interviewHanya Yanagihara

Hanya Yanagihara: ‘Mensen denken altijd dat ze in een bijzondere, cruciale tijd leven. Nu is het écht zo’

Hanya Yanagihara:  ‘De afgelopen vijf jaar speelden er twee grote ‘what if’-vragen: stel dat Trump niet was gekozen en stel dat er geen covid was geweest.’ (Foto uit 2016.) Beeld Valentina Vos
Hanya Yanagihara: ‘De afgelopen vijf jaar speelden er twee grote ‘what if’-vragen: stel dat Trump niet was gekozen en stel dat er geen covid was geweest.’ (Foto uit 2016.)Beeld Valentina Vos

Bestsellerauteur Hanya Yanagihara wilde een boek schrijven over het Amerika dat ook had kunnen zijn. In het laatste deel wordt de wereld geteisterd door pandemieën en de gevolgen van klimaatverandering. Toen ze het boek bijna af had, brak de coronacrisis uit.

Hans Bouman

‘Het klink misschien gek, maar To Paradise (Naar het paradijs) heeft eigenlijk niets met de covidpandemie te maken. Toen die in maart 2020 in New York toesloeg, was mijn boek al bijna klaar. Ik heb het manuscript in de zomer van dat jaar ingeleverd.’

In 2015 verraste Hanya Yanagihara de literaire wereld met A Little Life (Een klein leven), een roman over het personage Jude St. Francis, die op jonge leeftijd het slachtoffer wordt van seksueel misbruik en daardoor onherstelbaar beschadigd raakt. Het was een indrukwekkend, maar voor veel lezers ook uiterst deprimerend boek.

Yanagihara’s nieuwe roman lijkt in weinig opzichten op A Little Life, maar zit wat betreft toonaard in dezelfde hoek. De roman bestaat uit drie delen, die respectievelijk in 1893, 1993 en 2093 spelen. Deel één beschrijft een alternatieve historische werkelijkheid, een schijnbaar vrij en tolerant New York waarin homoseksualiteit volkomen is geaccepteerd en de VS zijn uiteengevallen in een reeks kleinere, elkaar min of meer tolererende naties. Deel twee portretteert een voor ons herkenbaar Manhattan tijdens de aidscrisis, maar vertelt ook over onafhankelijkheidsstreven op Hawaii. Het laatste deel, dat de helft van de roman beslaat, is gesitueerd in een wereld die wordt geteisterd door pandemieën en de desastreuze gevolgen van klimaatverandering. Als reactie hierop is Amerika een totalitaire samenleving geworden.

Uw boek is dus niet zozeer een razendsnelle reactie op de werkelijkheid, maar u liep al schrijvend op de gebeurtenissen vooruit. Waarom wilde u dit boek schrijven?

‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in ziekten. Mijn oom is gespecialiseerd in tropische ziekten, mijn vader is oncoloog, dus bij ons thuis werd altijd veel over medische zaken gesproken. Dat zag je ook terug in mijn eerste boek, The People in the Trees (Notities uit de jungle), dat een medicus als hoofdpersoon heeft. Pandemieën zijn een buitengewoon rijk onderwerp. Een pandemie betekent een maatschappij in een crisissituatie. Hoe reageren mensen wanneer ze zichzelf tegen dreigingen van buitenaf proberen te beschermen? Welke burgerrechten is men bereid op te offeren? Dat zijn vragen die in alle drie de delen van mijn boek worden gesteld en die relevant zijn voor wat het betekent om een burger, een onderdeel van de maatschappij te zijn.’

Ik begrijp dat u als kind erg ziek bent geweest en daardoor een fascinatie heeft ontwikkeld voor het lichaam dat als het ware uiteen kan vallen. In alle drie de delen van uw boek lijkt u een ziek lichaam te projecten op een zieke, uiteenvallende natie.

‘Zo heb ik er nooit over nagedacht, maar het is een mooie metafoor. Misschien ga ik hem wel gebruiken! Ik denk dat veel mensen zich de laatste jaren bewust zijn geworden van hoe kwetsbaar een land kan zijn. Veel van wat Trump de afgelopen jaren heeft gedaan, was weliswaar niet echt illegaal – veel ook wel, trouwens – maar wel ongebruikelijk, niet normaal. De fundamenten van een land bestaan deels uit wetten, maar deels ook uit aannames, verwachtingen, patronen en tradities. Dat is uitermate verraderlijk.’

U maakte de eerste plannen voor uw boek in 2016, het jaar dat Donald Trump tot president werd verkozen. Toeval?

‘Nee, dat speelde indirect wel degelijk een rol. Trumps verkiezing versterkte een idee dat ik al langere tijd over Amerika had. Wij zijn altijd geneigd geweest ons land als een paradijs te beschouwen, maar een paradijs is een plek waar iedereen welkom is, niet een plek waar men probeert bepaalde mensen buiten te houden. Dus kwam bij mij de vraag op: heeft Amerika zich vastgeklampt aan een volkomen onjuiste metafoor? Is Amerika welbeschouwd een valse belofte?

‘Wat ik interessant vind aan dit boek, is niet zozeer dat ik een pandemie lijk te hebben voorspeld, maar dat ik onbewust een aantal van de essentiële discussiepunten naar voren breng die nu in dit land spelen. Hoe luidt de geschiedenis van ons land? Zijn we het daarover eens? Moet ons land terug naar een vroegere versie van zichzelf? Is ons land op weg een betere plek te worden? Vertoont ons land ernstige tekortkomingen, maar kunnen die problemen worden opgelost binnen de bestaande systemen en structuren? Of is ons land dermate fundamenteel beschadigd dat er niets anders op zit dan de boel met de grond gelijk te maken en alles weer op te bouwen?’

Een rode draad in Naar het paradijs is de rol van toeval en willekeur. Het had allemaal heel anders kunnen aflopen. Ik telde – met dank aan mijn digitale pdf – 92 maal de constructie ‘what if’.

‘Het eerste deel van mijn boek is deels een reactie op het idee dat er geen consensus meer bestaat over de Amerikaanse geschiedenis, maar ook op het idee dat toeval en willekeur een grote rol spelen in ons bestaan. Ik denk dat dat bij een jong land als de VS een extra nadrukkelijke rol speelt. Stel dat niet A was gebeurd, maar B? Veel zaken die in het verleden hebben plaatsgevonden, hadden ook anders kunnen lopen en dan was Amerika nu een heel ander land geweest. Stel dat Amerika niet door puriteinen was gesticht en religie daardoor niet tot de kernbegrippen van het land was gaan behoren?

‘De afgelopen vijf jaar speelden er twee grote ‘what if’-vragen: stel dat Trump niet was gekozen en stel dat er geen covid was geweest. Die twee vragen hebben iedereen in de Amerikaanse politiek en daarbuiten sterk beziggehouden. Het laatste jaar is daar nog bij gekomen dat een deel van de Amerikanen niet gelooft in Trumps nederlaag bij de verkiezingen van 2020.’

In deel drie is de viroloog Charles Griffith een belangrijke adviseur van de regering. De maatregelen die hij voorstelt om de reeks pandemieën te bestrijden, zijn aanvankelijk relatief mild. Vervolgens krijgt hij te maken met weerstand, virusontkenners, nepnieuws. Dit leidt bij hem tot de conclusie dat ‘een virus geen betere vriend kan hebben dan een democratie’, waarna hij een strengere en repressievere aanpak bepleit. Uiteindelijk leidt die aanpak tot een totalitaire staat die hijzelf ten diepste betreurt.

‘Een van de punten die ik met mijn boek wil maken, is: vooruitgang is geen garantie voor verlichting en een zekere staat van verlichting kan gemakkelijk omslaan en teniet worden gedaan. Het is de bedoeling dat het derde deel van mijn boek voelt als een reeks onvermijdelijke gebeurtenissen. Daarin klinkt door wat momenteel gaande is: de botsing van Trump en Facebook, het steeds grotere wantrouwen ten opzichte van autoriteiten, de ontkenning van de verkiezingsuitslag… We lijken af te stevenen op een eindconfrontatie.’

Hanya Yanagihara: ‘Je moet pas een boek schrijven als je iets dringends te melden hebt en alleen jij die boodschap kunt brengen.’ (Foto uit 2016.) Beeld Valentina Vos
Hanya Yanagihara: ‘Je moet pas een boek schrijven als je iets dringends te melden hebt en alleen jij die boodschap kunt brengen.’ (Foto uit 2016.)Beeld Valentina Vos

Is uw boek bedoeld als waarschuwing?

‘Niet per se. Ik ben aan het boek begonnen met een reeks vragen, maar toen het voltooid was, zat ik met nóg meer vragen. Een van de vragen die het boek stelt, luidt: waar trek je de grens tussen je persoonlijke bescherming en de bescherming van onze maatschappij, onze democratie? Onvermijdelijk zijn die twee belangen regelmatig met elkaar in strijd.

‘In mijn boek vertelt viroloog Charles over een moeder wier baby is besmet. Zij laat haar kind niet in het ziekenhuis behandelen, maar neemt het stiekem weer mee naar huis, waardoor het kind onderweg wellicht tientallen andere mensen besmet. Charles’ redenering is: juist omdat je niet kunt verwachten dat mensen rekening houden met anderen en vooral voor hun eigenbelang gaan, moet de regering haar burgers beschermen tegen de handelingen van het individu.

‘Ik heb begrip voor beide partijen en de meeste mensen met mij, denk ik. Er zijn altijd mensen met kwade bedoelingen, maar er zijn er nog veel meer die naar eer en geweten beslissingen nemen die achteraf verkeerd blijken te zijn geweest.’

Wat was de eerste zin die u opschreef?

‘Dat was de eerste zin van deel drie, als Charles’ kleindochter Charlie zegt: ‘Gewoonlijk neem ik om 18.00 uur de shuttle naar huis.’ En vervolgens de laatste zin van deel één, die ook de slotzin van de andere twee delen zou worden. Een zin die eindigt met ‘…naar het paradijs’. Toen stond ook meteen vast dat Naar het paradijs de titel van het boek zou worden.’

Een van de eerste dingen die de lezer opvallen, is dat in alle drie de delen dezelfde namen terugkeren. De suggestie wordt gewekt dat deze personen aan elkaar gerelateerd zijn: misschien zijn ze familie, misschien zijn ze ‘reïncarnaties’ van elkaar, zoals in Cloud Atlas (Wolkenatlas) van David Mitchell. Dat blijkt allemaal niet het geval. Zijn de namen bedoeld om eenheid in het boek te scheppen?

‘Zo zou je het kunnen zeggen. De namen zelf zijn eigenlijk volkomen oninteressant, maar ze staan wel voor iets blijvends in ons mensen. Wat de personages in de drie delen van het boek gemeen hebben, is het verlangen naar liefde en gezelschap. In welk Amerika ze ook leven – democratisch, despotisch, vreedzaam, chaotisch – mijn personages blijven, als alle mensen, altijd streven naar liefde en gezelschap.’

Hoe combineert u de baan van hoofdredacteur van T: The New York Times Style Magazine met het produceren van omvangrijke romans als Een klein leven en Naar het paradijs, die allebei verhoudingsgewijs in korte tijd (respectievelijk achttien maanden en ruim twee jaar) zijn geschreven?

‘Covid heeft erg geholpen bij mijn laatste boek. Ik werkte thuis, dus ik hoefde niet te forenzen en van uitgaan was geen sprake. Bovendien ben ik single en heb ik geen kinderen. Ik ben vrij goed geworden in time management. Als ik even geen zin heb in de verplichtingen van mijn baan als hoofdredacteur, ga ik aan mijn boek werken, en als ik opzie tegen dat boek, wijd ik mij aan mijn hoofdredactionele taken.’

Is er tijdens het schrijven een moment geweest waarop u dacht: dit wordt helemaal niets?

‘O jawel. Er zijn momenten dat je denkt: dit is verschrikkelijk, dit gaat nergens naartoe. Dan helpt piekeren en stilzitten absoluut niet. Het enige wat werkt, is onverstoorbaar doorploegen, niet aarzelen om fouten te maken, je twijfels negeren en hopen op betere tijden. Die meestal echt wel komen.’

Werkt u met een schema?

‘Ik werk vrij intuïtief, maar bepaal wel eerst een structuur. Als die eenmaal vastligt, verander ik er niets meer aan. Het belangrijkste deel van mijn schrijfwerk vindt niet plaats achter de computer, maar als ik wandel, zwem of in de metro zit. Dan werk ik de logica van de plot en de personages uit, bedenk ik hoe ze spreken. Als ik vervolgens achter de computer kruip, weet ik welke kant ik op wil en volgt de rest vanzelf.’

Heeft u een literair voorbeeld?

‘Ik ben een groot bewonderaar van Kazuo Ishiguro. Zijn briljante Never Let Me Go (Laat me nooit alleen) gaat over personages die blind zijn voor wat er om hen heen en met henzelf gebeurt.’

Net als Naar het paradijs.

‘Ik denk het wel. Ishiguro geeft ons een prachtig maar ook gruwelijk en kwellend portret van het verdriet dat ‘leven’ heet.’

Is het toeval dat alle drie de delen van uw roman spelen tegen het eind van een eeuw?

‘Nee, ik wilde bewust een fin-de-siècleroman schrijven. Het eind van een eeuw gaat altijd gepaard met gevoelens van hoop: men richt zich op de nieuwe eeuw, op een nieuw begin. Mijn roman gaat over het verlangen naar een betere wereld, het paradijs. Dat kan een andere plek zijn, maar ook een nieuw tijdperk. Het is iets typisch menselijks om te geloven dat het verstrijken van een jaar, en zeker een eeuw, betekent dat er betere tijden gaan komen.’

Een naïef geloof?

‘Misschien. Door de eeuwen heen hebben mensen altijd gedacht dat ze in een bijzondere tijd leefden, een overgangstijd die de geschiedenisboeken zal ingaan als cruciaal. In de praktijk was dat natuurlijk meestal niet het geval. Ik begeef me dus op glad ijs als ik zeg dat de tijd waarin wij nu leven weleens echt een keerpunt zou kunnen zijn. Als je alle hedendaagse kwesties op een rij zet – klimaat, milieu, voedsel, water, democratie, desinformatie, noem het allemaal maar op – dan lijken we ons op een beslissend moment in de geschiedenis te bevinden.’

Wanneer begint u aan uw volgende boek?

‘Mijn standpunt is dat je pas een boek moet schrijven als je iets dringends te melden hebt en als alleen jij die boodschap kunt brengen. Nadat ik Een klein leven had geschreven, had ik een tijdlang niets te melden. Nu zit ik in een vergelijkbare situatie. Ik heb geleerd mij daarmee te verzoenen.’

Hanya Yanagihara: Naar het paradijs. Uit het Engels vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen. Nieuw Amsterdam; 672 pagina’s; € 24,99.

null Beeld Nieuw Amsterdam
Beeld Nieuw Amsterdam

Wie is Hanya Yanagihara?

Hanya K. Yanagihara werd op 20 september 1974 geboren in Los Angeles, uit een Hawaiiaanse vader en een Koreaanse moeder. Van vaderskant heeft ze Japanse wortels. Vader Ronald was oncoloog en voerde het gezin gedurende Hanya’s jeugd naar alle uithoeken van de Verenigde Staten. Hij bracht zijn dochter in aanraking met literatuur door haar het werk van onder meer Philip Roth en Britse auteurs als Anita Brookner, Iris Murdoch en Barbara Pym te laten lezen. Ook Yanagihara’s huidige favorieten zijn overwegend Brits: Hilary Mantel en Kazuo Ishiguro, en daarnaast de Ier John Banville.

Hanya Yanagihara studeerde vrije kunsten aan Smith College in Massachusetts en verhuisde in 1995 naar New York, waar ze werkte als publicist. Ze schreef reisreportages voor Condé Nast Traveler, waarvan ze vervolgens redacteur werd. In 2015 werd ze adjunct-hoofdredacteur van T: The New York Times Style Magazine en in 2017 hoofdredacteur.

In haar eerste roman, The People in the Trees (2013, vertaald als Notities uit de jungle), vertelde ze over een gevierd wetenschapper die van zijn voetstuk valt als hij van kindermisbruik wordt beschuldigd. Haar internationale doorbraak volgde met A Little Life (2015, Een klein leven), over het personage Jude St. Francis, eveneens het slachtoffer van misbruik, en zijn drie vrienden. Het boek werd genomineerd voor de Booker Prize. Er werden ruim een miljoen exemplaren van verkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden