Happy Days is ronduit spectaculair

In een ronduit spectaculair toneelbeeld worden Becketts regels compleet overboord gezet. Julia Wieninger dwingt diep respect af voor de manier waarop zij Winnies levenslust én doodsstrijd vorm geeft.

Julia Wieninger in Happy Days van Samuel Beckett.Beeld Klaus Lefebvre

'Uitgestrekt verschroeid grasveld dat zich in het midden verheft tot kleine heuvel. Zachte glooiing naar voren en naar beide kanten van het toneel. Aan de achterkant glooiing die steiler afloopt tot de vloer van het toneel. Grootst mogelijke eenvoud en symmetrie.' Aldus beschrijft Samuel Beckett het toneelbeeld van zijn stuk Happy Days (1960). Door het hele script heen blijft hij grossieren in dat soort details - van hoe zijn hoofdpersoon Winnie zich moet gedragen ('lippen houden op te bewegen; handen blijven gevouwen') tot aan hoe ze in haar handtas op zoek moet gaan naar lippenstift en haarborstel.

Overboord

Beckett zelf, maar zeker ook zijn erfgenamen, stonden en staan erop dat alles zo nauwlettend mogelijk wordt nagevolgd. Hoe opmerkelijk en gedurfd is het dan ook dat Katie Mitchell in haar regie van Glückliche Tage bij het Deutsches Schauspielhaus Hamburg al die voorgeschreven regels overboord heeft gezet. Het toneelbeeld is ronduit spectaculair: Winnie zit hier niet tot haar middel (en later tot haar nek) in een hoop puinzand, zoals Beckett voorschrijft, maar in het water. We zien haar in haar eigen, kneuterige keuken - tussen aanrecht, fornuis, kast en radio. Door het keukenraam heen kijken we naar buiten, waar de lucht blauw is, de wolken wit en de zon fel schijnt. Het is een even verwarrend als verontrustend beeld. Van meet af aan is duidelijk dat er voor deze Winnie geen redden meer aan is. Het water zal haar uiteindelijk verzwelgen.

Happy Days is in al zijn raadselachtigheid toch ook tamelijk goed te duiden. Na een grote ramp zijn er op de wereld nog maar twee mensen over: Winnie, een vrouw van rond de 50, en haar man Willy, die voortdurend in haar buurt rondscharrelt. In Becketts verschroeide aarde heeft de vernietiging al plaatsgevonden. Alles is kaal, dor en droog - met een parasol probeert Winnie de hitte te trotseren. Door zich bijna dwangmatig met gewone dingen bezig te houden, probeert ze te overleven. Ze spreekt in een uitgebeende taal, in een cadans van herhaalde tekst. 'Geen verbetering. Geen verslechtering. Geen verandering. Geen pijn.' Dat is haar motto en vandaaruit is het niet moeilijk te aanvaarden dat alles eindig is en dat elk leven ten slotte zal verdwijnen. In haar handtas zitten behalve alledaagse vrouwendingen ook een pistool.

Vergankelijkheid

Deze voorstelling gaat behalve over vergankelijkheid ook over de taal als communicatiemiddel en de beperktheid daarvan. Mitchell geeft die verheven thema's in haar regie vorm door het stuk om te zetten in een realistisch kitchen sink drama. We herkennen de keuken, de spulletjes, de wolken als alledaags.

In het eerste deel is actrice Julia Wieninger zelf nog het meest verbaasd over haar situatie: haar keuken staat onder water, oké, maar hoe nu verder? Ze praat, doet en reddert, ze roept voortdurend Willy te hulp. Maar geen paniek: het water zal vast wel weer zakken. In het tweede deel echter staat het water haar letterlijk tot aan de lippen: hier is geen uitweg meer mogelijk. Zelden is in het theater doodsangst en wanhoop zo strak en helder verbeeld, ondersteund door een zacht, maar dreigend klankdecor. Dat Happy Days vaak wordt opgevoerd, heeft uiteraard te maken met het universele thema en de ondoorgrondelijkheid ervan. Bovendien is het een tour de force voor de actrice in kwestie. Zij moet niet alleen heerseres zijn over Becketts moeilijke tekst vol herhalingen, kleine wendingen, pauzes, haperingen en stoplapjes, maar zij zit ook nog eens letterlijk vastgeklonken. In een hoop zand. In een ijzeren korset. Of in dit geval: in dreigend, wassend water. Julia Wieninger dwingt op alle fronten diep respect af voor de manier waarop zij Winnies levenslust én doodsstrijd vorm geeft. Is er leven na de zondvloed? Waarschijnlijk niet, en daarvan is deze Hamburgse Winnie zich maar al te goed bewust. 'Iets blijft over van alles', zegt ze, maar veel zal dat niet zijn.

Glückliche Tage, regie: Katie Mitchell. 15/2 in Hamburg; op 2, 3 en 4/4 in Stadsschouwburg Amsterdam.

Becketts Happy Days is ook in Nederland populair

Van Andrea Domburg tot Marlies Heuer, op eigen wijze gaven ze Winnie gestalte.

Samuel Beckett schreef Happy Days in 1960, het ging een jaar later in New York in première. In 1962 vertaalde hij het zelf in het Frans: Oh les beaux jours. Weer een jaar later ging die Franse versie in Venetië in première. Van begin af aan is Happy Days ook in Nederland populair geweest. De eerste actrice die de rol van Winnie speelde, was Andrea Domburg in 1962 bij Toneelgroep Studio in regie van Kees van Iersel. Daarna volgden onder meer Elsie de Brauw (Hollandia) en Christine Ewert (De Appel). Meer recent was Happy Days hier in drie verschillende opvoeringen te zien. De formidabele Engelse actrice Fiona Shaw opende er in 2008 het Holland Festival mee. Leny Breederveld speelde Winnie in een productie van Toneelschuur Haarlem en opzienbarend was Marlies Heuer die in het Zeeland Nazomer Festival 2013 in een weiland bij Goes bij vallende avond in een zandhoop zat, met zoemende muggen om haar heen. Heuer maakte van Becketts tekst schitterende theaterpoëzie. Haar Happy Days is komend najaar opnieuw te zien als Theater Zeelandia een aantal van zijn producties in Amsterdam zal hernemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden