Moet u zien

Hans Cornelissen deed zo’n beetje alles in het theater, nu staat hij aan de top als producent

Hij begon als loopjongen, vergaarde bekendheid met Zeg ’ns Aaa en groeide uit tot een theatertycoon. Maar om nou te zeggen dat Hans Cornelissen zijn carrière zo heeft uitgestippeld? ‘Mijn loopbaan hangt eigenlijk van toevalligheden aan elkaar.’

Hein Janssen

Hans Cornelissen was 18 jaar toen hij naar de Kleinkunstacademie wilde, maar tijdens de oriëntatiecursus te horen kreeg dat hij ‘danste als koude bami’. Acteren, zingen, het ging hem goed af, maar dansen: nee, dat lukte niet. Hij besloot te vertrekken en belde vervolgens de toneelschool. Daar kreeg hij te horen dat hij te jong was.

‘Toen heb ik maar de Gouden Gids opengeslagen. Onder het kopje Toneelgezelschappen stond bovenaan het Amsteltoneel. Ik heb ze een brief geschreven: ik wil in het theater werken en ik wil alles doen. Na een paar weken kon ik langskomen bij actrice Riny Blaaser, die daar de baas was. Na een beetje babbelen zei ze: over acht weken speel je mijn zoon in de thriller Moordverhaal van Arthur Watkin. Ik kreeg een contract als volontair, voor vier jaar. Ik heb daar het vak geleerd: ik stencilde scripts, leerde met marionetten spelen, sjouwde me ongans. Het Amsteltoneel produceerde ook jeugdmusicals en soms moesten we om 10 uur ’s ochtends in Maastricht staan. In alle vroegte stond ik dan de vrachtwagen in te laden. Ik weet dus hoe zwaar het vak van theatertechnicus is, en daarom zeg ik nog steeds tegen jonge mensen: altijd even de techniek gedag zeggen.’

Hans Cornelissen (65) behoort intussen met De Graaf & Cornelissen Entertainment tot de drie grootste musicalproducenten van Nederland, naast Stage Entertainment en MediaLane. Dit seizoen brengt het bedrijf, dat hij runt met zakelijk compagnon Ruud de Graaf, twee grote musicals uit: Rocky Horror Show en Titanic, de musical die vorige week in première ging en nu door het land toert. In voorbereiding is de Nederlandse versie van The Prom, de Broadwaymusical die vorig jaar mede door de Netflixverfilming een grote hit werd. Het bedrijf bestaat inmiddels achttien jaar, en produceert naast musicals ook toneelstukken en theaterconcerten. Vanwege zijn verdiensten voor het Nederlandse theater werd hij na afloop van de première van Titanic tot zijn grote verrassing benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Zeg ’ns Aaa

Van Zeg ’ns Aaa tot theatertycoon – zo zou je de carrière van Cornelissen een tikkeltje schertsend kunnen samenvatten. Hoewel hij onderhand wel is uitgepraat over het enorme succes van de tv-serie Zeg ’ns Aaa, met onder anderen Carry Tefsen en Sjoukje Hooymaayer, heeft hij er veel aan te danken. Aanvankelijk zouden er acht afleveringen van deze comedy over een doktersgezin worden opgenomen. Het werden er 220, verdeeld over veertien seizoenen, tussen 1981 en 1994.

Cornelissen: ‘We werkten met een geweldige ploeg, maar na twaalf seizoenen was ik er wel klaar mee. De ene helft van Nederland vond het helemaal te gek, de andere helft vond er geen reet aan. Op het hoogtepunt keken er zeven miljoen mensen naar. Ik werd ineens herkend op straat, dat nam op een gegeven moment extreme vormen aan. Als ik in een vliegtuig stapte, werd ik ongevraagd geüpgraded. Ik heb me in die jaren de pleuris gewerkt; overdag stond ik in de studio op de set van Zeg ’ns Aaa, ’s avonds speelde ik in het theater.’

De acteercarrière van Cornelissen kwam goed op gang toen hij na de start bij het Amsteltoneel werd gevraagd voor de film De Peetmoeder (1977) van Kees Manders, waarin hij de aan heroïne verslaafde zoon speelde. Volgens Cornelissen zelf was het de slechtste Nederlandse film ooit. De tune luidde: Ik ben blonde Greet/pijn in me reet/ik leef al jaren van mijn spleet. Maar er was wel een première in Tuschinski, waar ook Margarete van Dam aanwezig was, destijds een belangrijk castingdirector. Zij vroeg hem voor een volgende film: Mantel der liefde (1978) van Adriaan Ditvoorst. Van een geflopte publieksfilm naar arthouse – Cornelissen pakte alles aan.

Hij speelde een paar jaar bij Toneelgroep Globe van Gerardjan Rijnders, maar ook in tv-series als Lessen in Liefde van Jan Keja, een groot aantal vrije producties, Franse boulevardstukken. Toen kwam dus dat telefoontje of hij mee wilde doen met Zeg ’ns Aaa. ‘Ik vond dat een rare titel, ik dacht eerst dat het om een medische quiz ging ofzo.’

Producent

Qua acteertalent noemt hij zichzelf een middenmoter: bruikbaar, gewoon goed, niet behorend tot het elitecorps van de acteurs, maar wel met hoofdrollen in een aantal toneelproducties. Daarom heeft hij ook allerlei andere dingen in het theater gedaan. Zo was hij medewerker bij het castingbureau van Harry Klooster, destijds de man die de eerste Nederlandse soaps castte. Zijn werk als producent begon toen hij in contact kwam met Ruud de Graaf, die een eigen theaterimpresariaat had en hem vroeg een toneelstuk voor hem te produceren, waarin hij zelf ook mee zou spelen. Het werd The Dinner Party van de destijds gevierde Amerikaanse auteur Neil Simon. Ze vlogen naar New York, zagen het stuk en verwierven de rechten.

Teksten lezen, stukken zien, scouten, casten – het beviel hem allemaal prima.

Cornelissen: ‘Een zondagskind? Nee, zo zie ik mezelf niet. Mijn loopbaan hangt eigenlijk van toevalligheden aan elkaar. Ik ben wel open-minded, niet te beroerd om aan te pakken. En ik ben een volhouder, want er waren ook genoeg momenten van afzien. In ons bedrijf hebben we het produceren met vallen en opstaan moeten leren. We hebben niet alleen bekende internationale titels uitgebracht, maar ook nieuwe musicals gemaakt, zoals Wat zien ik, Op hoop van zegen en Liesbeth. Intussen tellen we volop mee, ook internationaal.

De Graaf & Cornelissen Entertainment is op dit moment het enige theaterbedrijf dat met grote musicals naar alle grote schouwburgen in de provincie reist. Collega-producenten spelen vaak in een eigen theater op een vaste plek (Circustheater, Beatrix Theater), op locatie (Soldaat van Oranje, Dagboek van een herdershond), of doen alleen de allergrootste zalen aan.

Vedettes

Het trotst is Cornelissen op het door de pandemie stopgezette Kinky Boots en op twee producties die in zijn bedrijf zijn bedacht: De Grote Drie, waarin in een fictief verhaal Adèle Bloemendaal, Jasperina de Jong en Conny Stuart bij elkaar komen, en Liesbeth, de biografische musical over Liesbeth List. ‘Ik ben zo blij dat we dat gemaakt hebben, en dat Liesbeth daar zelf nog getuige van is geweest. Ik belde haar beschroomd op met de vraag of we een musical over haar mochten maken. ‘Je bent krankzinnig, maar ik vind het enig. Doe wat je wilt, maar de nare dingen moeten er ook in, want anders wordt het niks’, was haar reactie. Zo ruimhartig, zo gul. De première in Carré was haar laatste grote publieke optreden. Bij het applaus na afloop kreeg ze een minutenlange staande ovatie. Ze was er verschrikkelijk blij mee.’

Als Cornelissen praat over de Nederlandse vedettes en de inmiddels overleden actrices als Ellen Vogel en Kitty Courbois, krijgt hij iets bewonderends. In het verleden nodigde hij ze bij hem en zijn partner Tom thuis uit, op de zondagmiddag. Dan zaten ze daar op de bank – witte wijn, sigaretje, anekdotes, ja ook wel roddels over het vak.

Cornelissen: ‘Het is niet zo dat ik op zoek ging naar oude diva’s, ik ben onderhand zelf een oude diva, maar het kwam door mijn werk, en werk werd vriendschap. Met al die vrouwen heb ik in producties gestaan: met Carry, met Kitty, met Ellen en met Liesbeth. Ik heb ook jaren bij Kitty gewoond, ik huurde een etage bij haar in Oud-Zuid. We werden zielsverwanten. Die enorme bohémienkant van haar, dat trok me enorm. Ja, daar zaten ook schaduwkanten aan, Kitty zorgde niet altijd goed voor zichzelf. Ze was wild én gevoelig.’

Titanic

De afgelopen maanden is hij vooral bezig geweest met Titanic, de opgefriste versie van de productie die Stage Entertainment eerder uitbracht. Niet meer een decor waarin het enorme schip domineert, wel meer verdieping van de karakters en van het thema rijk-arm, de scheiding tussen de bevoorrechten en de onrendabelen van deze wereld.

Cornelissen: ‘Voor mij hoeft echt niet alle theater actueel te zijn – ik hou ook van retro, of theater waarin een tijdsbeeld wordt geschetst – maar de Titanic staat wel voor iets meer dan zomaar een scheepsramp. Het zou pathetisch zijn de vergelijking met bootvluchtelingen te maken, maar de reddingsboten voor de mensen uit de eerste klas van de Titanic zaten niet vol, terwijl anderen verzopen. Bovendeks zaten de welgestelden met hun champagne en diamanten, beneden de arme Ieren die in Amerika een beter leven hoopten te krijgen. Ongebreidelde en onbegrensde ambitie kunnen tot catastrofes leiden. Dat is waarom de Titanic ten onder is gegaan.’

De vraag of we intussen met zijn allen op een soort Titanic zitten, blijft vooralsnog onbeantwoord. ‘Maar dat we ons in alle opzichten op woelige baren bevinden, is een understatement.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden