INTERVIEW

Hannah van Binsbergen: 'Ik kan nog veel beter dan deze bundel'

Een vliegende start: meteen genomineerd voor twee grote prijzen, en als jongste opgenomen in een bloemlezing uit twee eeuwen poëzie: Hannah van Binsbergen, een nieuwe dichter met een liefde voor oude media. 'Yes! Ik zit gelukkig niet in een whatsappgroep.'

Hannah van Binsbergen. Beeld Valentina Vos

Wat zou jij met het geld doen, wordt dichter Hannah van Binsbergen (23) wel gevraagd, nu ze voor haar debuut Kwaad gesternte prompt is genomineerd voor twee prestigieuze prijzen: de Herman de Coninckprijs (6.000 euro) en de VSB Poëzieprijs (25.000 euro), waarvan de winnaars in de komende week bekend worden gemaakt. 'Die twee nominaties kwamen echt uit de lucht vallen. Allebei geen prijzen voor debutanten. Ik sta ineens tussen gevestigde namen als Eva Gerlach, Peter Verhelst en Nachoem Wijnberg', zegt ze, nog enigszins verbluft om zich heen kijkend in het restaurant waar we rond lunchtijd zitten en ze een glas rode wijn bestelt voor bij de burrata en de groentesalade daarna.

Tank

En, wat zou ze met het geld doen? 'Een paard kopen, hoorde ik Delphine Lecompte gisteren op een literaire avond zeggen. Zij is ook genomineerd voor de VSB-prijs, en kreeg die vraag ook. Mijn antwoord was: 'Je kunt ook een tank kopen.' Op Google had ik bekeken wat je allemaal kunt aanschaffen voor 25 duizend euro - een bedrag dat ik nog nooit op mijn bankrekening heb gezien.

'We hebben het dan over een kléín tankje, maar toch.'

Het is een buitengewoon halfjaar geweest voor Van Binsbergen, die binnenkort haar bachelor in de wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam hoopt af te ronden. Met tien leeftijdgenoten woont ze sinds twee jaar in een klassiek en luidruchtig studentenpand in de Amsterdamse binnenstad. In haar vorige behuizing, 'een eenzame zeecontainer in Amsterdam-Noord', heeft ze de meeste gedichten van Kwaad gesternte geschreven.

Poëzie
Hannah van Binsbergen
Kwaad gesternte
Atlas Contact;
64 pagina's; euro 19,99.

Te grillig

'Je bent dus filosoof, werd mij laatst in een interview voorgelegd. Maar dat gaat mij te ver, als je nog niet eens je bachelor hebt. De studie heeft ook niet mijn prioriteit. Dat komt vooral door het succes van mijn bundel. En wanneer je deadlines krijgt om artikelen te maken - de laatste tijd bijvoorbeeld voor De Gids, en sinds mijn 19de bespreek ik filosofieboeken voor Trouw -, dan gaat dat voor.'

Eveneens op haar 19de publiceerde Van Binsbergen het gedicht 'Arbeidstrilogie', in het online-tijdschrift Samplekanon. Daar kwamen veel enthousiaste reacties op. 'Ik ben toen in contact gekomen met uitgeverij Van Oorschot, maar daar vonden ze mijn poëzie te grillig. Na een goed gesprek daarover zijn we zonder wrevel uiteengegaan. Via een omweg ben ik vervolgens bij Atlas Contact terechtgekomen. Met argusogen keek ik toe hoe redacteur Bertram Mourits mijn gedichten in ontvangst nam. Gelukkig bleek hij mijn grilligheid juist te waarderen.'

Dat geldt ook voor Ilja Leonard Pfeijffer, die de vier slotpagina's (1356 tot en met 1360) van zijn recente bloemlezing De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw inruimde voor drie gedichten van de jongste deelnemer, Hannah van Binsbergen. 'Poëzie die niet raar is, is bijna nooit goed', stelt Pfeijffer uitdagend in het voorwoord.

Hannah van Binsbergen. Beeld Valentina Vos

Inhoudelijk raar

Daar kan Hannah van Binsbergen zich in vinden. 'Raar kan betekenen dat een gedicht er vreemd uitziet. Maar ook traditioneel gestructureerde poëzie kan inhoudelijk raar zijn. Neem Hans Faverey, die ik hoogacht. Ziet eruit als gewone poëzie. Maar ga het eens lezen. Je lacht je dood.'

Nee, dat eerste gepubliceerde gedicht was niet het eerste dat ze schreef. 'Vanaf mijn 10de levensjaar heb ik ongeveer drie bundels per maand geschreven. In die tijd deed ik de belangrijke ontdekking dat je een subtiel levensgevoel zó onder woorden kunt brengen dat het uit die woorden stroomt. Dat het gedicht dat gevoel oproept, terwijl je het leest. De eerste keer dat ik dat besefte, dacht ik: nu heb ik een echt gedicht geschreven.

'Mijn vader is antropoloog maar ook dichter, Wim van Binsbergen. Heel leuk: we staan samen in die bloemlezing van Ilja Pfeijffer. Op mijn 13de liet mijn vader me gedichten van Hans Lodeizen lezen, en waarschuwde ervoor dat ze besmettelijk waren. Inderdaad ging ik daarna Lodeizen met verve naäpen, en schreef zeer weemoedige verzen. Als tiener was ik al omgeven door een enorme boekencollectie.

Verzet

'Het besef dat er zoveel geschreven is kan mij intimideren bij het lezen - omdat je nooit alles kunt lezen wat je zou willen -, maar niet bij het schrijven. Ik bedoel: een gedicht kan relevantie hebben voor misschien maar vijf minuten, maar dan is het die vijf minuten wel relevant geweest. Ik heb niet zoveel respect voor het verschijnsel poëzie an sich; daarvoor verschijnt er ook te veel bagger.'

Want die leest ze ook weleens? 'Daar kun je op stuiten, ja.' Ferme slok wijn. 'En ik ga geen namen noemen.'

Na de periode-Lodeizen werd Hannah marxist, herinnert ze zich lachend. Als leerling van het Stedelijk Gymnasium in Haarlem was ze het buitenbeentje dat sjekkies rokend op het schoolplein Lenin zat te lezen. 'Een vorm van verzet. Zij het een niet erg effectieve vorm.'

Tragisch

Een socialistisch kwatrijn van Herman Gorter (1864-1927) dient als motto bij een van haar gedichten. 'De verzen van de latere Gorter vind ik op een volstrekt niet-ironische manier prachtig. Waar de meeste mensen na zijn sensitivistische gedichten afhaken, leef ik juist op. Die latere gedichten zouden onzuiver zijn omdat ze in dienst staan van een heilsleer, maar ik vind dat een beperkte opvatting van poëzie, en van wat poëzie vermag.

'Gorter lezen is mooi, en voor mij ook tragisch - want ik kan niet echt meer geloven dat er een revolutie komt, waarna iedereen gelukkig en volledig mens zal worden. Volbloed-socialisten zie ik ook nauwelijks meer, behalve Jeremy Corbyn, van Labour; die is nog authentiek. Met een trui. Dat vind ik mooi.'

De titel van haar bundel, in combinatie met de schrijversnaam, voorspelt onheil. Van Binsbergen: 'De buitenwereld kan gruwelijk en onherbergzaam zijn, en aan de andere kant is er een binnenwereld die misschien óók niet zo herbergzaam is. Zodat je nergens veilig bent.'

Antiek

En dan is het dichterschap ook nog een antieke professie, waar veel mensen niks van vinden. 'Als je naar mijn leven kijkt, lijkt het of ik de illusie niet wil verbreken dat het eigenlijk nog 1960 is. Dan doel ik op het dragen van wollen truien, op de verwarming zitten, veel roken en drinken. Houden van het nummer Disney Girls (1957) van de Beach Boys; een verfijnde combinatie van weemoed en intelligentie. Dat lied gaat over onverenigbaarheid van de droom en het dagelijks leven. Mijn bundel gaat over de botsing tussen die twee, en toont de breuklijn - soms op onverwachte wijze misschien. Zoals het gedicht waarin de 'ik' benauwenis ervaart in een klinisch museum, en een ritme verlangt om het echte leven in te kunnen. Niet vastgepind willen worden; dat is het.

'Ik heb een liefde voor oude media. Geen smartphone - lelijk ding. Nog nooit van mijn leven heb ik geswiped. Yes! Ik zit gelukkig niet in een whatsappgroep. Al klink ik nu als een oude lul, maar ik voel me niet thuis in een cultuur waar iedereen voortdurend op zijn telefoon zit te kijken.'

Het gaat om de poëzie. Of ze ervan zal kunnen leven, is van secundair belang. 'Mijn vader is trots op me, en heeft mij nooit geadviseerd de wetenschap in te gaan, omdat die wereld zo competitief is en onaantrekkelijk. Als ik niet van de poëzie zal kunnen leven, weet hij ook, dan ben ik niet te beroerd om kamers van bejaarden te gaan stofzuigen.

Schoonmaker

'Deze bundel is niet het eindpunt. Ik kan nog veel beter. Als mijn tweede bundel minder goed wordt ontvangen - volgens het cliché vragen recensenten zich na een succesvol debuut al snel af waar de luister van weleer is gebleven -, dan moet ik er nog meer op vertrouwen dat ik het zélf goed vind. Dat is belangrijker dan succes.

'En als dat betekent dat ik een marginaal dichter word, dan zij dat zo. Dan word ik schoonmaker in bejaardenhuizen. Of in het hotel hier bij dit restaurant. Als jij mij dan in de verte met mijn stoffer in de weer ziet, weet je dat ik aan een nieuwe bundel werk.'

Bekendmaking van de winnaar Herman de Coninckprijs: dinsdag 24 januari. Bekendmaking van de winnaar VSB Poëzieprijs: donderdag 26 januari.


Nu iedereen met me meekijkt kan ik eindelijk beginnen
te groeien naar de markt. Ze weten allemaal waar ik mee bezig
ben en vinden het niks: de tijd dat de postbode de arme
burger achternazat, de tijd dat de goede postbode
symbool stond voor de dood, hebben we toegestaan
te transformeren tot de nadagen van een hippe planeet.
Ik hoef mijzelf niet meer te dwingen een gezicht op te
zetten om naar buiten te gaan. Al mijn gezichten zijn bekend,
gezien in medische catalogi, besproken in ondergrondse
correspondenties, beproefd in het gebruik. Ik wil eruit
maar nergens ben ik veilig, mijn geweten is iets lichts
geworden nu ik mijzelf altijd moet zien en zien hoe ik door
iedereen gezien word. Sinds de tijd dat de PTT het embleem
was van de dood is veel vergeten dat herinnerd had moeten
blijven, nu te lezen in de levende archieven verspreid over
Europa. Ik steek mijn hand door de brievenbus, voel voor het eerst
het afscheid van mijn onverstuurde brieven.
(openingsgedicht uit Kwaad gesternte)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.