Handopleggers en pleisterjuffrouwen

HET BEZOEKEN van een concert van Koos Alberts, van de grot te Lourdes of van de paragnoste Marisca in Driel lijkt me het leven noch te verlengen, noch te veraangenamen....

Hiermee werd overtuigend gesuggereerd dat het wereldleed, de bron waaruit rampen en tegenslagen voortvloeien, alomtegenwoordig was en onaantastbaar heerst over hemel en aarde: het wel of niet doorgaan van die windhoos is in dat licht nogal irrelevant. Het verspreiden van nog meer meteorologische kennis helpt hier dan ook absoluut niet tegen, zoals de uitbreiding van het aantal academische medische centra ook niet veel effect zal hebben op de behoefte aan magische bezweringen bij gevreesde ziekten en ander onheil.

Het is immers een typisch intellectueel vooroordeel te denken dat allerlei traditionele overtuigingen langzaam maar zeker zullen wijken voor de stoomwals van de moderne wetenschap, dat de Bijbel zijn functie verliest sinds de bijbelkritiek duidelijk heeft gemaakt dat Jezus niet goddelijk was (laat staan Gods Zoon), dat astrologie zal wijken voor de astronomie, of dat Ad Dunning en Ronald Plasterk de behoefte aan Klazien uit Zalk of Moerman zal doen vervagen. Er is zelfs nauwelijks sprake van een concurrentie tussen Duisternis en Verlichting, de meeste mensen immers maken van beide gebruik en mengen een soort grijs naar eigen smaak en behoefte.

Een dergelijke visie op het hulpeloze gespartel van mensen doortrekt de laatste jaren de geschiedschrijving over de medische wetenschappen. Niet langer is dat het heroïsche verhaal van geleerden die stap voor stap, bij voorkeur ook dwars tegen de verdrukking in, de 'werkelijkheid' ontdekken en de Vooruitgang dienen. Het is ook niet de omgekeerde visie, die in veel professionaliseringsstudies voorkwam, waarin harde, rationele medici (model dr. Sickbock) een effectieve greep naar de macht hebben gedaan en daarbij verdachte kruidenvrouwtjes en brave vroedvrouwen uit de markt hebben gedrukt.

De nieuwe visie gaat veel meer uit van de gedachte dat onheil en tegenslag van mensen vele vormen kunnen aannemen en dat de hulpzoekende op zeer uiteenlopende plaatsen terecht kan komen, bij zeer verschillende aanbieders van zorg en begrip. Auteurs die op een dergelijke manier te werk gaan, hebben dan ook niet zozeer baat bij een omvangrijke kennis van de medische wetenschap, maar veel meer bij een antropologische blik en daarmee bij een zo onbevangen mogelijke nieuwsgierigheid.

Een dergelijke auteur is Willem de Blécourt, die een studie publiceerde over 'irreguliere genezeressen' in Nederland tussen 1850 en 1930. De titel van zijn boek, Het Amazonenleger, is ontleend aan een kop in het Maandblad van de Vereniging tegen de Kwakzalverij van september 1907, waarin de staf wordt gebroken over vrouwen die adverteren als 'verlos- en deskundige' of als 'planeetkundige, die werkt met spiritisme en buitenlandse kaarten', waarbij soms als extra aanbeveling werd vermeld dat ze met de helm waren geboren. De auteur van het Maandblad riep zijn collega's op tot het 'verpletteren van dit gebaarlijke amazonenheir', maar verzuchtte dat dit waarschijnlijk niet zou lukken.

Zoals we inmiddels weten, was dit een juiste voorspelling. De Blécourt nam de term 'amazonenleger' over als een soort geuzennaam voor vrouwen die zich tussen ongeveer het midden van de negentiende eeuw tot in de twintigste eeuw op een of andere manier publiekelijk bekendmaakten als genezeressen, zonder de daarvoor doorgaans vereiste opleiding of papieren te bezitten. In die zin gaat het over 'irreguliere' genezeressen, omdat ze zich onderscheiden van de reguliere geneeskunde, die vrijwel uitsluitend door mannen werd bepaald en maatschappelijk dominant was.

Binnen dat amazonenleger ging (en gaat) een grote diversiteit schuil. Op het platteland was in vrijwel elk gehucht wel iemand die hulp kon bieden bij kleine kwalen als verstuikingen, wratten, brandwonden, kiespijn en dergelijke. Onder het prevelen van zorgvuldig geheim gehouden bezweringen werd dan 'de hand opgelegd'. Het ging hier meestal om mannen, maar ook enkele vrouwen stonden bekend als 'strijker' of 'belezer'.

Daarnaast waren er 'kankerjuffrouwen', waarbij bedacht moet worden dat 'kanker' de benaming was voor allerlei lichamelijke groeisels en gezwellen die als lastig of kwaadaardig werden beschouwd. In de steden werden deze behandeld door zogenoemde 'papvrouwen' of 'pleisterjuffrouwen', die over een heel scala aan zalfjes, kruiden en onduidelijke watertjes beschikten. Dan waren er de meer bovenzintuiglijke genezers: 'helderziende somnambules' die vaak met een magnetiseur samenwerkten, helderziende dames ('psychometristes'), waarzegsters, kaartlegsters, handlijnkundigen, koffiedikkijksters, enzovoorts, enzovoorts.

Tenslotte was er dan een grote groep vrouwen (en een enkele man) die tegen betaling bereid waren te helpen bij een ongewenste zwangerschap. Na veel vergeefse pogingen om een spontane abortus op te wekken door van een trap te springen en kruidenaftreksels of haarlemmerolie te drinken, kwam dat veelal neer op het vaginaal aanbrengen van een 'bougie', een katheter om zeepsop in te spuiten. De breinaald, die in de beeldvorming zo'n grote rol speelt, werd zelden gebruikt, moderne Sunlight-zeep des temeer.

De Blécourt schetst dit universum op basis van een omvangrijk onderzoek in kranten en rechtbank- en politiearchieven, volkskundige verzamelingen en journalistieke verslagen. Zorgvuldig gaat hij rond over de medische markt. Hij staat stil bij tal van gespecialiseerde kraampjes en beziet meewarig, maar niet zonder meegevoel, al die vrouwen die hulp zochten bij de soms zo ingewikkelde overgang naar nieuwe fasen in het leven, bij huwelijk, geboorte (dan wel de voorkoming daarvan), ziekte en dood.

Zijn boek laat zich soms niet al te gemakkelijk lezen, maar biedt een fascinerende blik op de onderkant van de medische markt. Rest nog de vraag wat we moeten denken van het Kamerlid dominee Kersten, die volgens een politieverslag de Haagse planeetdeskundige 'D.S.' had bezocht. Het wijst er nog eens op dat het verschil tussen dwalen en verdwalen niet groot is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.