw uit het Diepe Zuiden is door deze roman weer een beetje zichtbaarder geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden