Hallo witte mens! Jij bent gewoon niet gewend dat je wordt aangesproken op je huidskleur

Een ongemakkelijk gesprek over racisme met Anousha Nzume

Sander Donkers ging er altijd gedachteloos vanuit dat hij veel gemeen heeft met actrice Anousha Nzume, die hij al kent van toen ze nog Anna heette. Niet echt, blijkt als hij haar spreekt naar aanleiding van haar boek 'Hallo witte mensen' waarin ze schrijft over wit privilege.

Anousha Nzume en interviewer Sander Donkers Foto Bastiaan Woudt

Anousha Nzume zit aan tafel in een Amsterdams grand café en bestudeert de menukaart. Ze ziet er stralend uit, ook al is ze licht katerig van de avond tevoren - een nazit met collega-acteurs van het muziektheaterstuk Opvliegers, waarmee ze de afgelopen maanden op tournee was. Ze heeft honger. Ik zeg dat alles op rekening van de Volkskrant is. 'Jeej!' antwoordt ze met een brede grijns. 'Reparations!'

Herstelbetalingen. Ze is meteen on topic, maar de toon is licht. En dat is tekenend voor deze ietwat vreemde ontmoeting. De aanleiding is haar boek, Hallo witte mensen, dat deze week verscheen. Maar we kennen elkaar ook, van ruim twintig jaar geleden. Een gelegenheidsbandje op een afstudeerfeest. Zij zong, ik speelde gitaar. Ik herinner me nog hoe verrassend goed onze uitvoering van Curtis Mayfields Move On Up klonk. Tijdens de repetities sloeg er een vonk over, en we kregen een relatie die een paar maanden duurde.

Ik leerde haar kennen als Anna. Ze koos voor Anousha, een Russisch koosnaampje, toen ze later in de tv-serie Vrouwenvleugel ging spelen. 'Zo noemde mijn moeder me altijd', zegt ze. 'En ik vond het mooier staan op de aftiteling.' Machtig interessant vond ik het dat ze, geboren in Moskou als dochter van een Russische moeder en een Kameroense vader, vloeiend Russisch bleek te spreken. En nog interessanter dat ze als achtergrondzangeres op tournee was geweest met Nena, die van 99 Luftballons.

Anousha Nzume - Hallo witte mensen

Amsterdam University Press; 140 pagina's; euro 14,95

Vuurdoop

Toen het uit ging, verloren we elkaar uit het oog. Ze timmerde verder aan de weg als actrice en cabaretière, maar ik hoorde pas weer van haar toen ze zich een kleine tien jaar geleden begon te mengen in het debat rond racisme. Iets dat toen, althans in mijn herinnering, nauwelijks op de agenda stond. Met de in 2011 overleden schrijver Clark Accord, een goede vriend, maakte ze de film Just Like U, ze presenteerde een talkshow voor AT5 en zette de live-talkshow Black Ink op, waarin 'zwarte' issues centraal stonden.

Haar vuurdoop in de mainstream-media volgde toen ze een opiniestuk schreef over Robert Vuijsjes roman Alleen maar nette mensen. Ze betoogde dat het een racistisch boek is, en dat werd haar niet in dank afgenomen.

'Ik dacht: polemiek! Debat! Jaaah, ik mag ook meedoen. Maar dat mocht helemaal niet. Ik kreeg de hele witte, mannelijke elite over me heen. Een en al: wie denk je wel dat je bent, vrouwtje. Slachtoffertje. Jij wilt boeken verbieden! Dat wilde ik helemaal niet. Ik vond het gewoon shocking dat de intellectuele voorhoede dat boek ontving als een waarachtig inkijkje. Aha, zó zijn zwarte vrouwen! Kom op zeg. En ik vond de taal waarin het werd aangeprezen ontzettend racistisch. Zoals een juryrapport waarin frases voorkwamen als 'swingt als een Afrikaanse tiet' en 'een zwarte bil in een te kleine luipaardlegging'. Daar wilde ik me over uitspreken, maar ik stuitte op een muur: wij zijn kleurenblind, per definitie niet racistisch, het is jouw probleem dat jij het zo ziet.'

Het was een harde, onprettige ervaring. 'Ik kreeg veel bijval, maar ook heel veel haat. In die tijd had ik nog niet genoeg ervaring om echt goed weerwoord te geven. Ik was kwetsbaar. Inmiddels heb ik het allemaal al een paar keer meegemaakt, dus ik ben wel gehard.' Ze zet een melodramatisch stemmetje op: 'Gehárd door het léééven!'

De afgelopen jaren groeide ze, een beetje tegen wil en dank ('Ik hoef niet zo nodig op tv.'), uit tot een van de voornaamste stemmen in de Zwarte Pietdiscussie, een onderwerp dat altijd onder hoogspanning staat. Eind vorig jaar zat ze tijdens een geruchtmakende uitzending van Pauw tegenover Halbe Zijlstra, die had geroepen dat het Sinterklaasfeest 'vermoord' werd. Uiterst beleefd en doeltreffend diende ze de VVD'er van repliek, waarna er van zijn argumenten niet veel meer over bleef. 'Voor wat het waard was', zegt ze nu. 'Want hij zat daar natuurlijk gewoon om een deel van zijn achterban te bedienen, en gezien de verkiezingsuitslag heeft dat ook effect gehad. Zoals Arjen Lubach zei: Halbe had PVV-corvee.' (zie het fragment Pauw hieronder)

En nu is er dus dat boek, Hallo witte mensen. Sommige van haar vrienden, vertelt ze, zeiden grappend dat ze alleen op de presentatie zouden komen als ze het 'Doei Witte Mensen' noemde. Maar dat zou misschien een beetje contraproductief zijn, want het is nou juist een op witte mensen gerichte gids langs begrippen als wit privilege, white fragility, exotisme en culturele toe-eigening. 'Het is een soort handboekje', legt ze uit, 'waarin ik de theorieën en terminologie van wetenschappers als Gloria Wekker, Kimberlé Crenshaw en Philomena Essed in Jip en Janneke-taal heb vertaald, en dan vermengd met persoonlijke ervaringen. Ik wilde het simpel houden, niet te dik, zeker niet academisch. Het is bedoeld voor een breed publiek. Misschien dat het gebruikt kan worden op scholen, of bij bedrijven.'

Tekst gaat verder na video.

De vriendelijke stem

Zoals de titel al aangeeft, wil Anousha Nzume graag een vriendelijke, zachte stem zijn in het debat. Wat iets anders is dan: een gematigde stem. 'Ik zie mezelf als onderdeel van een beweging, met gemeenschappelijke ideeën die ik onderschrijf en wil steunen. Maar er zijn allerlei nuances en onderlinge verschillen. Je hebt de wetenschappelijke kant. Je hebt een wat radicalere voorhoede die demonstreert en zich roert op social media. Dat is nodig, want daardoor zijn we niet meer weg te denken uit het debat. En er zijn mensen zoals ik, die het op hun manier doen.'

Maar vriendelijk of niet, het thema is een regelrecht mijnenveld, zoals ze zelf maar al te goed weet. Waar de scheidslijnen in Nederland nog redelijk overzichtelijk zijn als het gaat over Zwarte Piet of over het openlijke, harde racisme dat Sylvana Simons ten deel valt, is identiteitspolitiek een onderwerp waar ook in progressieve kringen de stekels vaak recht van overeind gaan staan. In haar boek neemt ze bewust een voorschot op de irritatie en verwarring die het ongetwijfeld zal opwekken. Bijvoorbeeld door de lezers aan te spreken met 'lieve witte mensen', en door hier en daar een zinnetje toe te voegen als: 'Misschien denk je wel (stampvoetend, het is het laatste hoofdstuk van het boek, ik begrijp het): ik mag ook niks meer!'

In veel opzichten ben ik die gevoelige, beetje argwanende lezer op wie ze zich richt. Het antiracismedebat van de afgelopen jaren heeft zonder twijfel invloed op me gehad. Tien jaar geleden zag ik nog geen probleem in Zwarte Piet, gebruikte ik zonder bijgedachte het woord 'neger' en stond ik lachend toe te kijken hoe ze op de crèche van mijn dochter 'Hanky Panky Shang Hai' zongen, waarbij de kleuters (ten overstaan van een half Chinees jongetje) hun ogen tot spleetjes trokken. Ik stond simpelweg niet stil bij zulke dingen, en dankzij de vasthoudendheid van mensen als Quinsy Gario en Anousha veranderde dat. Kostte me niks, trouwens.

Maar zodra het begint te schuren, staan mijn hakken al snel in het zand. Als buitenstaander is de discussie rond identiteitspolitiek me vaak te hermetisch, ze concentreert zich soms op ogenschijnlijke trivialiteiten, zoals een wit model dat op de catwalk een indianentooi draagt. Ik vind het verwarrend dat er gesmeten wordt met termen en afkortingen die ik niet ken: 'helper whitey', 'poc'. En op Twitter gaat het me er geregeld te ruig aan toe. Niet met gescheld, maar de mensen die zich 'social justice warriors' noemen, oordelen soms hard. Zoals onlangs, toen het programma Zondag met Lubach als racistisch werd bestempeld ('spread the word') vanwege een grapje over Sylvana Simons (ze zou niet willen deelnemen aan de lijsttrekkersdebatten, waarvoor geloot werd, omdat het haar te veel deed denken aan het lootjes trekken bij het Sinterklaasfeest). Een paar weken daarvoor, in het inmiddels vermaarde The Netherlands Second-filmpje, had de show nog gehakt gemaakt van de Zwarte Piet-traditie ('It's the most racist thing you've ever seen'). Waarom, vroeg ik me af, meteen het nadeel van de twijfel? Kortom: tal van redenen om af te haken. Iets dat, ik weet het, een voorrecht is, want ik kán dat doen.

Het witte hokje

Dus hoe zitten we hier? Tijdens het lezen van haar boek, rijkelijk laat dus, bekroop me het idee dat het weleens een onzalig plan zou kunnen zijn, een kritisch tweegesprek dat tegelijkertijd een onvermijdelijk 'for old times sake'-karakter heeft. Waar ik er gedachteloos van uitging dat we flink wat gemeen hebben - dezelfde generatie, opgegroeid in een 'links' milieu in dezelfde stad, een enigszins overlappende kennissenkring - hebben we dat in deze context eigenlijk helemaal niet. Want, zo schrijft ze: 'In dit boek gaat het over het hokje 'wit'. En alleen dát hokje.'

Ze heeft meteen door dat ik dat ongemakkelijk vind. En dat, zegt ze beslist, is een stereotiepe 'witte' reactie. 'Het is een luxe. Jij bent gewoon niet gewend dat je wordt aangesproken op je huidskleur. Ik weet al mijn hele leven niet anders. Jij stapt na dit gesprek weer terug in een maatschappij die helemaal op jou is ingericht, en ik niet. Het klinkt misschien lullig, maar mensen als jij zijn in dit opzicht een beetje prinsesjes op de erwt. Ik heb gewoon een veel dikkere huid.'

En zo komt er vanzelf spanning op onze ontmoeting te staan. Maar we ploegen door. Zelf heeft ze dit gesprek al honderden keren gevoerd. 'Het is altijd lastig, wordt altijd persoonlijk, terwijl het dat in feite niet is. Jouw privilege is niet jouw schuld. Jij bent in dit systeem geboren, daar kun je niks aan doen. Maar het is moeilijk om te erkennen dat het systeem in jouw voordeel werkt. Want zodra je dat doet, ja, dan moet je er iets mee. Of niet natuurlijk. Inzien dat het zo ís, lijkt me al een heel mooi begin.'

Het systeem, daar gaat het haar om. Je kunt de huidige realiteit, waarin 'mensen van kleur' (de term die ze in haar voorwoord zegt te prefereren, al is de terminologie 'altijd veranderend') minder kansrijk zijn, niet los zien van het koloniale verleden en de slavernij. Je moet oog hebben voor het feit dat multinationals nog altijd Afrika leegroven, terwijl we onze eigen boeren subsidiëren. Het gaat om machtsverhoudingen, het geld, de economie en hoe dat doorwerkt in onze maatschappij. Alles hangt samen. Bijkomend voordeel, zegt ze lachend: 'Zo'n macro-perspectief helpt vaak om een beetje de angel te halen uit een gesprek als dit.'

Onlangs, vertelt ze, ging ze naar het Mauritshuis met haar dochter, die ter voorbereiding de website van het museum bestudeerde. 'Daar werd onder het kopje 'Suiker en slaven' uitgelegd hoe Nederland in de Gouden Eeuw zo welvarend is geworden. Suiker eerst, dan slaven. En niet: tot slaaf gemaakten. Terwijl: het was toch geen keuze of zo?

'Dit is een heel ongelijke machtsverhouding, want jij behoort echt tot het establishment.' Foto Bastiaan Woudt

Mijn dochter was echt van slag. 'Maar het gaat hier toch om moeders met kindjes?', zei ze. 'Om families die uit elkaar werden gerukt?' Ik vind dat verbijsterend. En ook weer niet. Want ik heb op de middelbare school niets geleerd over het koloniale verleden, en mijn dochter leert het nog steeds niet, of nauwelijks. In de tweede klas van het gymnasium heeft ze er één paragraafje over gehad: 'De Gouden Eeuw kent ook een zwarte bladzijde: slavernij.' Punt. Dat heeft effect. Elke Nederlander voelt iets bij het lot van Anne Frank. Over de slavernij weten we wel een beetje wat er gebeurd is, maar we voelen het niet.'

Institutioneel racisme, gaat ze verder, is geen mening. 'Het is een maatschappelijke realiteit. Mensen die op mij lijken hebben gewoon minder kans op een baan, een stage, promotie, zelfs op een hypotheek. We worden slecht vertegenwoordigd in de media, terwijl die het discours bepalen. Er zitten geen zwarte mensen in de Tweede Kamer. En ondertussen hebben we een premier die roept: dan moet je je maar invechten. Het zou fijn zijn als witte mensen daarvan doordrongen raakten. En dat ze, als ze er op worden aangesproken, hun 'auw, auw!' even laten varen, en kijken naar het systeem waarin we leven. Dat is een luikje dat ik graag wil openen.'

'Auw, auw?' vraag ik.

'Ja! Witte mensen reageren vaak zo geprikkeld. 'O o, wat erg, we moeten opeens nadenken over het gebruik van woorden als allochtoon, wit of blank.' 'Nou zeg, ik mag ook niks meer!' Echt: boehoe for you. Zulke woorden zijn ons opgelegd. Het is toch niet raar dat we nu zelf over het taalgebruik willen beslissen? En als je het verwarrend vindt: vraag het gewoon.'

Het is niet persoonlijk. Maar voor haar, zo maken de anekdotes in haar boek schrijnend duidelijk, is het dat natuurlijk wél. Opgegroeid in een wit, progressief milieu, was het voor Anousha Nzume lange tijd het makkelijkst om de weg van de minste weerstand te kiezen. Als ze haar op de lagere school uitmaakten voor 'Spoetnikker', werd ze geacht dat wel vindingrijk te vinden, of in elk geval: niet kwaad bedoeld. 'Van jongs af aan heb ik voelsprieten ontwikkeld. Wat zegt die vader, of die leraar? Hoorde ik dat nou goed? Ga ik incasseren of boos worden? Ga ik liggen, een grapje maken en me er overheen zetten? Ik was niet op mijn mondje gevallen, maar toch koos ik daar vaak voor. Heel lang heb ik gedacht, als ik een racistisch grapje hoorde, of iemand die een Surinaams accent nadeed: joh, laat gaan.'

En dat doet ze soms nog steeds. 'Je komt altijd in situaties waarin je dingen wegslikt omdat je nog vaker met mensen door een deur zal moeten. Tijdens een sollicitatiegesprek, als ze opeens iets zeggen als: 'Jij kan vast lekker swingen'. Oké, denk ik dan: adem in, adem uit, en door. Ik ben geregeld dagvoorzitter tijdens debatten. En ja: ik draag oorbellen en hou van hakjes. Serieus: negen van de tien keer gaan ze ervan uit dat ik van het entertainment ben. Soms krijg ik niet eens een hand. En dan moet ik vooral niet aan mijn gezicht laten zien dat ik geïrriteerd ben. Want ja...'

Dat witte mensen zich moeilijk kunnen verplaatsen in hoe zoiets voelt, weet ze als geen ander, want ze is getrouwd met een witte man en een groot deel van haar leven speelt zich af in een wit milieu. 'De eerste jaren dat we samen waren, was dat soms best pittig. Ook hij had soms de neiging om te zeggen dat ik dingen niet zo zwaar moest opnemen. Dan zei ik steevast: joh, ga eens in mijn schoenen staan. Natuurlijk trok hij het zich aan, voor míj, maar het grappige is: hij begon het pas écht te voelen toen we kinderen kregen.'

Ze hebben er drie, twee meisjes en een geadopteerde zoon. 'Hij is van Surinaams-Hindoestaanse origine, donkerder dan ik. En nu al merk je dat hij soms gezien wordt als een gevaar, sneller de schuld krijgt als er in de buurt een akkefietje is. De eerste keren dat zoiets gebeurde zag ik hoe hard dat mijn man raakte. Alsof-ie het toen pas echt begon te beseffen, want het is zíjn kind.'

Onderhuids racisme

Dus ja: het is moeilijk om je in te leven in onderhuids racisme, zoals ze in haar boek expliciet vraagt. Moeilijker dan afschuw voelen over de lynch-filmpjes van Sylvana of mensen die foto's van verdronken vluchtelingenkindjes tot hun screensaver bombarderen. Maar ze heeft er geen geduld meer mee wanneer zulke ervaringen in twijfel worden getrokken, of gebagatelliseerd. Witte mensen zijn wit, dus ze weten niet hoe het is.

Toch vrees ik dat ik zoiets doe als we komen te spreken over 'exotisme'. In het boek staat een lijstje dat ze met enkele vriendinnen samenstelde: als compliment bedoelde opmerkingen die vrouwen van kleur zoal naar hun hoofd geslingerd krijgen. Ik zeg dat dat op mij nogal karikaturaal overkomt. Wie begint er nou ongevraagd aan kroeshaar te plukken, wie zegt er nou zomaar 'Ben je net zo pittig in bed?', en wie denkt in godsnaam dat een kreet als 'hey chocolate momma!' kirrend van plezier zal worden ontvangen?

'Je hebt echt geen idee', reageert ze. 'Al die dingen heb ik weleens gehoord, en niet uit de mond van creeps. Als jij tienduizend paar ogen had zou je heel erg schrikken hoe normaal zoiets wordt gevonden.' En dan, licht triomfantelijk: 'Ook onder jóuw vrienden. Want ik ken er een paar, en die hébben dat soort opmerkingen tegen mij gemaakt.'

Touché. Ik heb inderdaad geen idee. We lachen erom, en dan zegt ze in één moeite door dat ze het behoorlijk lastig vindt, dit gesprek. 'Het is de zoveelste keer dat een wit iemand met mij praat en het de hele tijd over zijn eigen gevoelens heeft. Ik vind het belangrijk en ik doe het graag, maar het kost me veel energie. Het is steeds weer: 'maar ík vind'. Waarom kun je dat niet loslaten en ervan uitgaan: degene tegenover mij heeft gewoon gelijk? Ik heb ook een interview gedaan met een journaliste van kleur, en echt: dan praat je op een heel ander niveau.'

Ik snap niet precies hoe we hier zijn beland, en ja: het steekt een beetje. Mij lijkt het logisch dat je op een ander niveau praat met iemand met wie je een essentiële ervaring deelt. En gevoelens? Het waren toch gewoon vragen? Om eerlijk te zijn is mijn white fragility behoorlijk gekieteld. 'Ach, get over it', grinnikt ze. 'Jij bent echt fragile. Je gaat zo dadelijk vast Sting opzetten.'

Als we doorpraten, maakt ze duidelijk dat het niet alleen gaat om kleur, maar ook om macht. 'Dit is een heel ongelijke machtsverhouding, want jij behoort echt tot het establishment.' Ze negeert mijn verbaasde blik. 'Weet je: toen ik 15 was, ging ik ervan uit dat wij straks, als ik groot was, ook gewoon zouden meebeslissen. Maar er is in die dertig jaar niets veranderd, en dat vind ik shocking. Neem de media: ik vind het problematisch dat iemand als Robert Vuijsje in de Volkskrant zo'n interviewserie maakt met mensen van kleur. Dat hij wordt gezien als de expert, terwijl ze op de redacties maar blijven zeggen: we kunnen geen journalisten van kleur vinden. En ook dát is niet persoonlijk bedoeld. Ik lees die stukken graag, ik ken Robert. Nogmaals: het is het mechanisme.'

Diversiteitsmars

'It's time for a seat at the table', citeert ze de Amerikaanse regisseur Ava DuVernay. 'Het is prima dat witte mensen het thema racisme op de agenda zetten. Maar het is niet genoeg! Om het heel hard te zeggen: ik hoef jouw begrip niet. Ik wil gewoon gelijkwaardigheid. Ik wil aan die tafel. En dan mag je me superirritant vinden.'

We botsen nog een keer een béétje, over Ieder1, de vorig jaar door acteur Nasrdin Dchar geïnitieerde Diversiteitsmars. Ik was er enthousiast over en liep mee. Anousha en vele anderen uit de antiracismebeweging keurden het initiatief massaal af. Want wat viel er te vieren? Daar verbaasde ik me over. Wat kon er mis zijn met zo'n statement, zeker gezien de ontvlambare stemming in Nederland? En waarom kon het niet op zijn minst naast ander protest bestaan?

Ze zucht. 'Weet je: iedereen moet zijn goddelijke gang gaan. Vrienden van mij hebben ook meegelopen, en we zijn nog steeds bevriend. Maar ik heb behoefte aan een sterkere boodschap dan: 'multiculti is ook te gek'. Mij gaat het om machtsverhoudingen, hier bij ons én internationaal. Waar wordt het geld verdiend, door wie? Als je zo'n onrechtvaardig systeem even denkt te kunnen wegknuffelen door met een ballon te gaan lopen, buig je in feite mee met het establishment. Voor jou was het allemaal hartstikke gezellig en je kon je even goed voelen over jezelf, maar ondertussen krijgt mijn zoon een lager schooladvies. Daar wil ik dat het over gaat. Ik wil dat de overheid wordt aangespoord om dáár iets aan te doen. En zodra dat geregeld is ga ik wel wandelen met een ballon. Want ik ben ook dol op knuffelen.'

Dan vinden we het allebei blijkbaar wel mooi geweest, want opeens babbelen we over vroeger en over muziek. En toch: het kruipt onder je huid, dit thema. Curtis Mayfield, vraag ik, was dat dan niet een gevalletje van cultural appropriation mijnerzijds? Anousha schudt haar hoofd. 'Dat ging over jonge mensen die plezier hadden in het spelen van de muziek waar ze van houden', zegt ze. 'Dat ging niet over geld of macht.'

Lees verder

Het is zaak om niet langer figurant te zijn in uw wereld
Columnist Hassan Bahara vraagt zich af of de obsessie met witte mensen niet een beetje te ver gaat of dat hij zijn rol moet opeisen in de grote, schaamteloze Hassan Bahara-show. Lees hier zijn column.

Prekerig vingerwijzen in een antiracistisch pamflet. Er zijn betere opties
Het pamflet van Anousha Nzume zette ook Sylvia Witteman aan het denken. Het herinnerde haar aan de roman Petropolis, het debuut van Any Ulinich, dat dezelfde problematiek behandelt. Een aanrader voor Nzume. (+)

Meer over