Hamilton laat horen wat echte soul is

Nu-soul? Mooi niet. Soulzanger Anthony Hamilton maakt weliswaar soul van nu, maar op de grote hoop van Jill Scott, Angie Stone, Erykah Badu en D’Angelo (bij wie hij ooit achtergrondzanger was) laat hij zich niet vegen....

Maandag, bij Anthony Hamilton in het uitverkochte Amsterdamse Paradiso, ervoer je pas goed hoe zeer we de laatste jaren zijn overvoerd met het papje van soul, jazz en hiphop dat nu-soul wordt genoemd en in Europa allengs meer witte, stedelijke dertigers is gaan trekken.

Hamilton oogt als een toevallig voorbijkuierende toerist op weg naar het strand (zomers T-shirt en een campinghoedje), maar het lijkt wel alsof hij door God zelf het plankier opgejaagd is, om die Hollanders eens even te laten horen wat echte soul is, gezongen vanuit de tenen en van een scherpe rand voorzien door een meppende krachtpatser van een drummer en drie zangeressen die samen klinken als een topzwaar kerkkoor.

Alleen al aan zijn biografie kun je zien dat Anthony Hamilton het meent: tot drie keer toe nam hij een debuutalbum op dat vanwege faillissementen en contractuele narigheid op de plank bleef liggen. Menig artiest zou het bijltje erbij neer hebben gegooid, maar Hamilton had domweg geen keus. Inmiddels bracht hij twee platen uit: het nieuwe Ain’t Nobody Worryin’ en het nog sterkere Comin’ From Where I’m From (2003). Het oude album Soulife dat vorig jaar tegen zijn wil verscheen, tellen we maar even niet mee.

Zijn optredens, ook dat in Paradiso, bestaan uit materiaal van zijn twee ‘echte’ albums (het sterke Sista Big Bones was één van de hoogtepunten), aangevuld met een uitstapje naar klassieke reggae en een cover van de soulgrootheid met wie hij het vaakst wordt vergeleken: Bill Withers.

Zelden een soulband zó veel lol zien hebben op het podium van Paradiso. Dan vergeef je een artiest graag zijn zwakke momenten: Hamilton babbelt wel eens wat te lang tussen twee nummers en dat stuk bronstige praatsoul à la Isaac Hayes of Barry White moet hij meteen uit zijn set schrappen.

Wat hoor je ze nog maar weinig: moderne soulartiesten die teruggrijpen op de grote mannen van de jaren zestig. Sam Cooke, Bill Withers, Otis Redding. In Paradiso vóelde je hun aanwezigheid bijna, en ze zullen hebben geconstateerd dat Anthony Hamilton het grootste deel van de populaire nu-soul overbodig maakt.

Menno Pot

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden