Beeldende kunst

Hans Broek schildert de pijnlijke bewustwording van de schuld van zijn voorouders ★★★★☆

De rustgevende onbevangenheid van zijn eerdere werk is verdwenen.

Hans Broek, Slavenhuis, Gorée. Beeld Collectie Museum De Pont
Hans Broek, Slavenhuis, Gorée.Beeld Collectie Museum De Pont

De ellende zit ’m soms in de details. Sta je tegenover een gigantisch interieurschilderij van zeker 3 meter breed, dat eerder met pek dan met verf lijkt te zijn besmeurd, is in het midden een piepklein stukje blauw gepenseeld, in lichte en donkere tinten. Blijkt het een nauwe doorgang met uitzicht op de Atlantische Oceaan te zijn, die de ‘Door of no return’ werd genoemd: de deur waardoor in de 17de eeuw tot slaaf gemaakte mensen vanuit het Slavenhuis op het eilandje Gorée, voor de kunst van Senegal, door Nederlanders naar Amerika werden verscheept. Enkele reis.

Op de tentoonstelling van Hans Broek, in Museum De Pont in Tilburg, is het schilderij exemplarisch voor zijn werkwijze. Een tropisch vergezicht met zee, strand en wuivende palmen? Fout. Een ontnuchterend uitzicht op twee slavenforten aan de horizon. Een cirkel van anderhalve meter, alsof het abstract schilderij betreft? Nop. Het is een uitvergrote ring waaraan tot slaaf gemaakten werden vastgeketend. Een andere cirkel, zwart ingekleurd als een Malevitsj? Neen: het voedergat waardoor Afrikanen ‘eten’ kregen toegeworpen.

Alles is suggestief, niets eenduidig. Een afgegrendelde vakantiewoning is de deur naar een vrouwenkerker in Ghana; een overwoekerde tuin een oude plantage in Suriname. Onschuldige plaatjes bestaan bij Broek niet, in navolging van Armando’s ‘schuldige landschappen’, met wie Broek ook de grove manier van schilderen deelt.

Veel van de beelden ontleende Broek aan zijn verblijf in plaatsen aan de Afrikaanse westkust die door de Hollanders tijdens de ‘Gouden Eeuw’ werden veroverd en ingericht om de slavenhandel op een zo efficiënt mogelijke manier op te zetten. Die tijd mag dan lang achter ons liggen, het verleden laat zich niet wegmoffelen, lijkt de schilder te willen aantonen. De sporen zijn gebleven, de gebouwen staan er nog. De geschiedenis heeft niets aan actualiteit verloren als het aan hem ligt. We kunnen het ons nog steeds aantrekken.

Exemplarisch is ook de woede die uit het werk tevoorschijn komt. Genoot de kunstenaar eerder bekendheid met messcherpe en realistische beelden van Amerikaanse auto’s en de nachtelijke skyline van Los Angeles met zijn duizenden huiselijke lichtjes, nu is die helderheid verdwenen. Net als alle rustgevende onbevangenheid.

Overheersend zijn de kleuren rood, wit en blauw, natuurlijk. En zwart. Veel zwart. Van het donkerste, kleverigste soort. Broek heeft de canvassen met hectoliters geasfalteerd, met grove bewegingen, zo ver zijn armen konden reiken; indachtig Karel Appels beroemde oneliner ‘Ik schilder als een barbaar in deze barbaarse tijd’.

De woede moet bij Broek zijn opgewekt toen bij nader onderzoek bleek dat een van zijn voorvaderen bij die slavenhandel betrokken was. Adriaen Pietersz. Raep, koopman, ouderling van de gereformeerde kerk en lid van de admiraliteit tussen 1621 en 1638, een periode dat Nederland 2.336 Afrikanen verhandelde voor omgerekend ongeveer 13 miljoen euro. Op een schuttersstuk van het Amsterdam Museum staat de trotse Raep prominent afgebeeld tussen zijn even trotse trawanten, een imponerende lans in de hand.

Broek moet zich rot zijn geschrokken dat hij een nazaat is van deze Raep. De verontwaardiging druipt van de schilderijen af, als je de voorgeschiedenis eenmaal kent. De energieke manier van schilderen is geen stijlfenomeen à la ‘action painting’, bij Broek is het verf smijten een pijnlijke bewustwording geworden. Een bekentenis. Een afrekening met zijn eigen familie en meer nog met het beeld van zijn eigen vermeende onschuld: dat hij toch indirect bij de slavenhandel betrokken is geweest. ‘Ook ik, Brutus’, moet Broek hebben gedacht.

Op een drieluik heeft Broek zijn vroegere familielid levensgroot met elegante en zwierige penseelstreken tegen een witgekalkte muur afgebeeld, de hoed schalks op het hoofd en een hand ongedwongen in de zij, vergelijkbaar met de beeltenis van Cornelis van der Voort uit 1623. Het portret zit ingeklemd tussen twee enorme schilderijen van onderaardse kerkers, waarin water staat, en die de miserabele, gedwongen opsluiting verduidelijken waaronder mannen en vrouwen hebben geleden – en waarvoor Broeks over-over-over-over-et cetera-grootvader medeverantwoordelijk was.

Als kijker ben je getuige van deze ontnuchtering. Het geeft een vreemd gevoel. Met lede ogen sta je te kijken hoe Broek het familiebloed van zijn handen probeert af te schilderen, pendelend tussen wraakneming en onmacht, terwijl hij onderwijl één ding duidelijk maakt: dat, hoe diep hij ook de vinger in zijn eigen wond steekt, de wonden van anderen dieper zijn. En nog steeds open.

Cape Coast Castle

Een aparte plaats op de expositie van Hans Broek neemt het schilderij Power Structure in. Te zien is een aanzicht van Cape Coast Castle, het slavenfort in Ghana, van waaruit de Hollanders in de 17de eeuw mensen verhandelden en transporteerden. Opmerkelijk in het schilderij zijn de geschreven locatieaanduidingen tegen het gebouw. Bovenin staat te lezen ‘gouverneurs appartement’, daaronder ‘kerk’ en onderaan ‘ingang slavenkerker’. In één beeld pakt Broek treffend de machtsverhoudingen binnen het slavensysteem samen, wie erbij betrokken waren en wat hun plaats en rol daarin was.

The Things I Used to Do

Beeldende kunst

★★★★☆

Hans Broek.

Museum De Pont, Tilburg. Aldaar t/m 12/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden