Review

Hans Verhagen krijgt terecht zijn monumentale verzamelbundel

Monumentale verzamelbundel maakt duidelijk dat Hans Verhagen de grootste verdwijnkunstenaar onder de dichters is. Het dichterlijk vuur wordt door het registreren van alle benauwenis alleen maar verder opgepookt.

Beeld HH

Alle gedichten van Hans Verhagen, meer dan zevenhonderd pagina's, dat mogen we een pontificale presentatie noemen. Tegelijkertijd maakt de monumentale verzamelbundel van de P.C. Hooftprijswinnaar 2009 pas goed duidelijk dat hij de grootste verdwijnkunstenaar onder de dichters is. Zo'n tegenstelling is dan weer typerend voor de maker, die midden in Amsterdam zijn verzen schrijft en alles in de gaten heeft, zonder dat wij hem opmerken.

Al in zijn eerste bundel, Rozen & Motoren (1963), romantisch en modern, is hij op essentiële momenten foetsie: 'Buiten in de duinen, waar mijn jeugd bevriest, ver-/ liest mijn liefde de liefde; liefste,/ alles is weer even eeuwig als altijd,/ ook je telefoontje heeft me te/ laat bereikt.' In Sterren Cirkels Bellen (1968) gaat de dichter schuil achter quasi-objectieve informatiefoldertaal, zoals in de onheilspellende cyclus 'Nieuw West': 'Alles komt er/ wat noodzakelijk is/ voor de functie/ die het te vervullen heeft.'

Hans Verhagen, Alle gedichten, fictie.
Bezorgd door Joep Bremmers.
Nijgh & Van Ditmar;
751 pagina's; euro 45,-.

Nadat hij zich nog eenmaal had gemanifesteerd als de minstreel van zijn jeugd en zijn grote liefde (Duizenden zonsondergangen, 1971), brak er een periode van poëtische verstomming aan, het gevolg van zijn drugsgebruik en verkilling in de maatschappij, en van zijn journalistieke bezigheden. Verhagen leek een tijdverschijnsel geweest te zijn, de zanger van de sixties, en die waren voorgoed voorbij.

Vanaf de bundel Autoriteit van de emotie (1992) keert hij echter terug als dichter, met vernieuwde energie. Het Vlissingen van vroeger, de moeder en de gestorven geliefde waren nog immer rond in zijn werk, maar Verhagen kijkt ook gretig om zich heen, en alles waar hij zijn bedenkingen bij heeft, inspireert hem om ertegenin te dichten, met regels die niet kunnen wachten tot ze in het gelid staan maar geestdriftig elk klassiek schema te buiten gaan. 'Als een snaar doortrillende dit tijdsgewricht/ registreer ik de akkoorden', stelt hij. Maar ook: 'Ik ben de vertolker van het leven,/ maar zelf leven doe ik liever niet.'

Beeld nvt

Alweer, of nog altijd, laat de dichter ons zijn waarnemingen zien: de moderne mens die zich vrijwillig laat muilkorven en beperken, rijke kooplieden die zich gedragen als draaideurcriminelen ('allebei stelen'), en een jeugd die alleen maar aan lekker leven denkt: 'Toch is de vraag of onze wereld niet te onwijs gaaf is/ voor een andere dan virtuele manifestatie/ van weer een generatie die te onwijs saai is,/ uit alle hoeken ons beloert en nooit iets toevoegt,/ uit alle gaten na-aapt maar nooit bijdraagt?/ pretparken daargelaten?'

Het mooie van Verhagens methode is dat hij niet bij de pakken neer gaat zitten, hoeveel betreurenswaardigs hij ook ontwaart. Zijn regels dansen en buitelen, het dichterlijk vuur wordt door het registreren van alle benauwenis alleen maar verder opgepookt. 'Voor alle zekerheid/ zongen we een toontje hoger', is de Verhagen-reflex, en 'Om te weten hoeveel druppels in de Noordzee gaan/ moet je alle korrels tellen van het strand,/ vlak voor je raam - niet zonder nachtmerries/ begint je bestaan. Leven leer je aan de hand/ van de weerstand waar je tegenover komt te staan.'

Beeld HH

Gevoelsarm leven is de norm geworden, hebzucht heerst, en om in die koude waanzin te overleven is eigengereidheid noodzakelijk: 'Wat kun je meer doen dan je uiterste gebrek aan best?'

Dat is de reden voor Verhagens verdwijnkunst: om zichzelf te kunnen blijven, moet hij zich gedurig afwezig melden, niet meedoen aan welke wedloop ook. De laatste cyclus uit de verzamelbundel heet Implosie en stamt uit 2009, met deze strofe als finale: 'Mooi weer spelen is alles wat ik deed/ en mijn lievelingen gaven evengoed de geest/ Ooit zullen haar ogen mij hebben gezocht/ maar ik moet ergens anders zijn geweest.'

Hopelijk zijn deze regels niet de voorbode van Verhagens totale verdwijning. De tijden zijn te bar om het ook nog zonder hem te moeten stellen. Laten we denken dat hij zich in het verborgene opnieuw oplaadt, om ons te gelegener tijd weer te tonen dat lyriek ook in onttoverde tijden bestaansrecht heeft, en zelfs verbluffend vitaal kan klinken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.