PostuumHans Verhagen (1939-2020)

Hans Verhagen: ‘Een dichter heeft geen tijd voor poëzie’

Dichter, P.C. Hooftprijswinnaar (2009) en tv-maker Hans Verhagen (81) overleed na een langdurig ziekbed op vrijdagochtend in een Amsterdams verpleeghuis.

Hans Verhagen in 2003.Beeld Joost van den Broek

In de vroege Vlissingse jaren van Hans Verhagen hing boven het bed van zijn moeder een tekst van Guido Gezelle: ‘Mij spreekt de blomme een tale’. Zijn moeder waardeerde het dat de jonge Hans ook een fanatiek lezer en dichter werd. De echte inspiratiebron waren de experimentele verzen van Lucebert, die Verhagen als scholier aan het Gymnasium Haganum las, vertelde hij toen zijn verzamelbundel Eeuwige vlam (2003) verscheen.

Dat was een moment om terug te blikken op zijn carrière: de romantiek uit de bundels Rozen & motoren (1963), Sterren cirkels bellen (1968) en Duizenden zonsondergangen (1971), de drank en de drugs, het huwelijk met Conny Tavenier, die in 1986 een eind aan haar leven zou maken, de jaren dat Verhagen werkte voor de Haagse Post en de VPRO (legendarische programma’s als Hoepla, Het gat van Nederland, de talkshow Verhagen cadabra), en na een aantal jaren van stilte en schilderen de opvallende comeback met wervelende bundels als Autoriteit van de emotie (1992), Triomfantelijke wandelingen (2000) en Zwarte gaten (2008).

Ik ben de maker niet van het gedicht, 
maar zo ontvankelijk mogelijk
d.w.z. van elke tedere connectie ontdaan sta ik
totaal ter beschikking van wat zich tot mij richt
als een snaar doortrillend dit tijdsgewricht
registreer ik de akkoorden.
Ik ben de verwoorder 
(...) 
verliefd zijn is voor mij ambtshalve bezigheid, 
een dichter zelf kan niet van iemand houden;
bespaar me dus uw te persoonlijke aanhankelijkheid
een dichter heeft geen tijd voor poëzie.
Bovendien, ik ben je moeder niet.

Oorlogskinderen

Wij jammerden niet omdat het vroeger zoveel mooier was, schreef Verhagen over zijn jeugd, ‘wij hadden geen vroeger. Wij waren oorlogskinderen.’ Van een aanhanger van de nieuwe zakelijkheid in de jaren zestig, die regels opleverde als ‘Lang is in wezen te/ kort,/ breed te/ smal.// Later past het’, evolueerde hij tot een razende romanticus die als een hedendaagse stadsrapper flitsende paradoxen (‘Voor alle zekerheid/ zongen we een toontje hoger’) en allerhande stijlen razendsnel kon afwisselen. Hij had geen idee waar die regels vandaan kwamen, en kon zijn verzen ook niet navertellen. Poëzie dient geen doel, het is zélf iets, vond hij: ‘Gedichten gáán niet zozeer ergens over, ze zijn de gebeurtenis zelf.’

In zijn vrijuit buitelende verzen nam hij waar hoe de moderne mens zich vrijwillig laat muilkorven en beperken, en kooplui de markt bepalen, terwijl de jeugd alleen aan lekker leven denkt: 

Toch is de vraag of onze wereld niet te onwijs gaaf is
voor een andere dan virtuele manifestatie
van weer een generatie die te onwijs saai is,
uit alle hoeken ons beloert en nooit iets toevoegt,
uit alle gaten na-aapt maar nooit bijdraagt?
pretparken daargelaten?

Gevoelsarmoede

Verhagen weigerde mee te doen aan welke wedloop ook. Gevoelsarmoede was de norm, zag hij, hebzucht heerst, en om in de koude waanzin te overleven is eigengereidheid noodzakelijk: ‘Wat kun je meer doen dan je uiterste gebrek aan best?

Zo kon hij het ene moment op een poëziemanifestatie de aandacht trekken met geel haar en een ratelende voordracht en daarna weer jaren onzichtbaar zijn. Zijn bundels bewezen echter dat hij vanuit zijn woning nabij het Centraal Station in Amsterdam, waar hij lange tijd woonde, alles bleef observeren, en dat alles hem tot inspiratie kon dienen. ‘Mooi weer spelen is alles wat ik deed’, dichtte hij in de cyclus Implosie (2009), de laatste poëtische uitbarsting in zijn verzamelde gedichten: ‘en mijn lievelingen gaven evengoed de geest/ Ooit zullen haar ogen mij hebben gezocht/ maar ik moet ergens anders zijn geweest.

In het Volkskrant-interview uit 2003 benoemde Verhagen de bron van zijn onvrede: ‘Het is uiteindelijk de woede over het feit dat de mens bij de geboorte weliswaar een bewustzijn krijgt, maar wél meteen voorzien van de mededeling; uw leven is eindig, en er is no way out. Ik weet niet wat er is gebeurd voordat ik werd verwekt, noch weet ik wat er zal gebeuren nadat ik ben ontwekt. Alsof je een kind zijn eerste leren voetbal geeft, en er direct bij zegt: vanavond weer inleveren, want dan snijden we hem kapot. Die woede daarover drijft mij aan en voort.’ 

Dat was de lont onder de knetterende verzen van Hans Verhagen, de schepper van gedenkwaardige lyriek in onttoverde tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden