Hard to be a God nodigt uit tot totale overgave

Alexei German krijgt het voor elkaar om in een helse wereld van mist, bloed, poep, slavernij en bedorven eten een zekere schoonheid te vinden. De ziel en zaligheid waarmee de regisseur bedwelmt, irriteert, beukt, ontregelt, aantrekt en afstoot, kan niemand ontgaan.

null Beeld .
Beeld .

Vanaf de allereerste minuut nodigt Hard to Be a God uit tot totale overgave. Tenminste, dat is de enige optie die de laatste film van wijlen Alexei German (1938-2013) biedt aan eenieder die van plan is de daaropvolgende drie uur van zijn magistraal vormgegeven smerigheid te overleven. Het is eten of gegeten worden. Niet alleen op het doek, maar ook in de zaal, in gevecht met het magnum opus van de Russische filmer.

Maar met klassieke sciencefiction, als in: de entertainmentvariant, heeft Hard to Be a God niets te maken. De film naar het boek van Boris en Arkadi Stroegatski (ook verantwoordelijk voor de roman waarop Andrei Tarkovsky zijn Stalker baseerde) begint met een vertelstem die uitlegt dat we ons op een buitenaardse planeet bevinden. Een plek die qua leefomstandigheden en bewoners sterk lijkt op de aarde, maar dan 800 jaar in het verleden, toen er nog geen renaissance had plaatsgevonden. Een team van zo'n dertig aardse wetenschappers werd naar deze planeet gestuurd om aan den lijve te ondervinden hoe men lichtjaren verder de moderniteit verkent, maar er volgde helemaal niets. Geen ontwikkeling, menselijk noch technologisch, geen reflectie door middel van kunst, geen verlichting.

Regisseur German, die in zijn werk vaak de dictatuur bekritiseerde en daarop voortdurend in de clinch lag met de Russische censuur (maar in het Westen nooit de bekendheid genoot die kritische post-Sovjetfilmers als Aleksej Balabanov, Andrei Zvyagintsev of Alexander Sokurov ten deel viel), trekt een wereld op waarin al zijn kritiek op het land lijkt te culmineren. Dit is wat je krijgt als kunstenaars, schrijvers en andere denkers worden verketterd, zegt hij met zijn woeste beeldenstroom: een wereld die uit niet meer bestaat dan seks en de dood. Kijk maar naar de misvormde man aan het begin van de film, die neukbewegingen richting de camera maakt om vervolgens met een vinger langs zijn keel te snijden.

Spijker op zijn kop

En toch krijgt German het voor elkaar om in deze helse wereld van mist, regen, vuur, modder, bloed, poep, slavernij en bedorven eten een zekere schoonheid te vinden. In elke hoek van het doek gebeurt wel iets. Met lang aangehouden shots, dwalend langs mensenmassa's in een wirwar van huisjes, kamertjes en binnenplaatsen, is het aan de toeschouwer om zelf de plot te destilleren, dat langzaam inzoomt op één wetenschapper die zich een god waant tussen de barbaren.

Die overbevolkte decors zijn sinds de première van de film, bijna twee jaar geleden in Venetië, vergeleken met het surrealistische werk van Federico Fellini en de helse taferelen van Jheronimus Bosch. Het is de spijker op zijn kop en geeft ook aan dat Hard to Be a God weinig van doen heeft met moderne cinema.

Maar de ziel en zaligheid waarmee German - hij speelde met het idee van een verfilming sinds de roman van de Stroegatski's verscheen en stierf voor de film klaar was, vrouw en zoon zetten de puntjes op de i - bedwelmt, irriteert, murw beukt, ontregelt, aantrekt en afstoot, kan niemand ontgaan.

Hard to Be a God. Regie: Alexei German. Met: Leonid Yarmolnik, Yoeri Tsurilo, Natalia Moteva, Alexander Chutko, Evgeni Gertchakov. 177 min., in 4 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden