Händel: Triosonates op. 2 en op. 5

Hallucinerende kwaliteit van Händel * * * *

De Bachadepten Gustav Leonhardt en Philippe Herreweghe halen er hun neus voor op. Maar gelukkig lopen er in de oude muziek ook types rond als Richard Egarr. Deze Amsterdamse Brit gelooft namelijk wél in de kracht van Georg Friedrich Händel.
Nog net binnen het Händeljaar - de componist overleed in 1759 - voltooit Richard Egarr met zijn Academy of Ancient Music het 'opusnummerproject': een complete opname van de instrumentale muziek die Georg Friedrich Händel in zeven bundels heeft gepubliceerd.

Na de orgelconcerten, solosonates en concerti grossi resteren de opusnummers 2 en 5. Samen tellen ze dertien triosonates: kamermuziek voor twee melodie-instrumenten met basso continuo. Meer dan een handjevol Academy-leden hoefde Egarr, de klavecinist, er niet voor op te trommelen.

In het cd-boekje waarschuwt Egarr dat Händels noten zijn bedoeld om te spelen, en niet om met een röntgenapparaat te analyseren. Want daarop verkijken sceptici zich nog weleens: bij Händel gaapt een kloof tussen wat er staat (eenvoudig) en hoe het kan klinken (geraffineerd).

Neem het Largo uit opus 2 nr. 1: er schuilt een hallucinerende kwaliteit in die een evenwichtskunstenares vereist op de traverso (Rachel Brown), en een violist die raad weet met heiige tinten (Pavlo Beznosiuk). Beluister ook de Musette uit op. 5 nr. 2. Zo'n doedelzakstukje nodigt uit tot gezellig rondhopsen, maar knapper is de muzikant die het omtovert tot een melancholieke miniatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden