Hard, rauw en kwetsbaar HET HELSE LEVEN VAN NAN GOLDIN

DE AMERIKAANSE fotografe Nan Goldin gebruikt haar camera op soortgelijke wijze als miljoenen andere bezitters van een fototoestel dat met regelmaat doen: ze legt er voornamelijk bijzondere momenten met vrienden, familieleden en kennissen mee vast....

WIM DE JONG

'Hoe vaker ik ze op de foto zet', heeft zij eens geschreven, 'hoe kleiner de kans is dat ik ze verlies' - en onbewust voltrekken de ontroerde vaders en moeders die hun kinderen voor de vijftigste keer boven het papbordje, op de driewieler of naast de poes portretteren, natuurlijk allemaal hetzelfde bezweringsritueel. Een foto houdt de tijd stil en daarmee de dood op afstand, of wekt althans een poosje de illusie dat te kunnen.

Wat de in 1953 in Washington geboren Goldin vooral van het grote Kodak Gold- en One Hour Photo-publiek maar ook van professionele fotografen onderscheidt, is dat zij vermoedelijk meer dan wie ook - haar Japanse vriend en collega Nobuyoshi Araki wellicht uitgesloten- in dat magische element van het medium gelooft en er zich aan overgeeft. De mate waarin ze de fotografie een rol laat vervullen in haar eigen leven en in die van een grote, wisselende kring van intimi is ongeevenaard.

Vanaf haar achttiende is de camera geen uur meer uit haar bestaan weggeweest. Tot dan toe had ze zich bij het ontdekken van de wereld beholpen met het schrijven van dagboeken. Het eerste, door haar ouders geschonken toestel legde de basis voor een hard, rauw en tegelijk kwetsbaar egodocument, dat al een kwart eeuw lang onafgebroken met nieuwe ervaringen en dus met nieuwe beelden wordt gevoed.

Goldin verklaart die drang om al haar lief en leed in foto's uit te drukken, uit haar gevoelens bij de dood van haar zeven jaar oudere zus Barbara, die zich met haar ontluikende seksualiteit en het taboe dat erop rustte, geen raad wist en in 1965 zelfmoord pleegde. Dat gezinsdrama overtuigde de toen elfjarige Nan van de noodzaak de vragen, twijfels en verlangens van haar gestorven zus over te nemen en op onderzoek uit te gaan.

Goldin zou in hoog tempo de zeven sloten van liefde, lust, schuld, afscheid en verdriet inlopen en er voor zichzelf verslag van doen, opdat ze haar herinneringen eraan niet zou kunnen kleuren, vergeten of verdringen. Nog geen week na de begrafenis van Barbara werd ze ontmaagd door een oudere man.

In The Ballad of Sexual Dependency (Aperture, 1986), een eerste bundeling foto's die voortvloeide uit de diashow waarmee Goldin in het begin van de jaren tachtig een zekere faam verwierf in de New Yorkse underground, schrijft ze: 'Ik realiseerde me dat ik in veel opzichten op mijn zus leek. Ik merkte dat de geschiedenis zich herhaalde. Barbara's psychiater voorspelde dat ik zou eindigen zoals zij. Mijn angst was dat ik dood zou zijn op mijn achttiende. Ik besefte dat ik het huis uit moest. Ik liep weg op mijn veertiende. Weggaan stelde me in staat mezelf te herscheppen zonder mezelf kwijt te raken.'

In de 25 jaar waarin de Pentax, de Nikon en later de Leica haar op haar strooptochten vergezelden, heeft ze gerookt, gezopen, gesnoven en gespoten, en zowel met mannen als met vrouwen het bed gedeeld. Ze heeft alle bars en clubs gefrequenteerd die er in het New York van de travestie, de drugs, de punk en de new wave toededen. Ze zat in een afkickcentrum, en werd ooit bijna blind geslagen door een jaloerse minnaar.

Onderweg verloor ze tal van geliefden door aids, door overdoses of anderszins, maar met de tientallen, honderden, misschien duizenden portretten die ze van ieder van hen maakte, heeft ze de betekenis van hun blikken, hun gemoedstoestanden en hun plek in haar wereld voor zichzelf veiliggesteld. En ofschoon dat alsmaar uitdijende album inmiddels monumentale proporties heeft aangenomen en haar roem bracht, voelt zij zich nog wel degelijk gestuurd door dezelfde naïviteit en nieuwsgierigheid als waarmee ze als meisje met fotograferen begon.

'Ik geef een hoop en ik vraag een hoop terug', vertelt zij in I'll be Your Mirror, de catalogus die de gelijknamige, in het Whitney Museum in New York begonnen en vervolgens rondreizende overzichtstentoonstelling van haar foto's begeleidt. 'Ik maak snel contacten die diep gaan, en ik denk dat dat in mijn werk tot uitdrukking komt. Maar ik doe het niet alleen omdat het mijn beroep is. Ik ben niet zo iemand die de wereld van andere mensen documenteert.'

'Ik tracht te voelen wat een ander voelt', zegt ze in datzelfde vraaggesprek met David Armstrong en Walter Keller. 'Er bevindt zich een glazen muur tussen mensen die ik wil breken. Een van de misverstanden over mijn werk is dat ik relaties met mensen aanga, omdat ze spectaculair zijn om te fotograferen. Terwijl de emotionele behoefte er bij mij eerst is, dan pas komen de foto's.'

Een vluchtige verkenning van het universum van I'll be Your Mirror zou inderdaad de indruk kunnen wekken dat Nan Goldin zich, net als bijvoorbeeld Diane Arbus, bewust in de subculturen van freaks, heroïne-gebruikers, straatschuimers en overige figuren aan de zelfkant heeft begeven, omdat dat fotografisch nou eenmaal nog steeds het meeste effect sorteert. Maar tezelfdertijd is ook eenvoudig vast te stellen dat de geportretteerden de fotografe werkelijk als een van hen beschouwen, en dat de aanwezigheid van een camera in die relaties net zo vanzelfsprekend is als, zeg, een handtasje.

In het boek zijn 460 foto's opgenomen, in de expositie nog eens 45 meer. I'll be Your Mirror (naar de song van The Velvet Underground & Nico) voert de kijker van de sobere zwart-wit portretten van travestieten uit de vroege jaren zeventig naar de in direct flitslicht gewarmde, verduisterde en sjofele slaapkamers van haar vrienden en vriendinnen in het decennium erna.

Goldin fotografeert ze, terwijl ze vrijen of masturberen, of in de wezenloze ogenblikken vlak erna. Haar camera zalft de littekens van een verse tattoo, een borstoperatie en een keizersnede. Zij is erbij als Suzanne op het bidet gaat en wanneer deze in een huilbui uitbarst, ze registreert de trouwpartij van haar hartsvriendin Cookie Mueller in 1986 en drie jaar later ook haar in de kist opgebaarde stoffelijk overschot. En er zijn, naast veel meer, de snapshots van spelende kinderen, van aids-patiënten, en van de jongeren die ze samen met Araki door het nachtleven van Tokyo volgde.

Van Goldin mogen die paar onderscheidenlijke interesses en 'commitments' geen reportages of afzonderlijke projecten worden genoemd. Zelf spreekt ze liever van 'sequenties' die in elkaar grijpen en elkaar versterken. Alleen tezamen kunnen ze een beeld geven van de energie, de persoonlijke betrokkenheid en de melancholische stijl die ze in haar fotografie samenbalt.

Het is helemaal niet moeilijk op die manier naar haar werk te kijken, integendeel. De verbindende elementen in I'll be Your Mirror zijn monden, ogen, gezichten, lichaamshoudingen, voorwerpen, interieurs, tranen en glimlachjes, en niet in de laatste plaats de bedwelmende kleuren waarmee Goldin de emoties en gebeurtenissen van alledag iets onafwendbaars meegeeft.

Het boek opent met een zelfportret van de fotografe, het eerste van de vele die verderop nog zullen volgen. Goldin met haar blauw geslagen gezicht voor de spiegel. Goldin in sm-pak in haar keuken. Alleen in bed. In bed met Brian. Brian aftrekkend. In het ziekenhuis. In de verslavingskliniek. Op haar 'dieptepunt'. Vrijend met een vrouw. En aan de oevers bij het meer bij Skowhegan in Maine.

De zelfportretten articuleren de uitgangspunten van haar oeuvre elke keer opnieuw, zoals ze daarin in veel gevallen ook als bakens voor haarzelf fungeren. Ze markeert er het leven vóór en na Brian mee, haar ontslag uit het afkickcentrum, de ontmoeting met haar vriendin Siobhan, haar overstap van de flitslamp naar het gebruik van beschikbaar licht. Dat laatste zelfportret aan dat meer in Maine was er immers niet voor niks.

Goldin: 'Tot 1988 heb ik altijd 's nachts, in het donker geleefd. Ik had geen idee hoe licht in de loop van de dag kon veranderen, daarvoor was ik gewoon te weinig op straat. Aangezien ik de buitenwereld nog steeds beschouw als een abstractie, vind ik het nog moeilijk anders naar een landschap te kijken dan als naar een ansichtkaart. Ik moet die ene dimensie doorbreken, en uitzoeken wat de relatie is tussen mijn mensen en de natuur.'

Wim de Jong

Nan Goldin: I'll be Your Mirror.

Scalo, import Nilsson & Lamm; 492 pagina's; ¿ 144,90.

ISBN 3 931141 33 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden