Hara-Kiri toonde wansmakelijke hoogtepunten

Aan de bestormers van het fatsoen dankt Frankrijk een stortvloed aan scabreuze teksten, onoirbare prenten, films voor onder de toonbank en inktzwarte humor.

Met grove hand laat de Franse culturele geschiedenis zich in twee kampen verdelen. Enerzijds heb je de precieuzen: Proust, de maniëristen, tot en met Modiano en Nobelprijswinnaar Le Clézio. Daar tegenover staan de bestormers van het fatsoen, die zich in de voetsporen van Rabelais, De Sade en Céline in poep, pies en slechte manieren verdiepen, zoals Michel Houellebecq of de filmer Bertrand Blier.

Aan die laatste stroming dankt Frankrijk een stortvloed aan scabreuze teksten, onoirbare prenten, films voor onder de toonbank en inktzwarte humor.

Met het tijdschrift Hara-Kiri, dat van 1960 tot 1985 verscheen, bereikte die wansmaak een hoogtepunt. Wat Hara-Kiri liet zien, zag je nergens anders: een snipverkouden man die verbouwereerd naar de hersens in zijn zakdoek kijkt, een klein meisje dat een sm-setje van de kerstman krijgt. Er werden sprays aangeprezen die voorkwamen dat je je dode buurman ging ruiken. Het overlijden van De Gaulle in zijn buitenhuis in Colombey-les-Deux-Églises werd herdacht met de tekst ‘Tragisch bal in Colombey: één dode.’ Deze herinnering aan een discotheekbrand waarbij 146 doden vielen, kwam het blad op het derde verschijningsverbod in zijn geschiedenis te staan. Nadien mocht het niet meer aan minderjarigen worden verkocht.

Leuk? Het was een blad dat je besmuikt kocht. De burgerman in je begon te steigeren, maar Hara-Kiri deed ook een beroep op je recalcitrantie. Het blad was voorbij links of rechts; het etaleerde het verzet van de eeuwige puber tegen alles wat naar goede manieren rook. Het Amerikaanse Mad was een voorbeeld, in Nederland waren Wim T. Schippers c.s. geestverwanten.

De bende van Hara-Kiri stond een beetje buiten de tijd. Mei ’68, ijkpunt van de Franse vrije geesten, ging aan het blad voorbij. Het communisme inspireerde hoogstens tot het namaken van het symbool met hamer en sikkel. Oordeel: handig voor het fijnhakken van wortels, maar te kinderlijk om een maatschappelijke beweging te kunnen symboliseren.

Journal bête et mechant – dom en kwaadaardig blad – dat was de ondertitel. François Cavanna (85), een van de oprichters, leest inmiddels met een loep en woont de helft van de week op zijn landgoed. Nog steeds schrijft hij wekelijks een venijnige kroniek in Charlie-Hebdo, het zusterblad van Hara-Kiri dat beter tegen de tand des tijds bestand bleek.

De meest onverschrokken tekenaars en schrijvers wist Cavanna aan het blad te verbinden: Willem (Bernard Holtrop), Wolinski, Reiser, Topor, Fred, Vuillemin – ze behoorden tot de harde kern van een redactie die uit louter solisten bestond. In de bloemlezing Hara-Kiri – Les Belles Images 1960- 1985, ligt de nadruk juist op fotografie. Hara-Kiri maakte gretig gebruik van de wapens van de massacultuur. Bijna elk nummer bevatte een fotoroman, met steevast Georges Bernier, alias de permanent verbaasde Professor Choron, in een hoofdrol.

Ook reclame was een bron van inspiratie. ‘Elke dag van de maand te paard* dankzij Tampax’, stond er dan naast een ruiterstandbeeld van Jeanne d’Arc. Vrouwen, invaliden, kinderen, doe-het-zelvers, hongerlijders, agenten, onderbroeken – in de wereld van Hara-Kiri was niets en niemand heilig.

In 1985 – ook toen heerste de crisis – was men wel zo’n beetje uitgelachen. Hara-Kiri ging zachtjes ten onder, de politiek won van het absurdisme.

Broodje rat. Beeld null
Broodje rat.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden