Haring, het zilte goud

GOEDE vertaalmachines zullen wel nooit worden gemaakt. Maar er zijn vertalers die als een machine te werk gaan. In Engeland verscheen een groot vis(kook)boek van de dochter en de schoonzoon van de beroemde Engelse culinair journaliste Jane Grigson....

'Het is zonde dat heek in Engeland niet meer wordt gebruikt, want het is echt een heerlijke vis.' 'Groot-Brittannië is slecht bedeeld met viswinkels en ik weet niet goed waarom. De meesten van ons moeten ongelukkigerwijs naar een supermarkt om vis te kopen.' 'De dagen zijn voorbij dat de forel in heel Engeland uit kabbelende beekjes werd gevist.' 'Snoekbaars is eigenlijk niet inheems in Engeland.' Met maar weinig moeite had de vertaalster van Vis! de tekst kunnen aanpassen, zodat het boek ook voor Nederlandse lezers mededelingen bevat die hout snijden.

Sophie Grigson schreef de recepten; haar man, William Black vertelt wat hij weet van vis. Black kan er wat van, Grigson leutert. En ook hier laat de Nederlandste vertaalster de zinnen volautomatisch zo krom als een hoepel: 'Spaghetti alle vongole doet me denken aan mijn eerste reis naar de kust van Amalfi en de opwinding te zien dat er zo'n ongelooflijk mooi plekje bestond, waar je, zolang je de grootste toeristenplaatsen maar ontweek, heerlijk kon eten voor een aanvaardbare prijs - heel belangrijk voor de rugzakstudent.'

Dankzij William Black is Vis! vooral voor mensen die van vis maar weinig weten, een aanwinst. Maar koken aan de hand van Grigsons receptuur zal niet meevallen. Ingewikkeld vooral, met heel veel ingrediënten, en als er kaas bij moet, is het bijvoorbeeld 'boeren-cheddar'. Ook de kaas is niet doorvertaald naar iets wat wij in Zwolle kunnen kopen.

Niets mooier dan korte titels. En liefst zonder uitroepteken. Vis! met uitroepteken is eigenlijk aanstellerij. Dan beter Haring. Want dit boek gaat over niets anders dan wat er voor op de kaft staat. Het heeft zo'n beetje dezelfde opzet als Vis!. Eerst veel leren, dan recepten.

Thea Detiger verzamelde een aantal klassieke en een paar vieze recepten waarin zoute of andere haring wordt verwerkt. Maar ze vertelt eerst de - vooral Nederlandse - geschiedenis van de haringvisserij in de afgelopen eeuwen. Uitvoerig en gedegen. Een droge opsomming soms van getallen en gebeurtenissen, maar verbazend. Zo stomvervelend als de vaderlandse geschiedenis op school werd gegeven - 1600, slag bij Nieuwpoort; waar Nieuwpoort ligt, dat weet geen hond - zo spannend is dezelfde geschiedenis bekeken vanuit de visserij.

Nederlandse vissers waren voortreffelijke vissers; Nederlandse, Engelse, Franse, Vlaamse en Noord-Duitse zeelui waren voortreffelijke zeerovers. Nederlandse handelaren veroverden de belangrijkste afzetmarkten voor haring in Europa en financierden bewapende schepen die de vissers moesten beschermen tegen piraten. Maar de kapiteins - ze werden al admiraal genoemd toen er nog helemaal geen zeeleger bestond - kregen ook van harte toestemming zelf flink aan piraterij te doen. Het zeeroven werd van bijverdienste soms hun belangrijkste bron van inkomsten.

Het moet gedurende een paar honderd jaar een zootje zijn geweest op de Noordzee. 'Met name aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog waren de kapers uit Duinkerken en Nieuwpoort een ware plaag. Tussen 1621 en 1648 werden er 300 vissersschepen uit Maassluis uit zee gepikt. Als je pech had, spijkerden de kapers de bemanning aan handen en voeten vast en lieten het schip naar de diepte gaan. Opknopen en overboord gooien kon ook. Maar meestal namen ze de mannen mee naar hun woonplaats, stopten ze daar in de gevangenis en eisten losgeld. Sommige vissers waren stamgasten in bepaalde gevangenissen. Het losgeld voor een gewone visser lag tussen de 100 en 200 gulden.'

Maar aan haring werd decennialang zo veel verdiend in Nederland - de hele economie draaide erop - dat ook het kapen en het vernielen van meer dan de helft van de totale haringvloot vissers en reders er niet van weerhielden om stug door te gaan. Het kon wel een paar jaar duren, maar telkens na een enorm verlies aan schepen werd de vloot weer opgebouwd. Het mooiste beroep moet heel lang dat van scheepsbouwer zijn geweest. Altijd werk. Het werd eigenlijk pas minder na de Tweede Wereldoorlog.

Maar de geschiedenis van haring houdt nooit op en wie alles over deze vis wil vertellen, moet er dus ook aan herinneren dat de oud-hoofdredacteur van Elseviers Weekblad, Henny ten Brink, in 1961 een haringpartijtje organiseerde in zijn huis in Hoevelaken. Daarna zijn vele haringfeesten gevolgd, het is in de mode; maar liefst een heel hoofdstuk wordt aan het fenomeen haringparty gewijd. Het schijnt dat zo'n party pas echt geslaagd is als Pieter van Vollenhoven zich er even laat zien.

Wat een geteutebel ineens na alle bloedstollende verhalen van de laatste vijfhonderd jaar tot aan 1961. Leer uit je hoofd: 1961, de eerste haringparty in Hoevelaken. Het zou nog wat zijn als in de volgende druk van het boek, volgend jaar bijvoorbeeld, opeens een hoofdstuk geschreven moest worden over de haringpartypiratenpraktijken aan het begin van de nieuwe eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden